Jetses, Cornelis

Geschreven door Pim de Bie op . Gepost in Kunst & Cultuur

 

* Groningen 23 juni 1873 – † Wassenaar 9 juni 1955

 

Portret Jetses op latere leeftijdCornelis Jetses was van eenvoudige afkomst. Hij groeide op in de Grote Leliestraat, een armoedig deel van de Groningse binnenstad. Zijn vader was korenarbeider in een graanpakhuis en kon met veel moeite het hoofd boven water houden. Zes kinderen telde het gezin, waarvan er drie al op jonge leeftijd overleden.

Op de lagere school werd al duidelijk dat Cornelis een bijzonder tekentalent had. Toen hij de lagere school verliet, kwam hij in dienst van een steendrukkerij waar hij een opleiding tot lithograaf volgde. ’s Avonds kreeg hij negen jaar lang tekenlessen op de Groningse Academie Minerva. Om zich verder te ontwikkelen als lithograaf vertrok hij in 1894 naar Bremen in Duitsland om een opleiding aan de Kunstgewerbeschule te volgen. Hij trad in dienst bij Arthur Fitger, een historieschilder en werkte onder zijn leiding mee aan de uitvoering van muur- en plafondschilderingen in ondermeer het Hamburger raadhuis, de Bremer concertzaal en het Schloss Oldenburg. Fitger adviseerde hem twee jaar colleges te volgen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam.

Het beroemde leesplankje (1910)In 1899 trouwde Cornelis met Alberdina Holkamp (1871-1939). Het echtpaar vestigde zich in Bremen waar een jaar later hun enig kind, dochter Everdina (Dien) op 8 oktober 1900 werd geboren.

Nadat Jetses in 1901 voor de uitgever J.B. Wolters een meubelcatalogus had geïllustreerd nodigde Wolters hem uit tekeningen te maken voor vier boekjes Dicht bij huis van Jan Ligthart en H. Scheepstra. De boekjes verschenen in 1902 en 1903. De bedoeling van de boekjes was schoolkinderen op speelse wijze met de gewone dingen in het dagelijkse leven kennis te laten maken. In 1904 en 1905 verzorgde het drietal de boekjes Nog bij moeder. De hoofdfiguren Ot en Sien zijn bij ieder bekend die in de jaren tussen 1905 en 1960 schoolgaand was. Voor de tekeningen stond Jetses’ dochter Dien model voor Sien. In 1907–1908 verschenen Pim en Mien gevolgd door Het Ter walvischvaart (1911)prentenboek van Ot en Sien (1909), Buurkinderen (1911-1912) en Blond en Bruin (1912). Ook verzorgden Jetses, Ligthart en Scheepstra in 1910 een nieuwe versie van het Leesplankje van Hoogeveen waarmee generaties Nederlandse kinderen via aap, noot, mies…leerden lezen. Wie kent niet de schoolplaten van Jetses. Hij maakte er tweeëntwintig, waarvan acht de serie Het volle leven (1906-1911), twee zgn. geschiedenisplaten, Ter Walvischvaart (1911) en Aan het hof van Karel de Grote (1941) en twee Het familiegraf van Jetses in Wassenaarvertelplaten die een verduidelijking gaven van de figuren op het Leesplankje. De platen hingen op iedere school in de gangen tussen de leslokalen. Ook kreeg Jetses opdracht schoolboekjes voor Nederlands-Indië te illustreren en het daar gebruikte leesplankje aan te passen. Daarnaast maakte hij Grafsteen Jetsesboekillustraties zoals voor Dik Trom en Afkes Tiental.

In 1909 was Jetses naar Nederland teruggekeerd waar hij achtereenvolgens woonde in Zeist, Scheveningen en Wassenaar. In laatst genoemde plaats stierf op 27 april 1939 na een langdurige ziekte zijn vrouw Alberdina. Jetses zelf werkte tot zijn 78ste toen hij na een korte ziekte op 9 juni 1955 op 82 jarige leeftijd overleed. Hij werd op 13 juni 1955 bij zijn vrouw op de begraafplaats van de Protestantse Gemeente aan het Plein in Wassenaar begraven, graf 819. In 1980 respectievelijk 1995 werden zijn schoonzoon en zijn dochter hier eveneens te ruste gelegd. (2010)

 

Literatuur

  • Jan A. Niemeijer: Cornelis Jetses, schilder-illustrator (1978)

 

Grafcoördinaten

  • N 52.08.748 E 4.23.414

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.