Een vergeten graf uit de Eerste Wereldoorlog

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in (Herdenkings-)monumenten WOI

OverlijdensakteIn het Groningse Nieuw-Beerta ligt een bijna vergeten slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Vergeten omdat geen gedenkteken zijn graf meer siert, vergeten omdat niemand weet wie hij is. Daarnaast zijn er twijfels over de nationaliteit. Zelfs over de omstandigheden waaronder hij om het leven is gekomen, is onduidelijkheid. Op de overlijdensakte staat daarover alleen vermeldt dat “een onbekend manspersoon” is overleden te Nieuw Statenzijl, een gehucht in het uiterste puntje van Groningen, daar waar de Westerwoldse Aa uitmondt in de Dollard. Hier ligt een sluizencomplex dat zijn oorsprong heeft in de zeventiger jaren van de 19de eeuw. Het ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens die loopt langs de benedenloop van de Westerwoldse Aa richting Bad Nieuweschans.
Het overlijden van het onbekende slachtoffer werd op 10 juli 1917 aangegeven door rijksveldwachter Jan de Jonge en arts, Barteld Oosterhuis, beiden uit Beerta. De overlijdensakte meldt verder nog ‘vermoedelijk van Servische nationaliteit, oud naar gissing ongeveer dertig jaren. Meerdere gegevens zijn omtrent dezen persoon niet bekend.’ Waarop zijn nationaliteit is gebaseerd, is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk had hij een Servisch uniform aan, maar waarschijnlijker is dat hij zwarte burgerkleding droeg met merktekens en het woord Kriegsgefangener op zijn rug. In die periode kwamen er in de omgeving vaker krijgsgevangenen de grens over, meestal Russen, soms ook een enkele Serviër. Ook dat kan in de beoordeling mee hebben gespeeld.

H.J. Popping, de archeoloog die een verkeerde keus maakte

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in De verzwegen graven van de oorlog

Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is niet altijd zwart of wit zoals het met regelmaat geschetst wordt. We noemen het gebied daartussen vaak grijs, waar ook wel de term veelkleurigheid wordt gebruikt voor al die mensen die zich tussen de uitersten van goed en fout bewogen. Dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen zijn geweest die de ergste misdaden hebben begaan, lijdt geen enkele twijfel. De meesten zijn daarvoor gestraft, in een aantal gevallen zelfs met de meest ultieme straf, de doodstraf. Van enkelen van hen resteert nog een graf. Dat is belangrijk om het verhaal te kunnen blijven vertellen, ook vanuit funerair oogpunt. Begraafplaatsen zijn immers een afspiegeling van onze maatschappij en onze geschiedenis. Op die begraafplaatsen liggen dan ook mensen die een rol hebben gespeeld in de Tweede Wereldoorlog en zelf om het leven kwamen. Verzetsstrijders, burgerslachtoffers, NSB-ers, joden, soldaten en zoveel meer. Dergelijke grafmonumenten kenmerken zich soms door gebruik van specifieke symboliek of een tekstuele verwijzing. Soms is er alleen een datum op een grafmonument die ons even stil laat staan, zoals 8 maart 1945, de dag van de represailles voor de zogenoemde aanslag op Rauter een dag eerder. Honderden verzetsstrijders en gewone burgers werden er in het land doodgeschoten.
Velen overleefden de oorlog ook, zowel ‘goede’ als ‘foute’ mensen. Ook hun graven maken onderdeel uit van een verhalende geschiedenis. Een voorbeeld is het graf van Hendrik Jan Popping, die een belangrijke rol speelde in de vooroorlogse geschiedschrijving van de Stellingwerven, een gebied in het oosten van Friesland, ten zuidoosten van de rivier de Tjonger. Voor de keuzes die hij heeft gemaakt in de oorlog werd hij later gestraft. Popping werd na de oorlog als mens verguisd en was als archeoloog deels vergeten. Een korte geschiedenis over zijn leven en werk.

Willem Okhuijzen, slachtoffer van de Ramp van Westkapelle

Geschreven door Marc de Bruijn op . Gepost in (Herdenkings-)monumenten WOI

 

Portret Willem Cornelis Okhuijzen (1879-1914 in KNIL-uniform.Op de begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede ligt het graf van Willem Cornelis Okhuijzen, een militair die in 1914 omkwam bij een ramp met een zeemijn bij Westkapelle. Wat was de achtergrond van deze gebeurtenis en wat waren de banden van Okhuijzen met Heemstede?

Het is een van de best bewaard gebleven grafmonumenten in sectie 2 van de begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede. ‘Willem Cornelis Okhuijzen, kapt. inf. N.I.L.’, staat er op, ‘geb. te Soerabaja 22 mei 1879 overl. te Westkapelle 16 nov. 1914’. Het lijkt niets bijzonders, maar dat is het wel: kapitein Okhuijzen werd met acht anderen opgeblazen bij een ramp met een zeemijn aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Om kwart over twee op 16 november 1914 ontplofte bij de Westkapelsedijk een zeemijn. Negen mannen werden in stukken uiteengereten en later teruggevonden langs de dijk en in het achterland. Kranten kopten met de ‘Ramp van Westkapelle’ of ‘Het ontzettende ongeval bij Westkapelle’.

Hoe zat het eigenlijk met die mijnen voor de Nederlandse kust? 

Margraten - 'Van Alabama naar Margraten; herinneringen van grafdelver Jefferson Wiggins'

Geschreven door Mieke Kirkels op . Gepost in Begraafplaatsen

Het boek “Van Alabama naar Margraten; herinneringen van Jefferson Wiggins”, is het verhaal van een van de zwarte soldaten die eind 1944 de blanke gesneuvelden begroeven. Gesneuvelden die in legertrucks naar Margraten werden gebracht.

Het boek is gebaseerd op de ervaringen van de jonge, zwarte Amerikaanse soldaat in een strikt naar ras gescheiden leger. In dit artikel ligt het accent op de herinneringen die Wiggins had aan zijn tijd op de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats – in aanleg - in Margraten. Hij hielp er bij het begraven van ruim 20.000 gesneuvelde Amerikanen.

Colonnes trucks, volgeladen met lijken.

Luchtfoto van de omgeving van de begraafplaatsVolgeladen met lijken reden colonnes (General Motors Company) GMC- trucks af en aan naar Margraten, een boerendorp met destijds 1200 inwoners. Ze reden met een vaart van 90 km per uur door de dorpen, want anders zou de stank daar te lang blijven hangen.

Meteen na de bevrijding van Zuid-Limburg, september 1944, besloot het Amerikaanse leger daar een oorlogsbegraafplaats aan te leggen. Captain Joseph Shomon van de 611de Graves Registration Company (GRC), kreeg de opdracht om zo snel mogelijk een geschikt terrein te zoeken voor een Amerikaanse begraafplaats. Generaal William Hood Simpson had aan de soldaten van het Negende Leger beloofd dat ze niet in vijandelijke grond begraven zouden worden. Shomon koos voor de akkers in Margraten, vanwege de gunstige ligging aan de Rijksweg die dwars door Zuid-Limburg liep. Een gebied van ruim 26 hectare werd gereed gemaakt om gesneuvelden van verschillende slagvelden en noodbegraafplaatsen te begraven. Wat Shomon niet wist, was dat er in de daaropvolgende maanden ruim 20.000 gesneuvelden naar Margraten zouden worden gebracht. Stoffelijke resten van Amerikaanse soldaten, Duitse soldaten en soldaten van andere nationaliteiten, die eerder waren begraven op noodbegraafplaatsen.

De GRC trok met de Amerikaanse gevechtstroepen op zodra een confrontatie met vijandige troepen voorbereid werd. Tijdens de gevechten zochten ze alvast een plek uit voor noodbegraafplaatsen. Dat was uit respect, om hygiënische redenen, maar ook omdat het demotiverend zou zijn voor de resterende troepen om lijken langs de weg te zien liggen.

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section