Thomson, Lodewijk Willem Johan Karel

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Militair

 

* Voorschoten 11 juni 1869 – † Durres (voorheen Durazzo, Alb.) 15 juni 1914

 

Op 11 juni 1869 werd Thomson geboren te Voorschoten. Van oorsprong was de familie afkomstig uit Schotland en telde onder haar leden een aantal militairen. Het was daarom niet vreemd, dat Thomson koos voor het militaire beroep. Na zijn militaire opleiding volgde de militaire loopbaan, die hem naar het toenmalige Nederlands-Indië bracht, waar hij van 1894-1896 als luitenant van het KNIL betrokken was bij de oorlog te Atjeh. Aan de eerste overwinning na het verraad van één van de invloedrijke hoofden van Atjeh, Toekoe Oemar, heeft Thomson niet weinig bijgedragen. Zijn verdiensten in die periode werden daarom zo gewaardeerd, dat hem, bij zijn terugkeer in Nederland, de Militaire Willemsorde der 4e klasse werd verleend.
Een paar jaar later volgde in 1899 zijn benoeming tot militair attaché in Zuid-Afrika, waar de Boerenoorlog woedde en Nederland op de hoogte wilde blijven van de ontwikkelingen in deze strijd. De grote spoorwegstaking in 1903 bezorgde Thomson een nieuwe opdracht. Hij werd ingezet bij het vrijhouden van de spoorlijnen naar Den Haag, zodat de regering bijeen kon komen. Een dergelijke situatie kon al snel leiden tot bloedvergieten; dit werd mede door Thomson voorkomen. Het bezorgde hem een nieuwe ridderorde, die van ridder in de orde van Oranje-Nassau met de zwaarden. Een militaire bevordering tot kapitein met als standplaats Leeuwarden volgde.
Thomson's kritische visie op militair terrein, gepubliceerd in vaktijdschriften als de Militaire Spectator, brachten hem regelmatig in conflict met de hogere legerleiding. Hij stond bekend als voorstander van democratisering in het leger, wat hem door veel leidinggevenden niet in dank werd afgenomen. Zijn overplaatsing naar Leeuwarden kan dan ook min of meer worden gezien als een soort verbanning.

Zijn politieke belangstelling zal in eigen kring weinig waardering hebben opgeleverd, maar Thomson stelde zich beschikbaar voor een lidmaatschap van de Tweede Kamer bij de verkiezingen en was kamerlid van 1905-1913 voor de Liberale Unie. Hij kan worden gezien als vertegenwoordiger van de linkervleugel binnen die partij. Als kamerlid heeft hij zich zeer beijverd voor een humanitaire opstelling van de Nederlandse regering op het gebied van het gevoerde beleid inzake Atjeh.

Aan het eind van die periode volgde een benoeming tot militair attaché in Griekenland. Hij bekleedde die functie van 1912 tot in 1913. Bij zijn terugkeer in Nederland ontving hij een nieuwe opdracht. Bevorderd tot majoor, werd hem opgedragen in Groningen het 3e Infanteriebataljon op te richten met als basis de Rabenhauptkazerne. Slechts korte tijd was het hem vergund op Nederlandse bodem dienst te doen. In oktober 1913 verzocht de regering hem naar Albanië te vertrekken voor de "Mission Hollandaise en Albanie". Deze missie bestond uit 16 officieren, een sergeant-verpleger en een burgerarts. De officieren werden geacht Frans te spreken en paard te kunnen rijden.

Gaandeweg hadden zich tijdens de Eerste en de Tweede Balkanoorlog in 1912 en 1913 landen onafhankelijk verklaard van het Ottomaanse Rijk. Albanië was de laatste in de rij. Buurlanden echter meenden een vrijbrief te hebben Albanië binnen te vallen. Op de Vredesconferentie te Londen in 1913 werd Albanië tot een onafhankelijk koninkrijk verklaard. Een protestant, Wilhelm Friedrich Heinrich Prinz zu Wied, achterneef van koningin Wilhelmina, werd tot koning benoemd. Men wilde met de benoeming van een protestant voorkomen dat er strijd zou ontstaan tussen de verschillende religieuze groeperingen die Albanië bevolkten, rooms-katholieken, grieks-orthodoxen en moslims. Bovendien behoorde hij als Duitse prins tot een land, dat geen belangen had met betrekking tot Albanië, zoals Oostenrijk, Italië en Servië.

Om te voorkomen, dat om Albanië een volgende oorlog uit zou breken, werd gezocht naar een neutraal land, dat in staat zou zijn het tij te keren. Dat land werd Nederland, dat immers als koloniale mogendheid ervaring had met moslims en guerilla-oorlogvoering. Er diende een gendarmerie opgezet te worden, die Albanië in staat zou stellen zichzelf te kunnen verdedigen. De opdracht werd verleend aan Thomson. Niet verwonderlijk, gezien zijn grote ervaring op oorlogs- en organisatiegebied.
Een studiereis, samen met de generaal-majoor De Veer, om land en volk te leren kennen, resulteerde in een rapport van bevindingen en legde de basis voor zijn werkzaamheden. Overigens was de verhouding tussen Thomson en De Veer allerminst goed te noemen.
De missie zag zich geplaatst voor een situatie, waarin zogenaamde war-lords vreesden voor het verdwijnen van hun invloed en die daarom liever aangesloten wilden blijven bij het Ottomaanse Rijk. Al spoedig werd vanuit Turkije een coup beraamd. De coupplegers konden worden opgepakt en moesten terechtstaan voor een krijgsraad. Daartoe moesten Thomson en De Veer opgenomen worden in Albanese krijgsdienst. De Nederlandse regering verleende daartoe toestemming. Voor Thomson hield dat ook een bevordering in. Hij werd in rang luitenant-kolonel, een tijdelijke bevordering gerelateerd aan zijn opdracht in Albanië.
Een belangrijke opdracht van de missie was de ontwapening van de Albanezen. Ieder had wel een geweer, waar driftig mee geschoten werd. Niet verwonderlijk, dat 70% van de mannen stierf door bloedwraak of op het slagveld. Slechts wie ging dienen bij de gendarmerie kreeg zijn geweer terug. Daarnaast moest discipline worden bijgebracht en de gewoonte van plunderen na een overwinning afgeleerd.

 

Gesneuveld tijdens de eerste Nederlandse vredesmissie

Toen op 15 juni 1914 opstandelingen de toenmalige hoofdstad Durazzo bestormden, werd Thomson, inmiddels opperbevelhebber en minister van oorlog, dodelijk getroffen door een schot van vermoedelijk een Italiaanse sluipschutter. In Nederland was nationale rouw. Het lichaam van Thomson werd met de pantserkruiser Hr Ms Noord-Brabant naar Nederland vervoerd.
Op 15 juli 1914 werd hij tijdens een hevige onweersbui onder overweldigende belangstelling begraven op de Zuiderbegraafplaats te Groningen.

Grafmonument Thomson in 2007Negentig jaar later, in juni 2004 werden in het dubbelgraf de stoffelijke resten van zijn echtgenote, die in Baarn begraven lag, bijgezet tijdens een korte, maar indrukwekkende plechtigheid. Thomson's borstbeeld, dat een tijd heeft gestaan op de Zuiderbegraafplaats, is weer herplaatst op de plek, waar ooit de Rabenhauptkazerne heeft gestaan. Van dit borstbeeld is een replica overgebracht naar Albanië ter vervanging van het in de zestiger jaren vernietigde Thomsonmonument te Durres (voorheen Durazzo). De toenmalige communistische dictator Hoxa liet het verwoesten, nadat hij de eerste atheistische republiek ter wereld, Albanië, hermetisch had afgesloten voor imperialistische invloeden van buitenaf.

Beeld op het Haagse ThomsonpleinborstbeeldEen beeld van Thomson treft men aan in Den Haag en sinds 2004 bevindt er zich ook een borstbeeld op de Koninklijke Militaire Academie te Breda.
De nieuwe Militaire Academie voor onderofficieren te Tirana in Albanië kreeg na goedkeuring door het Albanese Parlement zijn naam te dragen. Vooral aan mevrouw Jolien Berendsen-Prins uit Haren (Gr), voorzitter van de Thomson Foundation, is te danken, dat Lodewijk Willem Johan Karel Thomson weer helemaal in de belangstelling is komen te staan. Zij was het ook, die zich heeft ingezet voor het herbegraven van de stoffelijke resten van Thomson's echtgenote Henriëtte Lambertina Slotemaker, die op 57-jarige leeftijd overleed te Baarn op 26 mei 1926.
Als figuur van historische betekenis, juist in een tijd, waarin de Nederlandse krijgsmacht van vredesmissie naar vredesmissie gaat, hoort Thomson thuis in de canon van Nederland. (2007)

 

Literatuur en bronnen

  • Peter Maassen: Lodewijk Thomson, Nederlands eerste slachtoffer in een vredesmissie in: Monitor nummer 10 oktober 2006
  • Moors Magazine Thomson's vredesmissie in Albanië...
  • 'Harense werkt aan boek over majoor Thomson' op Haren de Krant (17/02/2005)
  • Scriptie Jan de Zeeuw Thomson in Albanië (1990)
  • Contacten met mevr. Jolien Berendsen-Prins, voorzitter Thomson Foundation

 

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section