Het grafmonument van Dirk Noordam

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Grafmonumenten

 

* Naaldwijk 5 augustus 1888 - † Valkenheide 8 september 1944

 

Valkenheide vanuit de lucht. De begraafplaats ligt links in het middenDirk Noordam was van 1922 tot 1944 directeur van het opvoedingsgesticht Valkenheide nabij Maarsbergen. Hij was al vanaf 1913 werkzaam op Valkenheide als adjunct-directeur-hoofdonderwijzer. Noordam drukte zijn stempel op dit gesticht en had daarnaast nog andere openbare functies. In de tumultueuze dagen van september 1944 werd hij op laffe wijze door de Duitsers om het leven gebracht. Enkele dagen later werd hij begraven op de begraafplaats van Valkenheide.

 

Valkenheide

In 1907 besloot de Synode van de Nederlands-hervormde Kerk een opvoedingsgesticht voor jongens te laten bouwen. In 1909 passeerde de akte van oprichting en gingen de oprichters op zoek naar een geschikt terrein in het midden van het land. Men zocht naar een ‘gezonde’ streek, enigszins geïsoleerd maar wel dichtbij een spoorweghalte. Die locatie werd gevonden op de Maarsbergse heide. Daar kocht de Synode tachtig hectare grond die vervolgens door de HeideMij ontgonnen werd. De stichting kreeg de naam Valkenheide. In 1910 werd de Amsterdamse bouwmeester C.B. Posthumes Meyes gevraagd om een ontwerp te maken voor Valkenheide. Hij ontwierp een hoofdgebouw, een paviljoen voor negentig jongeren, een werkplaats, schoollokalen, een boerderij en een aantal woningen. Ook voor water en licht werden voorzieningen getroffen. De bouw verliep voorspoedig en op 4 oktober 1912 kon koningin-moeder Emma het Opvoedingsgesticht Valkenheide openen.

 

Eerste jaren van Noordam op Valkenheide

Noordam werd op 1 april 1913 benoemd als adjunct-directeur-hoofdonderwijzer op Valkenheide. Hij was daarvoor hoofdonderwijzer in Maassluis. Noordam, geboren in Naaldwijk was een tuinderszoon. Zijn vader Nicolaas Noordam was een tuinder die getrouwd was met Neeltje Stolk, eveneens uit een tuindersfamilie. Noordam trad niet in de voetsporen van zijn ouders maar kwam in het onderwijs terecht. In 1909 trad hij in het huwelijk met Engeltje van den Berg met wie hij vier zoons en vier dochters kreeg.

Het jongenshuis A waar de leerlingen woondenNoordam trof op Valkenheide een nieuw gesticht aan waar nog veel gedaan moest worden aan onderwijs. Bij zijn aanstelling bood Valkenheide naast opvoedingswerk alleen een opleiding voor landbouwers- en tuindersknecht. Slechts enkele uren per week werden besteed aan lager onderwijs. Dankzij de inspanningen van Noordam kon in 1919 een ambachtsschool worden geopend. De verdienste lag overigens niet alleen bij Noordam, want vanaf 1919 subsidieerde de overheid dergelijke particuliere scholen. De jongens konden het geleerde op Valkenheide zelf in de praktijk brengen: ze bouwden woningen voor het personeel en de directeur van de ambachtsschool. Zelfs een watertoren werd door de leerlingen gebouwd. Ook andere voorzieningen werden in eigen hand aangelegd en Valkenheide had weinig hulp van buitenaf meer nodig. Ondertussen groeide het aantal pupillen gestaag.

Naast zijn werkzaamheden op Valkenheide raakte Noordam ook betrokken bij de hervormde geloofsgemeenschap van Maarn en Maarsbergen. Zo vervulde hij ondermeer een bestuursfunctie in een vereniging die ijverde voor het opzetten van een zelfstandige hervormde gemeente in Maarn en Maarsbergen. Als zodanig was hij ook betrokken bij de bouw van een hervormde kerk en de stichting van een christelijke lagere school in Maarn. Voor het realiseren van de school bewandelde Noordam de politieke weg: hij liet zich in 1919 verkiesbaar stellen als raadslid namens het CHU. Hij werd inderdaad verkozen als raadslid en benoemd als tweede wethouder. Een van zijn eerste doelen was uiteraard het realiseren van de zo gewenste school. Als wethouder was Noordam kritisch, consequent en zuinig. Eigenschappen die Noordam ook op Valkenheide toepaste.

Vanaf mei 1920 gaf Noordam geen lessen meer op Valkenheide. Hij had het te druk met het reilen en zeilen van het gesticht. Het was de opmaat voor zijn volgende functie.

 

Directeur

Op 24 mei 1922 werd Noordam benoemd tot directeur van de Stichting als opvolger van ds. Meeuwenberg. Daarmee werd de koppeling dominee-directeur losgelaten. De directeur hoefde geen theoloog meer te zijn, maar het geven van catechisatie bleef wel tot zijn taken behoren. De voorgangers in de kerkdiensten zouden in het vervolg door de Stichting Valkenheide worden betaald. Hoewel zijn werk op Valkenheide veel van hem vroeg, had hij nog tijd voor politieke zaken. Vanaf 1923 werd hij lid van de Provinciale Staten, wat hij tot 1935 zou blijven.

Ondanks dat Noordam een zuinig bestuurder was, worstelde Valkenheide constant met financiële tekorten. Dit kwam mede omdat het aantal pupillen voortdurend groeide. Giften en sponsoring stelden Noordam in staat om toch extra dingen te doen en de boel te laten draaien. In 1928 liet het bestuur van Valkenheide zelfs een heuse film maken om sponsorgelden binnen te halen. De zeventig minuten durende speelfilm droeg de titel Van Zonde en Zegen. In de film is Noordam prominent in beeld als een vader die zijn kinderen het juiste pad wijst. Die rol nam hij niet alleen voor de film aan, want hij was bij zijn pupillen zeer geliefd. Hij was dan ook zeer betrokken bij de jongens die hij onder zijn hoede had. Die betrokkenheid kan men ook letterlijk aflezen aan de twee boeken die Noordam schreef over de jongens die hij onder zijn hoede had. Het eerste boek, Gekrookt Riet, kwam uit in 1927. Het tweede boek, getiteld Mijn Jongens, werd vlak na de oorlog postuum uitgebracht. Het is vooral interessant omdat het Valkenheide in oorlogstijd beschrijft.

 

De jaren voor de oorlog

De jaren dertig waren voor Valkenheide zwaar. Het feit dat het aantal pupillen almaar groeide, was geen goed teken. Dat had zondermeer te maken met de crisisjaren waardoor de jeugdcriminaliteit toenam. Begin 1932 telde Valkenheide 176 pupillen, zelfs voor Noordam teveel om ze allemaal persoonlijk te kennen. De tekorten liepen in de tienduizenden guldens. Toch werd het 25-jarig bestaan van Valkenheide groots gevierd. In september 1934 brachten de feestelijkheden zelfs een tweetal ministers naar Valkenheide, maar geld brachten ze niet mee. Wel werd Noordam vanwege zijn inzet voor het gesticht na de feestelijkheden onderscheiden tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.

In 1937 werd besloten om de banden met de kerkelijke gemeente Maarn-Maarsbergen aan te halen. Hieruit blijkt dat Valkenheide geen ‘gesloten’ gesticht was. Er werden twee kerkenraadsleden benoemd, die met Valkenheide verbonden waren en daar ook woonden.

In 1939 ging de dreiging van een mogelijke oorlog niet aan Valkenheide voorbij. Direct na de mobilisatie van het Nederlandse leger werden een honderdtal militairen van de afdeling motorartillerie op het terrein gelegerd. De militairen betrokken een boerderij en de ziekenzaal met bijvertrekken werd tot kantonnementsziekenhuis verklaard. Zo kwam de oorlog voor Valkenheide langzaam dichterbij.

 

De oorlogsjaren

In de eerste oorlogsdagen van mei 1940 bleef Valkenheide buiten schot. In augustus werd het gesticht opgeschrikt door enkele (verdwaalde) bommen. Er was slechts geringe schade en wat schrik. Een groter probleem in die tijd was de plaatsing van honderd nieuwe pupillen. Al die monden moesten gevoed worden in een tijd waar de voedselvoorziening minder gemakkelijk verliep dan in normale tijden. Van de tachtig personeelsleden was er één lid van de NSB. Dat was voor Noordam niet geheel ongevaarlijk, want hij was samen met enkele andere personeelsleden al snel betrokken geraakt bij het ondergrondse verzet. In 1942 begon de situatie op Valkenheide te verslechteren. Het aantal beschikbare plaatsen was met nog eens 10% verhoogd en door de schaarste was de voeding eenzijdig. Dat leidde tot zwakkere jongeren en allerlei klachten, die zelfs voor enkele jongens tot de dood leidde. De slechte moraal buiten het gesticht drong steeds meer door tot Valkenheide. Een ander probleem was de toenemende aandacht van de Duitsers voor het gesticht. Zo trachtte de SS op Valkenheide jongens te werven voor het leger.

Noordam moest zich steeds vaker verantwoorden over de wijze waarop op Valkenheide met de bezetting werd omgegaan. Valkenheide zou ondermeer niet begrijpend genoeg staan tegenover het nationaal-socialisme. Bovendien kreeg Noordam als wethouder en loco-burgemeester van Maarn ook nog eens te maken met een NSB-burgemeester. Dat men Noordam niet vertrouwde, bleek uit het feit dat hij op 25 juni 1943 thuis werd opgepakt en verhoord. Noordam werd al snel weer vrijgelaten, maar de boer van Valkenheide werd daarop gearresteerd omdat hij zijn radio niet ingeleverd zou hebben. Het bleven moeilijke maanden, maar Valkenheide bleef gevrijwaard van een NSB’er op de stoel van Noordam.

Toen in september 1944 de geruchten over een op handen zijnde capitulatie toenamen, liep de spanning hoog op. NSB’ers raakten in paniek en gingen zelfs op de vlucht. Die vlucht kwam later bekend te staan als Dolle Dinsdag. De ontwikkelingen maakten dat het verzet besloot om tot actie over te gaan. Noordam had met het verzet afgesproken dat Valkenheide na de Duitse capitulatie gebruikt zou worden als strafkamp voor NSB'ers. Dat leidde ertoe dat de NSB-burgemeester van Leersum op 5 september werd gearresteerd door enkele verzetsmensen. Het verzet verzocht Noordam om deze NSB’er over te mogen brengen naar Valkenheide. Ook elders waren vooraanstaande NSB’ers gearresteerd. Ondanks dat de Duitsers lucht kregen van deze acties, besloot het verzet de plannen toch door te zetten. Noordam was wellicht niet van alle details op de hoogte, maar in een overleg met zijn mede-wethouder en de niet-gearresteerde NSB-burgemeester van Maarn werd hij op 6 september van alle details op de hoogte gebracht. Hij trok zich de ontwikkelingen zo aan dat hij die avond werd getroffen door een hartaanval. Noordam had bovendien nog een kou opgelopen waardoor zich een longontsteking ontwikkelde. De 7e september lag Noordam dan ook zwaar ziek te bed. Die dag kreeg hij bezoek van de Sicherheitsdienst (SD) die inmiddels de verzetsleden op het spoor waren die eerder de NSB’ers hadden gearresteerd. Een vrouw van een herkende verzetsstrijder had onder dwang verteld dat de NSB’ers op Valkenheide werden vastgehouden. De Duitsers hadden daarna de NSB’ers snel gevonden en bevrijd. Noordam wist de Duitsers ervan te overtuigen dat hij van niets wist waarop de Duitsers weer vertrokken.

De volgende dag waren de Duitsers echter weer terug. Die hadden waarschijnlijk hun twijfels of ze hadden nadere informatie gekregen. In de ochtend van 8 september 1944 werd al het personeel verzameld in de kerkzaal. Vervolgens drongen ze de directeurswoning binnen en stuurden de familie naar het hoofdgebouw. Noordam zelf, nog zwak door de hartaanval en de longontsteking, werd voor zijn huis in zijn pyjama op een stoel gezet. Hij werd ter plekke doodgeschoten. Terug uit het hoofdgebouw vond een van zijn dochters het lichaam van Noordam in een bloemperk.

 

Uitvaart en grafmonument

Hoe de dood van Noordam ervaren is door familie en personeel is niet bekend, maar het moet letterlijk een donderslag bij heldere hemel zijn geweest. Was Noordam verraden, of diende hij als voorbeeld?

De uitvaart vond plaats in de ochtend van 12 september. Professor De Vrijer uit Utrecht hield een rouwdienst. De uitvaart van Noordam mocht slechts bijgewoond worden door familie en enkele personeelsleden die als dragers fungeerden. De begrafenis vond plaats op Valkenheide zelf. Het gesticht kende sinds 1931 een eigen begraafplaats en daar, op een prominente plaats werd Noordam begraven. Geen van zijn ‘jongens’ mocht afscheid nemen of aanwezig zijn bij de uitvaart. Een eerbetoon mocht pas later plaatsvinden.

Het grafmonument voor Noordam, gefotografeerd in de 50er jarenNa de oorlog werd op het graf van Noordam een grafmonument geplaatst. Het is een fors monument geworden dat goed past bij de verdiensten van deze man. Het is geen grafmonument als alle andere maar meer een klein bouwwerk, geheel van zandsteen. De plattegrond wordt deels omgeven door een lage muur en lijkt nog het meest op dat van een kerkgebouw met een driezijdig gesloten koor. Men kan letterlijk het monument binnenstappen via een pad van grote tegels. De toegang wordt geflankeerd door lage pijlers met bollen. Op de vloer van het monument liggen grote flagstones. De aandacht wordt vooral getrokken door de hoge opstand in een van de hoeken. Hier is een hoge kolom aangebracht met daarop een tekst aan de ene kant en een beeltenis van een jongen aan de andere kant. Rechts hiervan is een bankje aangebracht. Aan de andere kant is langs de lange kant van het monument nog een iets lager blok aangebracht met daarop eveneens een tekst. De tekst op de hoge kolom luidt:

DIRECTEUR

van

VALKENHEIDE

van

1 juli 1922

8 september 1944

Jongen van Valkenheide op het grafmonument

De afbeelding van de jongen is nagenoeg levensgroot en in hoogreliëf uitgevoerd. Het stelt ongetwijfeld een van de ‘jongens’ voor die Noordam eerst les gaf en daarna leidde en opvoedde voor een beter bestaan. De tekst op het lagere blok bevat de naam van Noordam, zijn geboorteplaats en datum en het jaar en plaats van overlijden. Daaronder is nog de tekst opgenomen voor zijn vrouw die op 1 oktober 1974 in Leersum overleed. Zij is eveneens hier begraven.

Het grafmonument voor de op laffe wijze omgebrachte Noordam maakt indruk en vraagt om het bijbehorende verhaal. Dat is hiermee verteld.

 

Overzicht

Literatuur

  • Caspers, Loek; Vechten voor vrijheid. Oorlog en verzet op de Utrechtse Heuvelrug (Hilversum, 2007)
  • Heurneman, Mieke; 'Van zonde en zegen', in GM Kwadraat, tijdschrift van Erfgoed Utrecht, nr. 1 lente 2006.
  • Maes, E.J.M.; 'Dirk Noordam (1881-1944) directeur jeugdopvoedingsgesticht Valkenheide', in: Utrechtse biografieën: de Utrechtse Heuvelrug-Zuid ; levensbeschrijvingen van bekende en onbekende mensen uit de gemeenten Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal. (Utrecht, 2006)

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section