Het Joodse graf in Wijhe

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Grafmonumenten

 

Wie de gemeentelijke begraafplaats Rust Zacht te Wijhe bezoekt, vindt daar een aantal Het Joodse grafmonument op de begraafplaats van Wijheherinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. De meest opvallende is het monument voor de doden die vielen bij de ramp op 7 mei 1945, twee dagen na de bevrijding van Nederland. Elders op de begraafplaats ligt een oorlogsgraf met daarop de naam W. Polak met daaronder enkele Hebreeuwse letters. Het is niet alleen intrigerend omdat hier op een gemeentelijke begraafplaats een Joodse man werd begraven, maar ook de datum roept vragen op. Wat gebeurde er op 6 februari 1945 met deze man en wie was hij? Een kleine speurtocht levert uiteindelijk contact op met de zoon van de hier begraven man, maar ook het hele verhaal met het hoe en waarom. Alhoewel dat laatste eigenlijk niet te beantwoorden is…

 

Wat gebeurde er die dag

Foto van Willy Polak in uniformDinsdag 6 februari 1945 beloofde een kalme dag te worden met een bovengemiddelde temperatuur en een heldere lucht. Voor geallieerde vliegers een prima dag om in het nagenoeg vrije luchtruim boven Nederland hun jacht op de Duitsers voort te zetten. Terwijl het zuiden van Nederland was bevrijd, zuchtte het noorden nog steeds onder het juk van de bezetter. Die bezetter was vooral druk op de grond met allerlei transporten. Onder dekking van de nacht gingen vrachtwagens met wapens, goederen, soldaten of gevangenen op weg om voor het daglicht op hun bestemming te zijn. Geallieerde jachtvliegers hadden echter inmiddels ook de heldere nachten leren benutten voor hun aanvallen op Nederlands grondgebied. Veilig waren die transporten dus niet.

In de vroege nacht was uit Amsterdam een vrachtwagen vertrokken met daarin 25 à 30 mensen onder begeleiding van de Ordnungspolizei (ook wel Grüne Polizei genaamd). Onder de mannen en vrouwen in de vrachtwagen waren ook enkele kinderen. Het waren verraden Joden en verzetslieden die naar kamp Westerbork werden gebracht. Hoe de tocht van Amsterdam richting Westerbork verliep, is niet bekend. Wat we wel weten, komt door de vreselijke gebeurtenis die zich bij Wijhe afspeelde. Rond half zes in de ochtend reed de vrachtwagen op de IJsseldijk iets ten zuiden van Wijhe. Rond dat tijdstip werd de vrachtwagen opgemerkt door een Mosquito jachtbommenwerper die langs de rivier speurde naar doelen om aan te vallen. Het vliegtuig maakte deel uit van een groep van 25 jachtbommenwerpers die om 03.51 uur waren opgestegen van de basis Blackbushe, ten westen van Londen. Zeven toestellen van die groep hadden de opdracht om in Overijssel transporten van V-wapens op te sporen. Toen het toestel rond half zes op de dijk een voertuig bespeurde dat in de richting van Zwolle reed, werden eerst lichtkogels afgeschoten. Toen het de bemanning duidelijk was dat het ging om een grote Duitse vrachtauto werd een duikvlucht ingezet. Met het boordgeschut werd de vrachtwagen beschoten en daarna vanaf een andere zijde nog eens. De bemanning kon niet weten dat hier om een transport van mensen ging, maar de tragedie was al gebeurd.

Minstens zeven Amsterdammers werden onmiddellijk dodelijk getroffen. Ook onder de Duitsers viel een onbekend aantal slachtoffers, onder wie de chauffeur. Die overleed dezelfde dag nog in het Sophia-ziekenhuis in Zwolle. Van de gewonden die ook naar het achttien kilometer verderop gelegen ziekenhuis werden vervoerd, overleden er nog eens drie. De twee doktoren die te hulp waren geschoten, verzorgden de gewonden zo goed als mogelijk. De Duitsers die ook snel ter plekke waren, zorgden er allereerst voor dat hun kameraden naar Zwolle gebracht werden. Dat gebeurde met een andere auto. Pas later ging men over tot een zoekactie naar ontsnapte gevangen. Als een geluk bij een ongeluk hadden enkele inzittenden van de vrachtauto zich uit de voeten kunnen maken. De meesten vonden in de omgeving een onderduikadres en konden daarmee de laatste twee maanden tot het eind van de oorlog overbruggen. Slechts één ontvluchtte vrouw, zwanger, werd opnieuw door de Duitsers gearresteerd nadat ze zich niet tijdig had verborgen. Hoeveel mensen precies in de vrachtwagen hadden gezeten, is niet bekend en dus ook niet hoeveel door de beschieting uiteindelijk gevlucht zijn.

De meeste doden werden begraven op begraafplaats Kranenburg in Zwolle. De meestegraven zijn inmiddels al geruimd. Eén dode werd begraven in Wijhe: Willy Polak.

 

Wie was Willy Polak?

Polak was een van de zwaar gewonden die niet lang na de dramatische gebeurtenis overleed. Hij was met een aantal anderen naar een nabij gelegen huis gebracht voor verzorging, maar hij haalde het niet. Polak werd ter aarde besteld op de algemene begraafplaats Rust Zacht. Nimmer had de in Amsterdam geboren Willy Polak kunnen bedenken dat hij in Wijhe zijn laatste rustplaats zou vinden.

Willy Polak achter zijn bureau bij de NV ESVEHA in 1939Willy was geboren in Amsterdam op 23 oktober 1915 en dus op het moment van overlijden 29 jaar oud. Hij was een zoon en het enige kind van Salomon Polak en Roosje Sluijter. Willy had medicijnen gestudeerd maar was voor de oorlog ondermeer werkzaam als assistent-leider van de afdeling Papiergroothandel van de N.V. Esveha die ook een vestiging in Amsterdam had. In september 1939 werd zijn dienstverband daar beëindigd vanwege de mobilisatie. Willy werd op 29 augustus 1939 opgeroepen en diende uiteindelijk als 2de luitenant bij de 1ste Compagnie, 2de Bataljon van het 42ste Regiment Infanterie. Hoe hij de meidagen door is gekomen, is niet bekend. Wel dat hij met ingang van 28 mei 1940 met groot verlof ging. In die tijd schijnt Willy samen met zijn moeder een schoonmaakbedrijf te hebben gedreven.

Willy en Puck gefotografeerd nabij het Leidse Plein, waarschijnlijk voor de oorlogAl voor de oorlog had Willy kennis gemaakt met Puck Veldhuis, een verpleegster die afkomstig was uit Groningen. Ze was niet Joods. Op 22 mei 1940 trouwden Willy en Puck in Amsterdam. Een groot feest zal het niet geweest zijn slechts een week na de capitulatie van Nederland.

Het echtpaar verhuisde in de oorlog naar de Nieuwe Herengracht 141-II, aan de rand van het gebied waar de Joden in de oorlog nog mochten wonen. Daar kreeg het jonge echtpaar op 1 mei 1943 hun eerste kind: Frank. Rond die tijd moet Willy feitelijk al ondergedoken zijn geweest; althans zal het zijn omgeving niet bekend zijn geweest dat hij Joods was. Volgens familiebronnen droeg Willy nimmer de na zondag 3 mei 1942 verplichte Jodenster. Hij werd actief in de hulpverlening aan Joodse onderduikers en mogelijk ook niet-Joodse onderduikers. Zo zorgde Willy ondermeer voor de aanvoer van bonnen ten behoeve van die onderduikers. De vrouw van Puck's broer nam dat bezorgen van hem over op tijden dat Willy weer voor een paar dagen moest onderduiken. Kennelijk werd Amsterdam in het voorjaar van 1944 echt onveilig. Het gezin verbleef van 28 mei 1944 tot en met 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) in Bussum. Daar hielden ze zogenaamd "vakantie". Het gezin verhuisde in oktober 1944 naar de Plantage Middenlaan 26-huis, naast de Hollandsche Schouwburg.

Juist dat gebouw was tot in november 1943 gebruikt om Joden te verzamelen en af te voeren naar vernietigingskampen. Na november 1943 waren er officieel geen Joden meer in Nederland, met uitzondering van een groep gemengd-gehuwde Joden (Joden met een niet-Joodse huwelijkspartner). Willy’s ouders Salomon Polak en Roosje Sluijter, zijn bijna zeker via de Hollandsche Schouwburg op transport gezet. Zij werden op 6 juli 1943 in Sobibor vergast en verbrand.

Bij onraad kroop Willy in de kruipruimte van hun woning. Feitelijk was hij ondergedoken bij Puck op wier naam het huis stond. Waarschijnlijk is Willy in januari 1945 opgepakt en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan het Kleine Gartmanplantsoen. Of hij verraden is en door wie, is nooit duidelijk geworden. Puck was op dat moment zwanger van hun tweede kind.

In de vroege ochtend van 6 februari 1945 bevond Willy zich in de vrachtwagen die dat vreselijke noodlot tegemoet ging. Willy liet Puck en uiteindelijk twee kinderen achter. Zijn dochter Willeke Aletta (roepnaam Wicky) werd enkele maanden na zijn dood geboren. Puck is later hertrouwd en overleed in 1986.

 

Het grafmonument

Willy werd in tegenstelling tot de traditie en de regels van de bezetter begraven op een algemene begraafplaats. Zowel in Zwolle als in Deventer was een Joodse begraafplaats, maar daar kon begin 1945 niet meer begraven worden. Willy werd begraven in opdracht van de doktoren die bij het ongeluk hulp boden en de lokale notaris. Het graf werd wel helemaal achteraan op de begraafplaats neergelegd, ver voorbij de andere graven. Het graf zal niet direct een grafmonument hebben gekregen. Na afloop van de oorlog is het graf aangemerkt als een oorlogsgraf. Het grafmonument is dan ook een standaardmonument in witte kalksteen met een afgeronde bovenzijde. Bovenin is geen teken opgenomen, zoals wel gebruikelijk bij veel van dergelijke monumenten. Wel de tekst ‘gevallen voor het vaderland’. Daaronder de naam W. Polak en daar weer onder de geboorte en sterfdatum.

Het grafmonument voor Willy PolakHelemaal onderaan zijn in het Hebreeuws de letter TNTBH opgenomen. De letters zijn een afkorting voor: Tehie Nisjmato Tseroera Bitsror Ha-chajiem. Dit betekent: Moge zijn ziel gebundeld zijn in de bundel des levens. Deze wens komt veelvuldig voor op Joodse grafmonumenten. Het zijn juist deze letters die het grafmonument zo laten opvallen op deze begraafplaats.Familieleden van Puck Veldhuis bij het graf van Willy in 2006

De oorlogsgravenstichting wilde het graf in 1976 over laten brengen naar het ereveld in Loenen. Weduwe en kinderen waren daar faliekant tegen, wat de familie ook aan de Oorlogsgravenstichting heeft geschreven. Het graf is gelukkig voor de geschiedenis op zijn oorspronkelijke plek blijven liggen.

De betrokkenheid van de familie Polak en Veldhuis bij het graf is nog immer groot. Willy's zoon, Frank, heeft inmiddels als gastspreker veel verteld over zijn vader en de gebeurtenissen in 1945 en daarna. Ook wordt het graf regelmatig bezocht door familieleden. (2010)

 

Literatuur

  • Veerman, G.J., Wijhe voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, deel 3, 1e druk 1993.
  • Verhaal van Frank Polak, uitgesproken als gastspreker op 8 april 2010.

 

Internet

 

Met dank aan Teun Oosterbroek, Dennis Ouderdorp en Frank Polak

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.