Anloo, 8 april 1945

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in (Herdenkings-)monumenten WOII

 

Directe omgeving van het monumentGedurende de Tweede Wereldoorlog vonden tal van verschrikkingen plaats. Sommige van die verschrikkingen vonden plaats terwijl geallieerden bezig waren Nederland te bevrijden van het juk van de Duitse bezetter en z´n handlangers. Zo ook in het ochtendgloren van 8 april 1945 in het Drentse Anloo.

 

Een verschrikkelijke ontdekking

In de vroege avond van 10 april 1945 liep een inwoner van Eext door de bossen tussen Anloo en Eext. Hij was op zoek naar een ondergronds hol waar eerder onderduikers verscholen hadden gezeten. In oktober 1944 was het hol door de Sicherheitsdienst (SD) [1] uit Groningen dichtgemaakt nadat ze de verzetsgroep die het hol bewoonde had opgerold. De locatie van het hol was daarmee geen geheim meer. Toen de man de plek uiteindelijk vond, zag hij dat het hol was dichtgegooid met gedeeltelijk verbrand hout en aarde. In de nabijheid van het hol vond hij een grote plas bloed. Geschrokken ging de man naar opperwachtmeester Bos van de Marechaussee te Eext om melding te maken van zijn ontdekking.


Tezamen met G. Joling, hoofdwachtmeester te Annen, gemeente Anloo, deed Bos de volgende dag onderzoek. Bij het hol aangekomen zagen de beide mannen dat het hol gedeeltelijk was dichtgemaakt met aarde en hout. Op ongeveer 15 meter van het hol vonden ze een grote plas bloed, vanwaar sporen zichtbaar waren, 'alsof er iets naar het hol was gesleept, terwijl ook nog enige bloedsporen aanwezig waren. Zeer waarschijnlijk was er dus iets op de plaats waar de bloedplas lag gedood en vervolgens naar het hol gesleept en daarna begraven.' [2]
Toen de mannen vervolgens het hol begonnen uit te graven, vonden ze twee lichamen. Alvorens verder te graven nam Bos contact op met de officier van justitie in Assen, die hem meedeelde dat deze in verband met de oorlogshandelingen niet kon komen, zodat Bos zelf de opgraving moest leiden. Met hulp van arbeiders uit de omgeving werden uiteindelijk tien lichamen opgegraven. Duidelijk was dat de mannen met geweld om het leven waren gebracht. Maar op geen van de lichamen werd een identificatiebewijs gevonden, zodat op dat moment onbekend bleef wie de tien mannen waren.
Omdat de SD nog aanwezig was in Anloo, had de NSB-burgemeester aanvankelijk bezwaar om de lichamen te vervoeren. Na aandringen zorgde de gemeente voor de benodigde doodskisten, waarna de lichamen werden vervoerd naar een schuur in de nabijheid van de algemene begraafplaats van Anloo.
Bij het opgraven van de lichamen was al duidelijk geworden dat er ruw met de lichamen was omgegaan, ze lagen over en door elkaar heen. Bij het onderzoek in de schuur bleek dat de mannen gruwelijk aan hun einde moeten zijn gekomen [3]. De met bloed bevlekte kleding voor het lijkhuisje van Anloo.'Nadat de lijken aldaar van hun bovenkleding waren ontdaan en waren gereinigd bleek, dat allen min of meer ernstig waren verminkt en mishandeld. Enige der lijken waren een of beide ogen kwijt, weer een ander was de neus of de kaken verbrijzeld, terwijl alle lijken de sporen vertoonden van ernstige mishandelingen, hetgeen bleek uit kneuzingen en ontvellingen over het gehele lichaam. Een der lijken had aan zijn linkerpols nog een touw zitten, waarmede hij was vastgebonden geweest.' [4]

De volgende dag, 12 april, werden de lichamen gekist en begraven in een gemeenschappelijk graf op de algemene begraafplaats van Anloo. Pas na de bevrijding van Noord-Nederland zouden de slachtoffers door familieleden aan de hand van kledingstukken geïdentificeerd worden. Wat volgt is het verhaal van een van hen en tegelijk het verhaal van hen allen. Ter herinnering.

 

Pieter Meindert Schreuder

Piet Schreuder zat tot aan zijn nek in het verzetswerk. Tal van medestrijders kwamen daarbij om het leven en omdat Schreuder zelf zo voorzichtig en zorgvuldig te werk ging, is na de bevrijding slechts een deel van zijn werkzaamheden bekend geworden. Zijn vrouw Gré wist dat haar man illegale activiteiten ontplooide, maar ze had nauwelijks een idee welke dat waren. Pas na zijn dood kreeg ze een idee van de gevaarlijke taken die haar man had uitgevoerd in het verzet.

Schreuder was bij het uitbreken van de oorlog 28 jaar en getrouwd. Hij had samen met een compagnon een groothandel in kinderkleding. In zijn diensttijd was hij sergeant geweest. Bij de dreiging van een Duitse inval werd Schreuder gemobiliseerd en gelegerd aan de Afsluitdijk. Daar heeft hij ook daadwerkelijk gevochten tegen de Duitsers. De Afsluitdijk is een van de weinige plekken waar het Nederlandse leger stand wist te houden. De idealistische en vaderlandslievende Schreuder was teleurgesteld over de capitulatie en het snelle vertrek van de koninklijke familie.
Toen in 1943 alle Nederlandse officieren zich moesten melden voor tewerkstelling in Duitsland weigerde Piet Schreuder omdat hij van mening was dat de oproep onwettig was en daarom dook hij onder. Vanaf dat moment was hij nog slechts zelden thuis. Voor een familieman en trotse vader van twee jonge dochtertjes moet dat een verschrikking zijn geweest.
Het onderduiken van Piet Schreuder volgde na een waarschuwing uit het verzet dat hij door de Duitsers op een zwarte lijst was geplaatst en ze nog dezelfde avond een overval konden verwachten. Het hele gezin dook onder. Niet samen, want niemand wilde twee kleine kinderen tegelijk in huis.

Het is lastig te achterhalen wanneer Schreuder precies betrokken is geraakt bij het verzetswerk. Aanvankelijk zat hij bij een knokploeg, waarmee hij onder meer overvallen pleegde op distributiekantoren. Ook stond hij op wacht bij een executie 'van iemand die gevaarlijk was voor het verzet en voor onderduikers' [5]. Wie dat is geweest is onbekend gebleven. Mogelijk is Schreuder in die beginperiode van zijn verzet betrokken geweest bij nog een viertal executies, maar dat is onduidelijk. Schreuder had het er in ieder geval moeilijk mee. Het is een van de weinige zaken waarover hij heeft gesproken met zijn vrouw.
Hij raakte betrokken bij de R.v.V. [6] en trad in de winter van '43/'44 toe tot de OD [7]. Vanaf september '44 liet Schreuder alle zakelijke beslommeringen over aan zijn compagnon G. Bloemendal en hij richtte zich vanaf dat moment enkel nog op de OD, waarbij hij bekend werd onder zijn pseudoniem Rengers. In die periode werd Schreuder gevraagd door de bevriende OD'er Dijksterhuis zijn rol als chef-staf over te nemen op het moment dat deze opgepakt en gedood zou worden. Schreuder werd ook bevorderd tot officier. Toen in korte tijd twee groepen OD'ers werden opgepakt en gedood, was duidelijk dat er zich een verrader in de gelederen bevond. Na overleg met zijn vrouw zag Piet Schreuder in eerste instantie af van een dergelijke belangrijke rol binnen de OD. Tot dat moment hield hij zich voornamelijk bezig met het bezoeken van overheidsinstellingen en artsen ten einde hen te instrueren namens de OD.
Toen de tweede groep OD'ers in september '44 was opgepakt, waarbij Dijksterhuis was gearresteerd en na foltering met zestien anderen achter kamp Westerbork gefusilleerd, waarschuwde Piet Schreuder zoveel mogelijk vrienden en collega's en vertrok op de fiets richting het zuiden. In Zwolle of Deventer kwam hij een meerdere tegen die hem bevorderde tot commandant en chef-staf - hiermee werd hij alsnog de vervanger van zijn omgekomen vriend Dijksterhuis. Zijn opdracht werd alsnog een netwerk voor de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) [8] op poten te zetten in de drie noordelijke provincies.

Veel tijd heeft Schreuder niet kunnen besteden aan het opzetten van het netwerk. Hij vertrok naar het tijdelijk hoofdkwartier dat was gevestigd in een onderduikershol in Anloo. Door toeval werd dit hol in oktober 1944 echter ontdekt door Duitse soldaten, waarbij drie van de vijf aanwezige mensen werden opgepakt. De drie, Harm Molenkamp, Gerard Oosting en Jacob Bruggema, werden vlak daarna in kamp Westerbork doodgeschoten. Een van de twee mannen die wist te ontkomen aan de SD was Schreuder, dit dankzij een toevallig passerende vrouw die in het bos liep te wandelen. Hij sloeg zijn arm om haar heen en zo konden ze als 'paartje' langs de Duitsers lopen.
Vervolgens kwam hij via een aantal onderduikadressen terecht bij het gezin Antoons in Hoogkerk. Hier vestigde hij het nieuwe hoofdkwartier en ondernam reizen naar ondermeer Leeuwarden, Hoogezand en Assen om de verbindingen te herstellen. Schreuder maakte daarbij gebruik van verschillende vermommingen. Hij had zijn blonde haar zwart geverfd en droeg hij meestal een nepbril.
Voor contacten met de regering in Londen had Schreuder de beschikking over een radiogroep, die was gevestigd in Uithuizermeeden. Hier viel de SD op 6 februari 1945 als eerste binnen, de eigenaar van de boerderij kwam daarbij samen met nog twee mannen om het leven. De afspraak was dat de andere leden van de groep bij een overval nog dezelfde dag gewaarschuwd zouden worden, maar de man die fietsend van Uithuizermeeden naar Hoogkerk zou gaan was ziek. De volgende dag viel de SD binnen bij Ate Eilander, een OD'er in Hoogkerk, die woonde tegenover de boerderij van Antoons. Eilander wees het huis van Antoons aan als verblijfsplaats van Schreuder. Later zou hij verklaren door marteling hiertoe gedwongen te zijn, maar hij kwam dezelfde middag alweer vrij, terwijl de rest werd meegenomen of gedood.
Cees Antoons werd na een kort verhoor in zijn huis, terwijl hij wegliep, met een nekschot door de beruchte SD-er Lehnhof doodgeschoten. Zijn hoogzwangere vrouw was hier getuige van. Ze kreeg een miskraam. Schreuder zelf werd gearresteerd 'wegens de moord op vijf mensen' en weggevoerd naar het Scholtenshuis in Groningen.

 

Het Scholtenshuis

Het Scholtenshuis was het gevreesde hoofdkwartier van de SD aan de Grote Markt in Groningen. Robert Lehnhof had er kwartier als SS-Oberscharführer. Lehnhof stond bekend als 'De beul van Groningen'. Nieuwe gevangenen werden onder zijn leiding en soms ook door hemzelf wekenlang gemarteld, zo ook Piet Schreuder zou na de oorlog blijken. Zijn specialiteit was de zogenaamde V1, waarbij hij met een gummiknuppel een geboeide gevangene in de maagstreek stootte. Sommigen kwamen bij de martelingen om het leven of pleegden zelfmoord door uit het raam te springen. Anderen raakten invalide voor het leven.
Lehnhof werd bij de ondervragingen ter zijde gestaan door twee Amsterdamse politieagenten, Schaap en Kaper. Pieter Schaap was ook aanwezig geweest bij de arrestatie van Schreuder. Hij was rechercheur van de Staatspolitie. Abraham Kaper was onderinspecteur van de Staatsrecherche. Beiden waren medewerker van de SD.
Volgens een verklaring van Lehnhof tijdens zijn proces zijn er maar weinig gevangenen geweest die niet binnen 24 uur 'doorsloegen'. Deze 24 uur was een afspraak tussen verzetsmensen onderling, waardoor andere verzetsmensen elkaar konden waarschuwen en nieuwe schuiladressen konden vinden.

Aangezien Piet Schreuder een vooraanstaand figuur in het verzet was geworden, was het in mei '44 ook noodzakelijk geworden dat zijn vrouw en kinderen ondergedoken bleven. In oktober van dat jaar werd hun hele huis leeggehaald en de enige bewoner, de betalende loge Tan Tek Seng, gearresteerd. Deze wist later te ontsnappen uit het strafkamp Termunten.
Overigens heeft ten tijde van Piet Schreuders hechtenis ook zijn vrouw Gré korte tijd vastgezeten in het Scholtenshuis, maar ze wist haar ondervragers wijs te maken dat zij en haar man al enige tijd uit elkaar waren. Het verhaal werd geloofd en anderhalve dag na haar arrestatie werd ze weer vrij gelaten.

 

8 April 1945

Op 8 april om vijf uur 's ochtends werden twintig man uit hun cel gehaald en in twee rijen langs de muur in de gang gezet. Bij iedere groep kwamen vijf bewakers. Voor de groep van Anloo waren Schaap, Kaper en drie Duitsers de bewakers [9]. Beide groepen werden in een vrachtwagen geladen. Waar de andere groep naar toe is vertrokken is onduidelijk [10].
Het is onbekend waarom Anloo werd uitgekozen voor de executie van de andere mannen. Mogelijk omdat er niet meer gegraven hoefde te worden om de lichamen te verbergen.
Misschien was het wel wraak van Lehnhof, die een persoonlijke vendetta voerde tegen Piet Schreuder. Het was de plek waar Schreuder een tijdje had gewoond en de plek die hij had gebruikt in zijn verzet tegen de bezetter. Duidelijk is in ieder geval wel dat de hele actie zo stil mogelijk en zo snel mogelijk leek te moeten worden uitgevoerd. Achteraf bleek ook dat behalve de direct betrokkenen niemand op de hoogte was geweest van de gebeurtenissen.
Mogelijk heeft een inwoner van Anloo in de vroege ochtend van 8 april de vrachtwagen voorbij zien komen. Maar hij zal niet geweten hebben van het lot van de inzittenden.
Kaper en Schaap vertelden bij hun proces hoe de gebeurtenissen elkaar hadden opgevolgd. Bij het hol aangekomen werden de mannen met twee tegelijk uit de auto gehaald. Ze moesten twee aan twee op hun buik liggen, met genoeg ruimte voor een bewaker om er geknield tussen te zitten. De actie lijkt niet voorbereid, want beiden mannen gaven aan dat ze toen overlegden hoe er voor te zorgen zo min mogelijk lawaai te maken. Alle bewakers hadden twee pistolen. Ze spraken af tot drie te tellen en dan gelijktijdig alle mannen met een nekschot te doden. En zo gebeurde het. Na afloop werden de lichamen in het hol gegooid en met aarde bedekt. Geen woord repten de mannen over eventuele mishandelingen voorafgaand aan de executies.
Waarom de mannen werden doodgeschoten is niet bekend, mogelijk zouden ze kunnen getuigen tegen hun ondervragers. Met de bevrijding voor de deur was het voor de SD beter dat er geen getuigen van hun misdaden waren. Het is des te wranger dat op het moment van de executies geallieerde parachutisten vlakbij bezig waren te landen. De mannen waren slechts nog een zucht verwijderd van de bevrijding.

 

De slachtoffers

Pas na een paar dagen werden de lichamen ontdekt. Mede door de gruwelijke verminkingen was het niet mogelijk om de mannen te identificeren. Uiteindelijk gebeurde dat pas weken later aan de hand van kledingstukken. Piet Schreuder werd geïdentificeerd door zijn zwager. Zijn vrouw kon het eenvoudigweg niet opbrengen. Het werd nabestaanden ontraden om de doden nog een laatste maal te zien. Ze zouden er allemaal vanaf zien.

Naast Piet Schreuder werden de volgende personen geïdentificeerd: B. Bosma, landbouwer te Nieuwolda; J. Walvius, luitenant-controleur voedselvoorziening uit Groningen; J. Bolhuis, zaadhandelaar uit Groningen; C. Wiegers, opperwachtmeester bij de Marechaussee uit Finsterwolde; W.A. van der Berg, Delfzijl; T.H. Bouwman, landbouwer te Uithuizen; J. Driegen, hoofdcommies invoerrechten en accijnzen in Nieuwe Schans; A. Elema, landbouwer te Usquert en J. Helmig, filiaalhouder in Groningen. De slachtoffers waren actief lid geweest van de OD. Piet Schreuder was bevriend met Jan Bolhuis. Met Jan Helmig heeft hij de laatste maanden van zijn leven een cel gedeeld.
Uit verklaringen van de nabestaanden bleek dat alle slachtoffers in de periode februari-maart door de SD waren gearresteerd en overgebracht naar het Scholtenshuis. Zo werd Cornelis Wiegers op 20 februari gearresteerd. Hij was plaatselijk commandant OD in Finsterwolde en behoorde tot LO-Finsterwolde [11]. Als lid van de Marechaussee was hij een stuwende kracht in het verzet in de provincie geweest.

Na de bevrijding werden de trouwringen van de Schreuders, die waren afgenomen bij hun beider arrestatie, teruggevonden op Schiermonnikoog. Veel Duitsers waren hier naartoe gevlucht aan het einde van de oorlog met hun oorlogsbuit. Zo ook Lehnhof, die er op 15 april aankwam.

 

Laatste rustplaats van de slachtoffers

Piet Schreuder werd op donderdag 26 april 1945 met militaire eer herbegraven op begraafplaats Esserveld in Groningen. In het huis van de familie Schreuder sprak een veldpredikant enkele woorden van troost. Vervolgens werd Schreuder onder grote belangstelling begraven.
'Nadat de met bloemen bedekte kist ten grave was gedaald, gaf het peleton maréchaussée als laatste saluut twee eresalvo's af, waarna de gew. commandant N.B.S. de heer van Til in een woord van afscheid herdacht hoe hij met den gevallene onder de naam Rengers in contact was gekomen.
Graf Piet Schreuder op Ereveld LoenenVervolgens legde de militaire commissaris luit. kol. H. Holtkamp namens het M.G. een krans op het graf. Als een dergenen die nog tot het laatst in contact zijn geweest met de tenondergeganen strijder sprak kapitein Prakken, die er op wees, dat wat Piet Schreuder heeft gedaan voor de verwezenlijking van zijn idealen en vooral ook voor het nageslacht, niet voldoende kan worden gewaardeerd.'

Anno 2007 rust Piet Schreuder op Ereveld Loenen, te midden van duizenden andere slachtoffers van oorlogsgeweld. Hij werd op 17 juni 1997 herbegraven in Loenen.  Links het graf van Piet Schreuder, rechts het graf van Jan Helmig.Een half jaar later werd Jan Helmig, zijn celgenoot in het Scholtenshuis, naast hem herbegraven.

De andere slachtoffers van Anloo liggen elders begraven, met uitzondering van W.A. van der Berg. Hij is gecremeerd en zijn urn staat in het columbarium te Velsen-Driehuis. B.K. Bosma ligt begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Nieuwolda; J.J. Walvius en J. Bolhuis liggen begraven op begraafplaats Esserveld in Groningen; Graf Berend Bosma in NieuwoldaC.G. Wiegers ligt begraven op de Zuiderbegraafplaats in Groningen; T.H. Bouwman ligt begraven op de gemeentelijke begraafplaats in Uithuizen; Jan Driegen ligt begraven op de Zuiderbegraafplaats in Assen en A. Elema ligt begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Usquert.

 

De daders

Lehnhof, de man die verantwoordelijk was voor de gebeurtenissen in Anloo en Bakkeveen, werd op 24 juli 1950 geëxecuteerd. Zijn strafzaak was een jaar eerder behandeld door de tweede kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden. De advocaat-fiscaal had de doodstraf geëist, welke op 20 maart 1950 door de Bijzondere Raad van Cassatie werd bekrachtigd. Een belangrijke rol bij zijn rechtszaak speelde de moord op Antoons, de man die onderdak had verschaft aan Piet Schreuder. Het was de enige moord die Lehnhof rechtstreeks ten laste kon worden gelegd. De getuigenis door de weduwe van Antoons speelde hier een doorslaggevende rol in. Ook Schaap en Kaper werden veroordeeld tot de doodstraf, onder meer voor hun deelname aan de gruwelijkheden in Anloo. Beiden hadden aangegeven geen van de slachtoffers te hebben gekend, met uitzondering van Piet Schreuder. Kaper bleek degene te zijn geweest die Schreuder heeft gedood. Tijdens hun proces verdedigden beide mannen zich door te wijzen op hun humane kwaliteiten. Volgens hen had Lehnhof hen eigenlijk opgedragen de mannen levend in het hol te gooien en vervolgens te bedekken met ongebluste kalk. Kaper en Schaap werden beiden gefusilleerd op 29 juli 1949 in Groningen op het schietterrein van de kazerne aan de Hereweg in Groningen. De mannen werden begraven in een anoniem graf op de begraafplaats Selwelderhof in Groningen. Lehnhof werd na zijn dood ongekist begraven onder een boom op de rooms-katholieke begraafplaats te Groningen. Ook zijn graf kreeg geen monument.

Herdenkingsmonument in Anloo voor de gevallenenHet monument

Het hol werd in de oorlogsjaren uitgegraven in het dichte bos aan de rand van het Grote Heideveld. Ten noorden van dit heideveld was toen nog geen bos ingeplant, zodat men vanaf de bosrand een wijds uitzicht had in noordelijke richting. Plaat met namen van de slachtoffersMen had een groot gat in de grond gegraven, waarbij gekapte boomstammen uit het bos het plafond vormden van het hol. Het geheel werd afdekt met heideplaggen en bedekt met een laag bosstrooisel. In het hol konden vijf man zich schuil houden.

Na de oorlog was er lang niets te zien op de plek. Totdat een kei werd geplaatst met daarop een plaat met de namen van de slachtoffers. Het monument werd onthuld op 4 mei 1970. Op 4 mei 2000 werd door Staatsbosbeheer een bord geplaatst met de beschrijving van het hol en de gebeurtenissen op deze plek. (2007)

 

Noten

  1. SD = Sicherheitsdienst. Inlichtingendienst van de SS
  2. Afschrift rapport Marechaussee Groep Gieten - Post Eext, 8 mei 1945
  3. In het boek Nacht over Nederland uit 1946 werd een foto gepubliceerd van het lijkhuisje op de begraafplaats van Anloo. Het onderschrift bij de foto luidt: 'Een beeld uit vele….. Op Paaschmaandag, 1 april 1945, werden 10 vrijheidsstrijders uit de Groningsche gevangenis weggebracht en bij Anlo door de Duitschers doodgeknuppeld. Na de bevrijding werden hun lichamen opgegraven. De met bloed bevlekte kleeding voor het lijkenhuisje was het bewijs, op welke sadistische wijze hun het leven was ontnomen.' Zowel de datum van de massa-executie als de doodsoorzaak van de mannen is onjuist vermeldt. Het geeft nog eens aan hoe lastig het is om de ware toedracht achter de gebeurtenissen te achterhalen.
  4. Afschrift rapport Marechaussee Groep Gieten - Post Eext, 8 mei 1945
  5. Mevr. J. Schreuder
  6. R.v.V. = Raad van Verzet
  7. OD = Ordedienst, een ondergrondse organisatie die bestond uit dienstplichtige en beroepsmilitairen.
  8. B.S. = Binnenlandse Strijdkrachten, ondergronds 'leger' dat in 1944 ontstond door samenvoeging van de OD, RVV en KP (Knokploegen). Ook wel N.B.S. = Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten
  9. In Strijders, onderdrukkers en bevrijders schrijft Jack Kooistra dat zowel Schaap als Kaper veroordeeld zijn voor hun rol in 'de executie van 10 Nederlanders op 10 april in Bakkeveen'. Over de gebeurtenissen in Bakkeveen is grote onduidelijkheid. Ook over de betrokkenen. Feit is dat zowel Schaap als Kaper betrokken zijn geweest bij de slachting in Anloo.
  10. In de processtukken van Schaap en Kaper worden de overige tien mannen die op hetzelfde tijdstip als de tien mannen van Anloo uit hun cel zijn gehaald, in verband gebracht met de executies in Bakkeveen. De executies in Bakkeveen vonden echter op 10 april plaats en niet op 8 april. Ook Lou de Jong in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog - Deel 10b Het laatste jaar II Tweede Helft noemt 8 april als datum voor de executies in Bakkeveen (blz 1099). De executies vonden echter op 10 april plaats. Hun lichamen werden op 11 april ontdekt. Op de locatie van de executie, waar onder meer kunstenaar Hendrik Werkman bij om het leven kwam, ligt ook een grote zwerfkei.
    Er zijn meer onduidelijkheden wat betreft data. Op de oorspronkelijk grafsteen van Piet Schreuder op Esserveld heeft al die jaren abusievelijk ook de verkeerde datum gestaan, nl. 12 april 1945. Ook op zijn grafsteen op Ereveld Loenen stond in eerste instantie de verkeerde datum. Dit terwijl op de grafsteen van, de een half jaar later op het ereveld herbegraven, Jan Helmig wel de juiste sterfdatum stond aangegeven. Oorzaak was een onjuiste sterfdatum in het overlijdensregister van de gemeente Anloo. Middels een verzoek aan justitie van zijn dochter heeft Piet Schreuder alsnog de juiste overlijdensdatum van 8 april 1945 gekregen. In 2006 heeft hij een grafsteen gekregen met de juiste sterfdatum.
    Overigens zouden er volgens De Jong die nacht negenendertig mensen zijn geëxecuteerd. Op moment van schrijven is het de auteur nog onduidelijk wie naast de slachtoffers van Anloo ook die dag om het leven zijn gebracht. Andere, onbevestigde bronnen spreken over minimaal enkele tientallen, mogelijk meer dan honderd slachtoffers.
    Alle bovengenoemde onduidelijkheden, tezamen met het onderschrift in de publicatie Nacht over Nederland uit 1946 (zie noot 4) geven aan dat het in de laatste dagen van de oorlog en feitelijk in de overgang naar de bevrijding van Noord-Nederland een grote chaos moet zijn geweest. Het geeft ook dat de SD grote moeite heeft gedaan om haar sporen uit te wissen.
  11. LO = Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers

 

Bronnen

  • Afschrift rapport Marechaussee Groep Gieten - Post Eext, 8 mei 1945
  • Correspondentie met mevr. J. Schreuder
  • Transcriptie interview E. Everts jr door Gerrie Koopman, 5 januari 1990 over het onderduikershol.
  • Transcriptie naoorlogs verslag mevr. G. Schreuder (feitelijk geschreven door haar broer) over de activiteiten van haar man Piet Schreuder.
  • Krantenknipsel 'Pieter Meindert Schreuder ten graven gedragen'. Datum onbekend

 

Literatuur

  • Jack Kooistra, Strijders, onderdrukkers en bevrijders - Fryslan in de oorlog; Leeuwarden, 2005.
  • C. Reitsma, Tekens aan de weg - Tekens aan de wand, Gedenktekens in Friesland '40-'45; Leeuwarden, 1980.
  • C.A. Dekkers, J.M. van Kasbergen; Oranjemarechaussee: 'Zonder vrees en zonder blaam': Marechaussee tijdens de Tweede Wereldoorlog in ondergronds verzet tegen de nazi-onderdrukking; Naarden, 1987
  • Lou de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog - Deel 10b Het laatste jaar II - Tweede Helft; Den Haag, 1982
  • M.J. Adriani Engels, G.H. Wallagh; Nacht over Nederland; 1946

 

Internet

 

Met dank aan mevrouw J. Schreuder

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.