Grafpoëzie te Leermens

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Begraafplaatsen

 

In 1040 komen we de naam van het dorp Leermens tegen in een oorkonde van koning Hendrik III, waarin hij zijn bezittingen te Leermens (Letherminge) en het naburige Enum (Enon) schenkt aan de St. Maartenskerk te Utrecht.
Ook in lijsten van kloosterbezittingen uit de 10e en 11e eeuw van het door Liudger gestichte klooster te Werden (Duitsland) komen we beide plaatsen tegen.
De dorpskerk van Leermens is al vroeg tot rijke ontplooiing gekomen en bezat St. Donatus als patroonheilige. Een oud spotlied in een uit het jaar 1551 daterend te Göttingen bewaard handschrift luidt:

Di goede sinte Donnatus
Al uth fan Leremens,
Di friat sinte Wolburch
In da saasche Gryns;
Hi baed har waex,
Hi baed har flaex,
Hi baed har paenyen.
Nae, qua sinte Wolburch,
Ick wol naet maenye.

De betekenis van het lied: De patroon van Leermens, Sint Donatus, zocht toenadering tot Sinte Walburch uit het Saksische Groningen, maar hij slaagde niet in zijn bedoelingen. Wat hij haar ook aanbood, Walburg wilde ongetrouwd blijven.
Naar de achtergrond van dit lied kan men slechts gissen. Wel is duidelijk, dat het kerspel Leermens zich niet de mindere achtte van Groningen.

De kerk, die aanvankelijk (11e eeuw) bestond uit een tufstenen zaalkerkje, werd voorzien van twee dwarsbeuken met een koorsluiting. In het tweede kwart van de 13e eeuw werd deze koorsluiting vervangen door een rechthoekig koor en kreeg de kerk haar huidige karakter. In de kerk bevinden zich nog een aantal zerken. Onder het doksaal in het zuiderdwarspand bevindt zich de zerk van een priester en in het noorderdwarspand treffen we enkele staande en liggende zerken aan. De ruimte onder het koor kan vanwege de geringe hoogte niet worden beschouwd als een krypte, maar veeleer als grafkelder. Bij de restauratie zijn daarvan echter geen sporen teruggevonden.

 

Het kerkhof

Geen woord noch vrienden troost,...Leermens is een dorp op een wierde. De kerk vormt als het ware de bekroning van de wierde. Uiteraard is rondom de kerk al eeuwen begraven, maar nu treffen we overwegend grafstenen en grafzerken aan uit de 19e eeuw. Stenen en zerken met een bonte verzameling aan poëzie.
Poëzie, waarop je allerlei criteria zou kunnen loslaten, maar die we willen benaderen voor wat ze is: uiting van mensen in hun verdriet om het verlies van een dierbare.

Ontrukte mij de dood een lieve echtgenoot,...Aarde tot aarde, stof tot stof. Het zijn woorden, die men tegenkomt in het ritueel van begraven. In een grafdicht wordt de aarde soms expliciet vermeld, meestal om de plaats aan te geven waar het leven zich afspeelde. Soms om de plek te duiden, waarin de overledene zijn of haar laatste rustplaats vond. In het laatste geval wordt de aarde vaak een impliciet gegeven.

Maar ach, het is Gods welbehagenZich neerleggen bij het feit van de dood, maar die dood ook weer plaatsen in een gelovig verband, daarvan zien we veel voorbeelden op de stenen en zerken. De achtergeblevenen berustten, zij vonden rust in het geloof, dat er een macht was sterker dan de dood.

Als met een kaars op 't open veldHoe jong of oud iemand sterft, het sterven maakt duidelijk, dat het menselijk leven eindig, vergankelijk is. Dat wordt in feite in elk grafdicht zichtbaar; soms indirect, soms heel direct. Verwoord in een beeld, zoals dat van een brandende kaars op een open veld. Spoedig zal de wind de vlam uitblazen.
In een enkel grafdicht wordt de vergankelijkheid wel heel kil verwoord, zoals wanneer er gesproken wordt van het lichaam dat prooi der wormen wordt.

...een prooi der wormen...Niet alleen is er het geloof in een macht sterker dan de dood, ook de belofte van een leven na de dood werd op verschillende wijze in de grafpoëzie aan de orde gesteld: eeuwigheid, eeuwig huis of hemelstad.

Geloof, Godsvertrouwen, hoop worden soms genoemd, maar zijn in de meeste gevallen de basis waarop de poëtische ontboezemingen stoelen. Gevoelens van verdriet werden niet verdrongen, zoals werd verwoord in het volgende grafdicht:

Rust dan zacht, o teer geliefde
Hoe of ook Uw dood ons griefde;
Slechts met tranen in het oog,
Blikken wij vol hoop omhoog.

Rust zacht lief kind en zusje...Kinderen stierven jong en veel vrouwen stierven in die tijd in het kraambed. Ze werden soms begraven met het kind, dat zij baarden. Aangrijpend zijn de stenen en zerken, die ons dat vertellen.

...van 't voor mij sukkelend leven...Het leven van sommigen was moeizaam te noemen. Treffend is dan ook de ontboezeming, waarin je als het ware de verzuchting hoort: nu ja, het is niet anders en het was toch al niet zoveel.

Soms liet men de gestorvene nog spreken. Over het graf deed hij nog een oproep of vermaning aan het adres van de levenden.

Slaap moeder, slaap, in 't stille graf.Men zou nog zoveel hebben willen zeggen aan de dierbare gestorvene. Nu dit niet meer mogelijk was, leende zich de grafsteen voor een paar lieve woorden. Woorden, die soms doen denken aan het wiegelied: slaap, kindje slaap.
Misschien is dat ook wel de achterliggende gedachte geweest: een moeder, die haar kindje zo vaak in slaap heeft gewiegd, werd nu voorwerp van zorg. Of men wilde nog iets zeggen tot de tante, die zo zeer werd gewaardeerd.

...een goede vader...Uiteraard was er ook veel over de gestorvene te zeggen. Daarvan leggen vele grafdichten getuigenis af in niet mis te verstane bewoordingen.

Zo werd en wordt het gezien: het lichaam, het stoffelijke, daalt in het graf en de ziel keert terug tot God.

Afgeleef en oud van dagen...Hoe er door ziekte geleden werd, daarvan spreken ook een aantal grafdichten. De gezondheidszorg in die 19e eeuw was nu eenmaal een beperkte in middelen en mogelijkheden. Mensen werden niet altijd oud.

De grafstenen op dit dorpskerkhof, rijkelijk voorzien van poëzie, nodigen uit om gevolg te geven aan de oproep, die elders werd aangetroffen:

 

een ieder die aan dit
graf vertoeft: heb een
goede gedachte en
het zal u rust geven

(2002)

 

Literatuur

  • H. Halbertsma, 'Oudheidkundig onderzoek in de Ned.Herv.Kerk te Leermens' in: Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek jaargang 12-13, 1962-1963
  • H. de Olde, R. Wobbes, Wij hopen dat 't u goed mag gaan; Groningen (2002)

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.