Beets, Nicolaas

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Letteren

 

* Haarlem 13 september 1814 – † Utrecht 13 maart 1903

 

Dr. Nicolaas Beets, die van 1833-1839 theologie had gestudeerd te Leiden, leefde in een boeiende tijd wat de kerk aangaat. Het vuur van het Reveil (geestelijke opwekkingsbeweging in de 19e eeuw in Europa) brandde nog lustig. In de vaderlandse kerk (nederlandse hervormde kerk) woedde de strijd om de waarheid: zes vooraanstaande Hagenaars schreven onder aanvoering van Mr. Guillaume Groen van Prinsterer hun Adres aan de synode over de zogenaamde proponentsformule. In dit Adres wendden zij zich tot de Synode, omdat zij een onversneden rechtzinnigheid van de toekomstige predikanten wilden. Inmiddels had in 1834 de Afscheiding plaatsgevonden met als voorman dominee Hendrik de Cock.
Met velen van zijn tijd- en geestgenoten onderhield Nicolaas Beets contacten, zoals met de dichter en auteur Isaäc da Costa, de arts en dichter Jan Pieter Heye, de letterkundige Willem de Clercq, de predikanten Otto Gerhard Heldring en Hendik Pierson (Heldringstichtingen te Zetten). Het was de arts en dichter Jan Pieter Heye, die in 1835 in een brief aan Beets over Da Costa schreef: "Ik wenschte dat gij hem zaagt, wanneer hij over Bilderdijk spreekt of in profetische toon de wording der taal uit het boek der Oorsprongen, Genesis, verklaart….."
In 1836 maakte Beets kennis met Da Costa en volgde een aantal colleges.
Wanneer later Da Costa, de Clercq en Pierson 's zomers met hun families in Heemstede waren, waar Beets inmiddels predikant was geworden (1840), kerkten zij bij hem.

In alle kerkelijke strijd die toen woedde, wilde Beets, samen met zijn collega's Van Oosterzee, Doedes en Chantepie de la Saussaye, in prediking en wetenschap noch behoren bij de zogeheten Groninger Richting (o.a. Hofstede de Groot), noch bij de ultra-orthodoxen (de Cock c.s.).
Wars van partijschap voelde hij zich het meest op zijn plaats in het midden, in de groep der zgn. ethisch-irenischen. Uit laatstgenoemde groep ontstond de predikantenkring Ernst en Vrede, waaraan Beets leiding gaf. Hun tijdschrift droeg dezelfde naam.
Na ook nog predikant geweest te zijn in Utrecht, werd hij daar in 1874 hoogleraar en bleef dat tot 1884.

Als pastor was hij zeer geliefd, als catecheet niet bang om met de leerlingen te spreken over de sexualiteit (19e eeuw!) en als theoloog niet zonder zelfkritiek.
Als schrijver maakte hij vooral naam door zijn Camera Obscura, geschreven onder het pseudoniem Hildebrand. Een stroom van proza, theologisch werk, dagboeken, vertaalwerk (voornamelijk in zijn studententijd), essays en poëzie vloeide uit zijn pen. Wat de dichter Beets echter betreft, heeft iemand eens gezegd: "… liet helaas later iedere rijmende regel drukken."
Niettemin vonden vele van zijn gedichten hun weg naar de harten van mensen en ieder jaar weer, tijdens de kerstdagen, klinkt zijn kerstlied:

Daar is uit 's werelds duistre wolken
een licht der lichten opgegaan.
Komt tot zijn schijnsel, alle volken,
en gij, mijn ziele, bid het aan!
Het komt de schaduwen beschijnen,
de zwarte schaduw van de dood.
De nacht der zonde zal verdwijnen,
genade spreidt haar morgenrood.

(Gezang 26 uit het Liedboek der Kerken)

Aangezien Beets deel uitmaakte van een commissie voor het kerklied is het ook niet vreemd, dat een aantal van zijn liederen terecht zijn gekomen in de liederenschat van de kerk. Niet alles echter, heeft de toets der kritiek kunnen doorstaan.
Ook het Koninklijk Huis is meermalen aanleiding geweest tot het laten vloeien van Beets' dichtader. Als prinses Wilhelmina op 31 augustus 1880 wordt geboren, dicht Beets:

Laat Oost en West de blijmaar hooren,
Die Kroon en Volk vervult met vreugd:
Den Koning is een kind geboren,
Een dochter, die zijn hart verheugt.
Wees welkom, welkom, Koningskind!
Vóór uw geboorte reeds bemind.

Er was trouwens een zodanige betrokkenheid tussen het vorstenhuis en Beets, dat hij op 30 november 1890 in de rouwdienst bij het overlijden van Koning Willem III op Het Loo stichtelijke woorden mocht spreken en daarbij die toon wist te treffen, die zelfs de aanwezige heren tot tranen toe bewogen. In zijn lange leven heeft Beets trouwens tien Oranjes in Delft begraven zien worden. Zelf ligt hij begraven op begraafplaats Soestbergen te Utrecht.

hildebrand2Onder de linkerzerk rust Beets, zonder naam, maar met de tekst 'God is mijn licht'. Beets wilde geen naam op zijn zerk, omdat hij na zijn dood een andere naam zou krijgen. Onder de rechterzerk rusten zijn twee vrouwen, de zusters Aleida en Jacoba van Foreest. Hierop bevindt zich de wapenspreuk van hun geslacht: 'Salvus mea Christvs' ('Christus is mijn heil').
Met Aleida van Foreest trouwde hij in 1840. Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren. Na haar overlijden trouwde hij met Jacoba Elisabeth, uit welk huwelijk 6 kinderen werden geboren.
Op het graf lag oorspronkelijk een gietijzeren palmtak, een gift van koningin Wilhelmina.

Frederik van Eeden dichtte op Beets:

O Beets, wat zijt gij groot!
Als God het niet verbood,
Dan zou ik u aanbidden…
Nu laat ik dat in 't midden.

 

(2002)

 

Literatuur

  • Encyclopedie van het Christendom - Protestants deel; Amsterdam/Brussel (1955)
  • Nederlandse Kerkgeschiedenis, Dr. Otto J. de Jong; Nijkerk (1978, 2e herz.druk)
  • De Nederlandse Hervormde kerk vanaf 1795, Dr. A.J. Rasker; Kampen (1974)
  • Het Protestantse Reveil in Nederland en daarbuiten 1815- 1865, Dr. M. Elisabeth Kluit; Amsterdam (1970)
  • Wilhelmina - De jonge koningin, Cees Fasseur; (1998, 2e druk)

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.