Boudier-Bakker, Klazina (Ina)

Geschreven door Pim de Bie op . Gepost in Letteren

 

* Amsterdam 15 april 1875 - † Utrecht 26 december 1966

 

boudier12S72Klazina Bakker, geboren aan de Weteringschans 5 (thans 117) in Amsterdam en dochter van Frederik Bakker, boekhouder en Aleida Emilia Holm had geen onbezorgde jeugd. Dat kwam door haar introverte en gesloten karakter. Ze had moeite zich te uiten en alhoewel de sfeer in het gezin goed te noemen was, haar opgewekte vader zich veel moeite getrooste een kameraad voor haar te zijn kon zij aan haar stille en ernstige moeder moeilijk kwijt wat haar bezighield en roerde. Toen haar in 1878 geboren broertje Rudolf in 1881 aan kinkhoest stierf rekende zij zich dat erg aan. Ze was op de kleuterschool besmet geraakt en had deze besmetting op haar broertje overgedragen. Het tweede, op het eind van 1881 geboren en ook Rudolf genaamde broertje, kwam geestelijk gehandicapt ter wereld en leed bovendien aan epilepsie. Hij overleed, veertien jaar oud, in 1896. Geen omgeving waarin een overgevoelig, eenzelvig kind zich harmonieus kan ontwikkelen. Dat ze aan schoolgaan een hekel had is in dit kader te begrijpen. Haar grote geluk in die tijd was haar vriendschap met een klasgenootje, Cornelia Scheltema Beduin. Een vriendschap die tot de dood van Cor in 1938 zou duren. Ina voelde zich in het gezin van haar vriendin plezierig, het werd haar tweede thuis.
Ze bezocht de 3-jarige meisjes-HBS van 1890 tot 1894 waarna ze in 1895 de akte Lager Onderwijs behaalde. Na het afbreken van studies Nederlands en Frans was ze enige tijd onderwijzeres aan de Armenschool in Amsterdam.
Reeds in haar jonge jaren koesterde ze de wens te gaan schrijven en toen de ouders van haar vriendin haar een toelage gaven kon die wens in vervulling gaan. In 1897, het jaar dat haar vader overleed, verscheen in enkele kranten en tijdschriften werk van haar. Vriendin Cor stimuleerde, las als eerste haar pennenvruchten, gaf haar opinie en stelde veranderingen voor. Ina begon werk van Marcellus Emans, Emile Zola en Gustave Flaubert te bestuderen waarna in 1902 haar eerste novellebundel Machten werd gepubliceerd.
In augustus 1902 trouwde ze met Henri A.J. Boudier die bij de Post en Telegrafie werkte en uiteindelijk directeur van het postkantoor in Utrecht zou worden. Hun huwelijk bleef kinderloos.
Haar schetsen Kinderen uit 1905 bereikten reeds een groter publiek. Van 1905 tot 1914 was ze bestuurslid van De Vereniging van Letterkundigen waardoor ze met vooraanstaande schrijvers zowel als schilders in contact kwam. P.C. Boutens, Lodewijk van Deyssel, Top Naeff en Isaäc Israëls behoorden tot haar vriendenkring.medalhuis4S72 Haar naam werd in 1909 definitief gevestigd met de roman Armoede. Zowel bij pers als publiek ontving dit werk een warm onthaal.
Het werk van haar man noodzaakte tot vele verhuizingen. Na wat woningen in Amsterdam verbleef het echtpaar in Utrecht, Aerdenhout en vanaf augustus 1917 Vianen. Op 15 april 1975 werd in dit stadje (Voorstraat 106) ter gelegenheid van de herdenking van haar 100e geboortedag een bronzen herdenkingsplaat aan de voorgevel van het voormalige postkantoor, waarboven de Boudiers woonden, onthuld.

Vervolgens werd in 1922 naar Baarn verhuisd, nogmaals naar Utrecht, Groningen en ten derde male Utrecht. De vele verhuizingen waren haar niet welgevallig. In Vianen bijvoorbeeld kon zij in eerste instantie totaal niet aarden. Maar uiteindelijk leidde haar verblijf in dit stadje tot één van haar beste werken. In 1924 verscheen De straat waarin Vianen herkenbaar als decor dient voor de dramatische ontwikkelingen van een aantal mensen in een provincieplaatsje.
In 1924 had de dood van haar moeder grote invloed op haar. In 1923 was ze begonnen aan De Klop op de Deur, maar kon dit werk door de omstandigheden niet voltooien. Door het geven van lezingen, waarvoor ze het hele land afreisde, hervond ze zichzelf weer en toen ze in 1930 De Klop op de Deur voltooide, beschouwde ze deze roman als haar beste werk. Het lezerspubliek sloot zich hierbij aan door het boek massaal te kopen. Haar collega's hadden minder waardering voor het werk. Het had een chaotische structuur vonden ze. Het verhaal gaat dat één recensent De Klop op de Deur met twee woorden afdeed: Niet opendoen.
Ze kreeg in de herfst van 1935 een enorme klap te verwerken toen Menno ter Braak haar beschuldigde zich op de rand van plagiaat te hebben begeven door in haar roman Vrouw Jacob, aantekeningen van anderen bijna integraal te hebben weergegeven. Het miste zijn uitwerking niet, het zou twintig jaar duren voordat de kritieken over haar boeken weer positief waren. En juist in deze tijd, toen ze in Vlaanderen meer waardering kreeg dan in eigen land, werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau (1938).

boudierhandtGedurende de Tweede Wereldoorlog was ze niet in staat om enig proza te schrijven. Ze uitte haar afschuw over de terreur van de Duitse bezetter in verzen die ze na de oorlog in de Utrechtse Pieterskerk voordroeg. Tevens hield ze een oorlogsdagboek bij dat in 1975 onder de titel Met de tanden op elkaar werd uitgegeven. Ook na de bevrijding kon ze door ziekte van haarzelf zowel als van haar man niet tot productieve letterkundige arbeid komen.
Geheel onverwacht overleed haar echtgenoot in 1952 aan een hartaanval; aan het eind van dat jaar bleek ze aan een lichte vorm van kanker te lijden waarvoor ze werd geopereerd. Haar werd meegedeeld dat ze nog hoogstens een jaar te leven had. Ze herstelde wonderwel, begon weer te schrijven en publiceerde in de haar nog resterende veertien jaar zes boeken. Publiek zowel als pers waren lovend over haar romans Kleine kruisvaart (1955) en Finale (1957). Werken is mijn behoud, vond ze.
De gemeente Utrecht besloot in 1960, nog tijdens haar leven en dat overkomt slechts weinigen, een laan naar haar te vernoemen. De pers besteedde in dat jaar veel aandacht aan haar vijfentachtigste verjaardag. Maar het werd haar allemaal te veel. Ze leed aan allerlei kwalen en in 1963 schroomde ze niet op te merken dat ze het leven niet prettig meer vond. Op Eerste Kerstdag 1963 brak ze een been waarvan ze slecht herstelde. Ze kon haast niet meer lopen en ook geestelijk ging het bergafwaarts.
boudier8F100In 1964 ontving ze voor haar hele oeuvre de Tollenprijs en haar negentigste verjaardag vierde ze in bed waar vele vrienden haar kwamen complimenteren. Helaas belandde ze in augustus van dat jaar wederom in het ziekenhuis door een spontaan gebroken been. In maart 1966 kwam ze weer thuis, maar het was duidelijk dat ze aan het eind van haar latijn was. Op 21 december 1966 kreeg ze een beroerte, Eerste Kerstdag raakte ze buiten kennis en de dag daarna, 's middags om vijf uur, overleed ze.

medalgraf10aS72In aanwezigheid van slechts enkele genodigden werd ze op 30 december 1966 op de begraafplaats Den en Rust in Bilthoven in graf 1 A.D.-15 bij haar man ter ruste gelegd. De baar was gedekt door een krans van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk. De steen die het graf dekt en waarop de namen, geboorte- en overlijdensdata van het echtpaar zijn vermeld wordt gesierd door een bronzen plaat waarop haar naam en profiel. (2003)

 

Literatuur

  • Hans Edinga: Ina Boudier-Bakker - Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1966-1967)
  • Hans Edinga: Tien huizen, duizend levens. Het leven van Ina Boudier-Bakker (1969)
  • G.M.C. Vaartjes: Bakker, Klaziena (1875-1966) - Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 3 (1989, gew. 2003)
  • Hans Heesen, Harry Jansen: Ina Boudier-Bakker, een dame van de straat - in: Pen in ruste (2001)

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.