Grafpoëzie te Bedum

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Begraafplaatsen

 

Veel grafmonumenten op de begraafplaats van Bedum aan de Schoolstraat stralen een zekere voornaamheid uit. Bedum mag dan de belangrijke positie als bedevaartplaats hebben verloren, de Sint Walfridus met de scheefste toren van Nederland herinnert aan de tijd dat pelgrims van heinde en ver kwamen om de geloofsprediker Walfridus en zijn zoon Radfridus te vereren, die door de Noormannen werden vermoord. Op het fundament van het christelijk geloof dat Walfridus legde, is in Bedum stevig voortgebouwd. Reeds van verre wordt het zichtbaar in de torens van de godshuizen, die in de loop der eeuwen rondom de Sint Walfridus verrezen. Niet minder getuigen op de begraafplaats de bijschriften en grafdichten ervan.

Na een vereeniging
Van meer dan vijftig jaren
Moest ik bedroefd op 't lijk
Der dierbre gade staren
Die altijd haren plicht
Met moeder liefde en zorg
Voor heel ons huisgezin
Blijmoedig heeft verricht
Zij was het beeld der deugd
Beproefd door ramp en lijden,
Die door haar edel hart
nog stof vond tot verblijden;
Die voor haar gade en kroost
Voor vrienden en voor magen
Een troost des levens was
In voor- en onspoeds dagen;
Die door haar liefde en trouw
Veel vrienden had verworven
En met de dank van hen
In vree nu is gestorven.
Die met gelatenheid
De smart des lichaams duldde
Terwijl de reine deugd
Haar hart en ziel vervulde
Toen eene wenk van God
Haar uit dit leven riep,
Waar zij vol pijn en smart
Op deze aarde ontsliep,
Mocht zij na 't droevig lijden
zich eeuwig nu verblijden,
En wij met haar na dezen
Bij God vereenigd wezen.
Krijthe
Men riep hem vroeg en laat,
Bij Barenden en Kranken;
Hij gaf hun hulp en raad
Wat meer vaak helpt dan dranken.
Hij leefde liberaal en Vrij.
Had afkeer van bedriegerij.
Door dienstbaarheid een aardsche slaaf,
Was nedrig, eerlijk, tevens braaf.
Verleende bijstand wie genaken,
En zou graag elk gelukkig maken.
Ook werd er algemeen gezegd
Hij veinsde niet, maar was opregt;
Sprak met verachting van die snaken,
Wie zich aan roofzucht schuldig maken.
En hield door vlijt zijn eer bewaard.
Geen mensch leeft ooit volmaakt op aard.
Zijn pligt heeft hij bij dag en nacht,
geheel zijn leven trouw volbracht.
Voor gade en kroost zijn zorg gebleken,
men zal nog jaren van hem spreken.
Op 't schaatsen rijden en in 't gaan
Trof men zijn weergâ zelden aan.
Hij meende 't goed met allen, Vrinden.
Zou hij nu 't Paradijs niet vinden?
Schoon kinderen en vriend en magen,
Hun droef gemis zeer diep beklagen,
En 't hier op aarde al verslijtte,
Vaar eeuwig wel! Franciskus Krijthe!

 

echtpaar_KrijtheFranciskus Krijthe heeft in het grafdicht een monument opgericht voor zijn vrouw Aafke Tonnis Alting, toen zij in 1873 op 70-jarige leeftijd hem ontviel. Verraadt zich in de derde en vierde regel de arts, wanneer hij dicht: "moest ik bedroefd op 't lijk der dierbre gade staren"? Hij zal immers meermalen in zijn praktijk aan sterfbedden hebben gestaan en gebogen over de patiënt hebben moeten vaststellen dat deze overleden was. Evenals zijn vrouw, zoals mag blijken uit het gedicht, was Krijthe zelf ook een bijzonder mens, zoals we kunnen opmaken uit het gedicht op zijn graf:

 

Krijthe7Een legendarisch mens, deze heel- en vroedmeester Franciskus Johannes Arnoldus Krijthe. Niet slechts om zijn medische arbeid, ook om zijn sportieve prestaties. Tot op hoge leeftijd schaatste hij. Zo lezen we in de Prov. Gron. Courant van maart 1975, hij is dan 80 jaar, dat hij per trein vertrok naar Scheemda om vandaar op de schaats naar zijn vriend Buiskool in Beerta te rijden. Na geschaatst te hebben in die omgeving werd de terugtocht ondernomen naar Scheemda. Daar nam hij afscheid van Buiskool en reisde vandaar met de trein terug naar Bedum. Krijthe heeft zelfs een schaats ontworpen, waarvoor hij van de Maatschappij van Landbouw in de provincie Groningen te Winsum een "Eereblijk" ontving.
Liefhebber van een borrel, was Krijthe ook een verstokt pijproker. Er moeten in het Tabacologisch museum van Niemeijer in Groningen nog "Krijthe-pijpen" zijn geweest. Hoewel gedoopt als Rooms-katholiek wilde hij geen binding met de kerk. Overigens heeft hij de armenkas van de Rooms-katholieke kerk te Bedum regelmatig met een gift bedacht. Gelovig was hij zeker, hetgeen mag blijken uit de laatste regels van het grafdicht op de zerk van zijn vrouw.

LofversWie trouwens over de begraafplaats van Bedum dwaalt, zal telkens weer ontdekken hoe mensen in dichtvorm uiting van geloof en vertrouwen hebben gegeven. Dat spreekt natuurlijk voor de hervormde dominee Lofvers, die overleed in 1891. Op zijn zerk lezen we:

Het graf dat dezen steen bedekt,
Bevat wie eens op aarde,
Ons lang ten zegen heeft verstrekt,
Onschatbaar was in waarde,
Zoo rust dan zacht, geliefde Vader,
En kome uw Geest der hooge Godheid nader.

Johanna_Lofvers-HommesHet gedicht op de zerk van zijn vrouw, die in 1876 overleed, verraadt de theoloog in de dichter:

Is 't slechts geleend, wat ons Gods
liefd' wil geven:
Er dient dan niet getreurd, neemt
Hij het ons weer af.
Ook zij, wier stof hier rust, ontsliep
voor hooger leven
En blijft Gods eigendom tot aan,
tot over 't graf.

Talje_DoornbosTalje Doornbos was nog maar 25 jaar, toen ze haar echtgenoot ontviel. Het gedicht op haar zerk wil dat ook verwoorden:

Spoedig was het dierbaar leven,
Dat we op deez steen beschreven,
Als een tijdgolf weggevloeid.
Schenke God ons in ontverming,
Zijne troost en Zijn bescherming,
Als een traan dit graf besproeit.

Aaltje_Braker2Nog maar 16 jaar was Aaltje Braker, toen ze stierf in 1884. Te oordelen naar het gedicht, is ze al op jeugdige leeftijd bezig geweest met de dingen van na dit leven.

HIER RUST NU IN HET STOF DER AARDE
EEN MEISJE JONG DOCH REEDS BEREID
EEN LEVEN VAN VEEL HOGER WAARDE
TE LEVEN IN DE EEUWIGHEID
BIJ JEZUS KUNT GE MIJ STRAKS VINDEN
DAT WAS IN 'T LAATST HAAR EIGEN TAAL
EN OUDERS, ZUSTER, BROEDERS, VRINDEN
GIJ KOMT OOK SPOEDIG ALTEMAAL

Bouwman2Jakob Bouwman werd 74 jaar oud en maant ons niet te treuren bij het zien van zijn graf. Hij laat in het grafdicht ook aangeven waarom:

O! WANDLAAR, DIE
DIT GRAF BEZIET,
TREUR TOCH NIET, DAT
'K HIER MOET RUSTEN,
MIJN LEVENSLOOP WAS
AAN ZIJN END,
'K HAD MIJN OOG GE-
WEND NAAR 'S HEMELS
KUSTEN.

Zie_om_u_heenOp deze dodenakker vinden we ze, gedichten, die we ook elders aantreffen en heel oorspronkelijke. Bij het verlaten van de begraafplaats kijken we nog even om en beseffen de betrekkelijkheid van het bestaan:

De dood roept iedereen
Ziet hier maar om u heen
Hoe lang hij ons ook
spaarde
eens rust ons stof in
d' aarde.

 


(2005)

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section