Grafpoëzie te Bierum (Gr.)

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Begraafplaatsen

Kerk BierumBeeldbepalend voor het dorp Bierum is de oude middeleeuwse kerk, gewijd aan Sint Sebastiaan. Een opvallende steunbeer tegen de westgevel van de toren behoedt deze tegen verzakkingen. Van 1811 tot 1989 was Bierum hoofddorp van de gelijknamige gemeente, die de dorpen Bierum, Holwierde, Godlinze, Krewerd, Losdorp en Spijk omvatte. Na 1989 verloor de gemeente haar zelfstandigheid en ging op in de gemeente Delfzijl.

Een wandeling over het kerkhof rond de kerk en de begraafplaats aan de Luingaweg maken duidelijk welke rol geloof en kerk in de loop van de tijd hier hebben gespeeld. De Afscheiding, geïnitieerd door dominee Hendrik de Cock, heeft hier zijn sporen nagelaten. Sinds 1835 hielden “Afgescheidenen” in Bierum huisgodsdienstoefeningen omdat ze zich niet konden verenigen met de leer, die in de officiële kerk werd verkondigd. Deze “Afgescheidenen” waren strikter in de leer dan menig afgescheiden groep in de nabije omgeving, zoals bijvoorbeeld te Spijk. Zij wensten geen verzoek te richten tot de overheid om vrijheid van godsdienst en zich te melden als nieuwe kerkformatie. De gemeenten, die dat wel deden, werden Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk genoemd. De gemeenten, die evenals Bierum dit niet deden, droegen de naam Gereformeerde Kerk onder ’t kruis.

Grafpoëzie te Spijk

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Begraafplaatsen

De Spijkster dodenakker als een dichtbundel op het Groninger Hoogeland

 

‘t Is alles eenvoud wat uw stoerheid sierde,
En alledaagsch bij werelds wufte pronk:
Het zwaatlend koren rond de heilge wierden,
Uw kolken waar kasteel en kerk in zonk;

Temidden graan en bontbebloemde weien,
Waar de gelatenheid zichzelf bedroomt,
De nuchtre pracht der rijke boerderijen
Met breede schuren tusschen schraal geboomt’ ;

De polders met hun angstige eenzaamheden,
Waar de een’ge leeuwrik onder ’t blinkend zwerk
Het brandend hart is, vreemd aan teederheden
En moede van der handen dienend werk.

Stil – uit een dorp galmt klaar Gods eeuwge vrede;
’ t Verweerde luien van vervallen kerk.

Meesterswoning KeuningZo zag Willem de Mérode (1887- 1939), pseudoniem voor Willem Eduard Keuning, “zijn” Groninger Hoogeland. Op dat Hoogeland werd hij geboren als zoon van Jan Keuning, hoofdmeester van de gereformeerde lagere school van Spijk, en diens echtgenote Elisabeth Wormser. Op dat Hoogeland zou hij als onderwijzer van 1907 tot 1924 werkzaam zijn aan de gereformeerde school te Uithuizermeeden.
Van dat Hoogeland scheidde hij na een dramatische periode ten gevolge van een kortstondige seksuele relatie met een oud-leerling. In 1924 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, keerde hij niet terug naar het Hoogeland, maar vestigde zich in Eerbeek. Na een teruggetrokken, maar zeer arbeidzaam literair bestaan, overleed hij er in 1939 en werd er begraven. Een gedenkteken in Uithuizermeeden en een gedenkplaat aan de muur van het meestershuis in Spijk herinneren aan deze grote protestants-christelijke dichter.
Veel ophef veroorzaakte in 1917 het boek Kinderen in verstand en boosheid van Willem’s broer Pieter Keuning. Veel Spijksters herkenden in het dorp Oldencate hun dorp Spijk. Oldencate was immers de naam van de toenmalige boerensociëteit van Spijk. Velen herkenden zichzelf of anderen in de personages van het boek. De beschrijvingen waren vaak niet erg vleiend.

Als bloemen bij het graf - Assen

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Als bloemen bij het graf

Zuiderbegraafplaats in AssenDe grafsteen op het graf van Jannes Smit
 op de Zuiderbegraafplaats in Assen ademt een diep geloof.
 Onder het gekroonde kruis zijn de
 woorden: God is liefde aangebracht.
 De grafsteen is voorzien van een grafdicht:



Roem wereld uw schatten

Gij kunt niet bevatten

Hoe rijk ik wel ben
‚
k Heb alles verloren

Mijn Jezus verkoren

Wiens eigen ik ben


Het is een couplet uit het stichtelijk
 gedicht van Hieronymus van Alphen:
 De rijke Bedelaar .
De nabestaanden hebben de woorden van dit couplet als door Jannes uitgesproken op de steen laten plaatsen.
 Om het couplet heel persoonlijk te laten zijn, 
heeft men de oorspronkelijke 
laatste twee regels:
 Maar Jezus verkoren
 Wiens rijkdom ik ken, 
gewijzigd in de woorden:
 Mijn Jezus verkoren
 Wiens eigen ik ben.

Als bloemen bij het graf - Bad Nieuweschans

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Als bloemen bij het graf

 

NieuweschansGrote sociale tegenstellingen hebben het gebied waarvan Nieuweschans deel uitmaakt getekend. De schrijver Frank Westerman beschreef het in zijn 'Graanrepubliek'; de zanger en regionaal radiopresentator Alex Vissering bezong het in het lied 'De Groanrepubliek'. De diepe kloven, die ontstonden, waren en zijn vaak nog moeilijk te overbruggen.

In het grafdicht op de achterzijde van het grafmonument van het echtpaar Zuidland-Jansen wordt de tegenstelling aangestipt in de woorden heer en bedelaar, maar ook de gelijkheid van mensen, wanneer ze gestorven zijn.

hier rust heer en bedelaar
allen vredig naast elkaar
en is hun woning nog zo fijn
d’ inhoud blijft gelijk net mijn

Die gelijkheid is treffend weergegeven in de zin: d’ inhoud blijft gelijk. Bedoelde inhoud is de inhoud van het graf, dat in het grafdicht hun woning wordt genoemd. Duidt de eerste regel op de tegenstelling: heer en bedelaar, de tweede regel geeft de overbrugging van die tegenstelling aan: allen vredig naast elkaar. In het grafdicht wordt ook gewezen op ongelijkheid, wanneer de dichter spreekt: en is hun woning nog zo fijn, het ene graf is immers wat uitstraling betreft het andere niet; nog maar te zwijgen over de verschillenden “klassen” op een begraafplaats.
In elk geval is de boodschap van het grafdicht duidelijk.



Meer artikelen...

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section