Hoedemaker, Ph.J.

Geschreven door Marc de Bruijn op . Gepost in Religie


* Utrecht 15 juli 1839 - † Santpoort 26 juli 1910

‘Heel de kerk en heel het volk’

Portret van Philippus Jacobus Hoedemaker (1839 1910) gesigneerd Bernard de HoogOnder een van de hoogste grafmonumenten in sectie I, het oudste deel van de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede, rust dr. P.J. Hoedemaker ‘Bedienaar des Goddelijken Woords’. Een bijzondere man die eigenlijk min of meer toevallig in Heemstede begraven werd.

Philippus Jacobus Hoedemaker (1839-1910) was een hervormd theoloog en predikant. Hij werd geboren in Utrecht waar zijn vader een boekhandel in godsdienstige boeken had en zijn moeder actief was in de kerk. Het gezin Hoedemaker behoorde tot een van de behoudende kerken die zich in 1834 hadden afgescheiden van de Nederduits Hervormde Kerk, wat bekendstaat als de Afscheiding. Samen met een aantal geloofsgenoten vertrokken ze in 1851 naar Amerika om daar een nieuwe maatschappij op te zetten, gestoeld op de leer van de bijbel. Zoon Philippus studeerde aan de theologische hogeschool van de Dutch Reformed Church in New-Brunswick (New Jersey), maar brak zijn studie af en ging werken, als klerk, als onderwijzer en in een ijzerwinkel. Hij nam als achttienjarige in 1857 actief deel aan de campagne voor de democratische presidentskandidaat James Buchanan. Hij deed dat zo goed dat hem de post van secretaris op de ambassade van de VS in Den Haag in het vooruitzicht werd gesteld. Maar Hoedemaker was zo geschokt door het gedrag van enkele partijfunctionarissen tijdens een feestdiner, dat hij van een politieke loopbaan afzag.
Het gezin Hoedemaker ging in 1862 terug naar Europa en Philippus vervolgde zijn theologische studie in Bonn, Heidelberg en Straatsburg en ten slotte in Utrecht, waar hij in 1867 promoveerde. Hierna was hij predikant in Veenendaal, Rotterdam en vanaf 1876 in Amsterdam.

Vrije Universiteit

Dr. Abraham Kuyper (1837-1920), voorman van de behoudende stroming binnen de Hervormde Kerk, was in 1879 de oprichter van de Antirevolutionaire Partij en in 1880 van de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Vrij’ betekende in dit geval vrij van staatsbemoeienis en de universiteit was bedoeld om orthodoxe predikanten, strikt in de leer, op te leiden. Philippus Hoedemaker werd een van de eerste hoogleraren en doceerde van 1880 tot 1887 Ethiek en Praktische Godgeleerdheid. Hoedemaker hoopte dat de VU een positieve invloed zou hebben op kerk en volk, maar kreeg steeds meer moeite met de felle discussies en de haast militante opstelling van Kuyper. In 1886 vond er opnieuw een scheuring in de kerk plaats. Bij deze Doleantie braken ongeveer Philippus Hoedemaker met zijn vrouw Johanna Horst (1844 1911) en hun vier zoons en zes dochters. De foto is genomen tussen 1887 en 1890 in Nijland300.000 personen, tien procent van het geheel, met de Nederlands Hervormde Kerk. Ze noemden zich de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende). Dolerend is de Latijnse term voor klagend: ze klaagden over de kerkelijke organisatie en dat ze hun kerken kwijt waren geraakt. In 1892 kwam hier de Nederlands Gereformeerde Kerk uit voort.
Kuyper had aangestuurd op een breuk met de Hervormde Kerk, Hoedemaker wilde deze juist niet. Uiteindelijk kon hij zich niet verenigen met de standpunten van Kuyper en legde hij in 1887 zijn hoogleraarsambt neer. Korte tijd was hij predikant in het Friese Nijland, maar vanaf 1890 weer in Amsterdam tot zijn emeritaat in 1909.

HEEL DE KERK EN HEEL HET VOLK

Hoedemaker geloofde ‘volstrekt in het gezag, de duidelijkheid, de volkomenheid en genoegzaamheid van de H. Schrift als het Woord Gods.’ Het liefst zag hij de hele natie bekeerd tot het protestantisme en dit moest zich openbaren in huisgezin, school, handel en raadszaal. Zijn beroemdste leuze was ‘Heel de kerk en heel het volk’. Hij schreef talrijke preken, boeken en artikelen, onder andere in het door hem opgerichte weekblad De Gereformeerde Kerk en in De Christelijke Familiekring, het orgaan van de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging, die Hoedemaker mede oprichtte. Met al deze publicaties groeide hij uit tot een van de leiders van de gereformeerden die in de Nederlandse Hervormde Kerk bleven.
Hoedemaker was betrokken bij de oprichting van enkele christelijke partijen, die in 1908 bij elkaar kwamen in de Christelijk Historische Unie. Veel van zijn denkbeelden kregen daar een voorname plaats, maar Hoedemaker bekleedde geen politieke ambten. Hij was daar ook niet geschikt voor. Met zijn aarzelingen en bedenkingen kon hij medestanders soms tot wanhoop drijven. Een van zijn geestverwanten noemde hem ‘de man van de golvende lijn’.

Hoedemakers gedachtegoed leeft nog altijd voort. Bij zijn veertigjarige ambtsbediening in 1908 werd een Gedenkboek uitgegeven. Dr. G.Ph. Scheers promoveerde in 1939 op de theoloog en predikant. Omdat binnen de Doleantie Hoedemaker een van de belangrijkste mensen was en een van de eerste hoogleraren aan de Vrije Universiteit, verscheen er in 1989 bij zijn honderdvijftigste geboortedag een speciale bundel Hoedemaker herdacht. Toen werd er ook een portret van Philippus geschilderd dat nu hangt in de portrettengalerij van de VU.
De Confessionele Vereniging, een conservatieve stroming binnen Protestantse Kerken Nederland, heeft twee uitspraken van Hoedemaker als leidraad gekozen: ’heel de kerk en heel het volk’ en ‘samen zijn we ziek geworden, we moeten samen gezond worden’.

Begraven in Heemstede

In 1906 kreeg Hoedemaker een attaque op het station van Utrecht. Hij herstelde en gaf nog enkele gelegenheidspreken, maar hervatte zijn werk niet meer volledig. Interieur van de Irenekapel op Meer en Bosch 1909Op 1 oktober 1909 ging hij met emeritaat. In zijn laatste jaren woonde hij in Hilversum. Hij overleed in Santpoort in het huis van zijn dochter Jacoba Willemina Groenewegen-Hoedemaker. Philippus Hoedemaker werd bijgezet in het graf van zijn zoon Willem. Deze was in 1893 op veertienjarige leeftijd overleden op Meer en Bosch, waar hij werd verpleegd als lijder aan vallende ziekte, epilepsie. Willem Hoedemaker was begraven op de Algemene Grafmonument van Hoedemaker Algemene Begraafplaats in HeemstedeBegraafplaats tegenover Meer en Bosch. Voorafgaande aan de teraardebestelling van Philippus Hoedemaker in 1910 was er een drukbezochte bijeenkomst met zo’n honderdvijftig aanwezigen in de kapel op Meer en Bosch. Op het graf van Hoedemaker is een herinneringsteken aangebracht ‘door de zorg zijner vrienden en geestverwanten’. In 1911 is zijn vrouw Jacoba Horst in hetzelfde graf begraven en in 1947 dochter Jacoba.

Hoedemaker was rond 1900 een belangrijke protestantse voorman. Niet van het kaliber Kuyper, De Savornin Lohman, Groen van Prinsterer of Talma, maar vlak daarachter. Meer dan honderd jaar na zijn dood leven zijn gedachten nog altijd voort. We mogen er daarom best trots op zijn dat hij rust op de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan onder een bijzonder grafmonument, met bovendien een directe band naar Meer en Bosch met z’n Irenekapel en de jarenlange zorg daar voor epilepsiepatiënten.
Vijftig jaar na Hoedemakers overlijden, in 1960, is er een krans gelegd op zijn graf namens de Christelijk-Historische Unie. Momenteel betaalt de Confessionele Vereniging de onderhoudskosten van dit bijzondere grafmonument dat conservering in situ, op de plaats zelf, ten volle verdient. (2016)

Bronnen en literatuur

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in HeerlijkHeden (nr. 170, najaar 2016), kwartaaltijdschrift van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek.

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section