Kamperdijk, Nicolaas Johannes

Geschreven door B.H.J.N. Kooij op . Gepost in Kunst & Cultuur

 

Een veelzijdige negentiende-eeuwse architect: de Utrechter Nicolaas Johannes Kamperdijk (1815-1887)

Vooraf

Utrecht, NS-administratiegebouw I (1870-1871) gebouwd in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (MES), Moreelsepark, A.H.C. Schollen 1979, no. 20235267 collectie RCE. Dit is één van de grootste bouwwerken van Kamperdijk. De derde verdieping is in 1979 toegevoegd door stadsarchitect C. Verweijs.Architect Nicolaas Johannes Kamperdijk kennen we onder andere van de bouw van de Oude kerk in Zeist, het concertgebouw in het voormalige Tivolipark in Utrecht en het oude station in Amersfoort. Verder komen we hem tegen bij de restauratie van de Domkerk en de bouw van het NS-administratiegebouw I in Utrecht. Naast een eerste overzicht met 26 werken door F. van der Heide, dat zij plaatste op stationsweb.nl en op archiwijzer bij bonas.nl, is over het leven en het werk van Kamperdijk tot op heden vrijwel niets gepubliceerd. We kunnen constateren dat over Kamperdijk eigenlijk nog niet veel bekend is. [1] Enerzijds komt dat omdat zijn archief -voor zover wij nu weten- niet bewaard is gebleven en anderzijds omdat aan hem vrijwel geen publicaties zijn gewijd. Kamperdijk publiceerde zelf weinig.
Aan wie Kamperdijk zijn bureau heeft overgedaan, wordt nergens vermeld. De later bekende, ambitieuze leerling en assistent van Kamperdijk, Jacobus van Lokhorst (1844-1906), heeft het bureau in ieder geval niet overgenomen. Lokhorst was van 1875 tot 1878 namelijk tekenaar-architect bij de Genie en van 1878 tot 1906 rijksbouwkundige voor de gebouwen van Onderwijs. Wij kennen hem onder andere van zijn ontwerp voor de oude tuinbouwschool in Wageningen. [2] 

Was Kamperdijk een echte kerkenbouwer, zoals enkele van zijn tijdgenoten, of legde hij zich meer op andere gebouwencategorieën toe? Op deze vraag vinden we in de vier deeltjes van De Oude Kerk te Zeist (1974-1978) van H.J. van Eekeren en P. Kuijper geen antwoord.
Om op bovengenoemde vragen een antwoord te vinden, is nieuw onderzoek verricht. De aandacht is vooral uitgegaan naar het leven, de opleiding van Kamperdijk, en naar degenen die van belang waren voor zijn ontwikkeling en carrière. Verder is gepoogd een uitgebreider overzicht van zijn werk op te stellen. De resultaten van het onderzoek geven tevens een antwoord op de vraag van C. Douma in zijn artikel ‘Drie historische spoorwegbolwerken langs het Moreelsepark’ waarom niet Kamperdijk in 1879 de verdieping op het NS-administratiegebouw I heeft gebouwd maar juist stadsarchitect C. Verwijs. [3] 
Geraadpleegd zijn: beeldbank en tekeningenarchief en monumentenregister Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), beeldbank en tekeningenarchief Gemeentearchief Utrecht, serie Monumenten in Nederland. Moge dit artikel een bijdrage leveren aan de herwaardering van architect Kamperdijk en zijn werken.

Hoedemaker, Ph.J.

Geschreven door Marc de Bruijn op . Gepost in Religie


* Utrecht 15 juli 1839 - † Santpoort 26 juli 1910

‘Heel de kerk en heel het volk’

Portret van Philippus Jacobus Hoedemaker (1839 1910) gesigneerd Bernard de HoogOnder een van de hoogste grafmonumenten in sectie I, het oudste deel van de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede, rust dr. P.J. Hoedemaker ‘Bedienaar des Goddelijken Woords’. Een bijzondere man die eigenlijk min of meer toevallig in Heemstede begraven werd.

Philippus Jacobus Hoedemaker (1839-1910) was een hervormd theoloog en predikant. Hij werd geboren in Utrecht waar zijn vader een boekhandel in godsdienstige boeken had en zijn moeder actief was in de kerk. Het gezin Hoedemaker behoorde tot een van de behoudende kerken die zich in 1834 hadden afgescheiden van de Nederduits Hervormde Kerk, wat bekendstaat als de Afscheiding. Samen met een aantal geloofsgenoten vertrokken ze in 1851 naar Amerika om daar een nieuwe maatschappij op te zetten, gestoeld op de leer van de bijbel. Zoon Philippus studeerde aan de theologische hogeschool van de Dutch Reformed Church in New-Brunswick (New Jersey), maar brak zijn studie af en ging werken, als klerk, als onderwijzer en in een ijzerwinkel. Hij nam als achttienjarige in 1857 actief deel aan de campagne voor de democratische presidentskandidaat James Buchanan. Hij deed dat zo goed dat hem de post van secretaris op de ambassade van de VS in Den Haag in het vooruitzicht werd gesteld. Maar Hoedemaker was zo geschokt door het gedrag van enkele partijfunctionarissen tijdens een feestdiner, dat hij van een politieke loopbaan afzag.
Het gezin Hoedemaker ging in 1862 terug naar Europa en Philippus vervolgde zijn theologische studie in Bonn, Heidelberg en Straatsburg en ten slotte in Utrecht, waar hij in 1867 promoveerde. Hierna was hij predikant in Veenendaal, Rotterdam en vanaf 1876 in Amsterdam.

Vrije Universiteit

Dr. Abraham Kuyper (1837-1920), voorman van de behoudende stroming binnen de Hervormde Kerk, was in 1879 de oprichter van de Antirevolutionaire Partij en in 1880 van de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Vrij’ betekende in dit geval vrij van staatsbemoeienis en de universiteit was bedoeld om orthodoxe predikanten, strikt in de leer, op te leiden. Philippus Hoedemaker werd een van de eerste hoogleraren en doceerde van 1880 tot 1887 Ethiek en Praktische Godgeleerdheid. Hoedemaker hoopte dat de VU een positieve invloed zou hebben op kerk en volk, maar kreeg steeds meer moeite met de felle discussies en de haast militante opstelling van Kuyper. In 1886 vond er opnieuw een scheuring in de kerk plaats. Bij deze Doleantie braken ongeveer Philippus Hoedemaker met zijn vrouw Johanna Horst (1844 1911) en hun vier zoons en zes dochters. De foto is genomen tussen 1887 en 1890 in Nijland300.000 personen, tien procent van het geheel, met de Nederlands Hervormde Kerk. Ze noemden zich de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende). Dolerend is de Latijnse term voor klagend: ze klaagden over de kerkelijke organisatie en dat ze hun kerken kwijt waren geraakt. In 1892 kwam hier de Nederlands Gereformeerde Kerk uit voort.
Kuyper had aangestuurd op een breuk met de Hervormde Kerk, Hoedemaker wilde deze juist niet. Uiteindelijk kon hij zich niet verenigen met de standpunten van Kuyper en legde hij in 1887 zijn hoogleraarsambt neer. Korte tijd was hij predikant in het Friese Nijland, maar vanaf 1890 weer in Amsterdam tot zijn emeritaat in 1909.

HEEL DE KERK EN HEEL HET VOLK

Hoedemaker geloofde ‘volstrekt in het gezag, de duidelijkheid, de volkomenheid en genoegzaamheid van de H. Schrift als het Woord Gods.’ Het liefst zag hij de hele natie bekeerd tot het protestantisme en dit moest zich openbaren in huisgezin, school, handel en raadszaal. Zijn beroemdste leuze was ‘Heel de kerk en heel het volk’. Hij schreef talrijke preken, boeken en artikelen, onder andere in het door hem opgerichte weekblad De Gereformeerde Kerk en in De Christelijke Familiekring, het orgaan van de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging, die Hoedemaker mede oprichtte. Met al deze publicaties groeide hij uit tot een van de leiders van de gereformeerden die in de Nederlandse Hervormde Kerk bleven.
Hoedemaker was betrokken bij de oprichting van enkele christelijke partijen, die in 1908 bij elkaar kwamen in de Christelijk Historische Unie. Veel van zijn denkbeelden kregen daar een voorname plaats, maar Hoedemaker bekleedde geen politieke ambten. Hij was daar ook niet geschikt voor. Met zijn aarzelingen en bedenkingen kon hij medestanders soms tot wanhoop drijven. Een van zijn geestverwanten noemde hem ‘de man van de golvende lijn’.

Hoedemakers gedachtegoed leeft nog altijd voort. Bij zijn veertigjarige ambtsbediening in 1908 werd een Gedenkboek uitgegeven. Dr. G.Ph. Scheers promoveerde in 1939 op de theoloog en predikant. Omdat binnen de Doleantie Hoedemaker een van de belangrijkste mensen was en een van de eerste hoogleraren aan de Vrije Universiteit, verscheen er in 1989 bij zijn honderdvijftigste geboortedag een speciale bundel Hoedemaker herdacht. Toen werd er ook een portret van Philippus geschilderd dat nu hangt in de portrettengalerij van de VU.
De Confessionele Vereniging, een conservatieve stroming binnen Protestantse Kerken Nederland, heeft twee uitspraken van Hoedemaker als leidraad gekozen: ’heel de kerk en heel het volk’ en ‘samen zijn we ziek geworden, we moeten samen gezond worden’.

Begraven in Heemstede

In 1906 kreeg Hoedemaker een attaque op het station van Utrecht. Hij herstelde en gaf nog enkele gelegenheidspreken, maar hervatte zijn werk niet meer volledig. Interieur van de Irenekapel op Meer en Bosch 1909Op 1 oktober 1909 ging hij met emeritaat. In zijn laatste jaren woonde hij in Hilversum. Hij overleed in Santpoort in het huis van zijn dochter Jacoba Willemina Groenewegen-Hoedemaker. Philippus Hoedemaker werd bijgezet in het graf van zijn zoon Willem. Deze was in 1893 op veertienjarige leeftijd overleden op Meer en Bosch, waar hij werd verpleegd als lijder aan vallende ziekte, epilepsie. Willem Hoedemaker was begraven op de Algemene Grafmonument van Hoedemaker Algemene Begraafplaats in HeemstedeBegraafplaats tegenover Meer en Bosch. Voorafgaande aan de teraardebestelling van Philippus Hoedemaker in 1910 was er een drukbezochte bijeenkomst met zo’n honderdvijftig aanwezigen in de kapel op Meer en Bosch. Op het graf van Hoedemaker is een herinneringsteken aangebracht ‘door de zorg zijner vrienden en geestverwanten’. In 1911 is zijn vrouw Jacoba Horst in hetzelfde graf begraven en in 1947 dochter Jacoba.

Hoedemaker was rond 1900 een belangrijke protestantse voorman. Niet van het kaliber Kuyper, De Savornin Lohman, Groen van Prinsterer of Talma, maar vlak daarachter. Meer dan honderd jaar na zijn dood leven zijn gedachten nog altijd voort. We mogen er daarom best trots op zijn dat hij rust op de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan onder een bijzonder grafmonument, met bovendien een directe band naar Meer en Bosch met z’n Irenekapel en de jarenlange zorg daar voor epilepsiepatiënten.
Vijftig jaar na Hoedemakers overlijden, in 1960, is er een krans gelegd op zijn graf namens de Christelijk-Historische Unie. Momenteel betaalt de Confessionele Vereniging de onderhoudskosten van dit bijzondere grafmonument dat conservering in situ, op de plaats zelf, ten volle verdient. (2016)

Bronnen en literatuur

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in HeerlijkHeden (nr. 170, najaar 2016), kwartaaltijdschrift van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek.

Quaglieni, Bruno Ernesto Maria

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Sport

 

* Brescia (Italië) 14 november 1900 – † Spa (België) 15 juli 1932

Het grafmonument zoals het er vandaag de dag bij staat.Begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam bevat duizenden grafmonumenten, waaronder zich vele bijzondere exemplaren bevinden. Aan veel grafmonumenten zit ook een verhaal, vaak over degene die er begraven is of alleen over het grafmonument. Maar er zijn ook grafmonumenten waar aan beide, zowel grafmonument als de begravene, een verhaal zit. Niet altijd zijn die verhalen meteen te vinden. Dat geldt ook voor een grafmonument met daarop een plaquette van een motorrijder met daarbij ook nog de exotisch klinkende naam Quaglieni. Een artikel in het boekje ‘In ’t nokkend wee der ziele welt een traan’ van Meindert Stokroos uit 1992, werpt ook geen licht op wie deze Quaglieni was en hoe zijn graf hier terecht kwam. Op het internet was evenmin iets te vinden, tot voor kort enkele sites wat meer vrijgaven. Het bleek te gaan om Bruno Ernesto Maria Quaglieni, een Italiaanse motorcoureur die hier in Nederland trouwde met een Amsterdamse.

Carrière

Bruno Quaglieni werd geboren in het Italiaanse Brescia. Over zijn jonge leven is niets bekend. Vanaf 1927 tot aan zijn dood is meer bekend. Op 14 juli 1927, 26 jaar oud, trouwde hij in Amsterdam met Clara Petronella Elisabeth Muller (geboren 11 juli 1906), 21 jaar oud. Haar vader, Johan Heinrich Muller, was bakker. Als beroep gaf Bruno op dat hij monteur was. Twee maanden later, in september 1927, beviel Clara van een dochter.
Eind jaren twintig en begin jaren dertig reed Bruno regelmatig wedstrijden op verschillende plaatsen in Nederland. Vanaf mei 1928 duikt de naam Quaglieni op bij allerlei races, die hij in eerste instantie reed op een Raleigh 500 cc. Hij kwam uit als Italiaan en werd ingedeeld bij de ‘nieuwelingen’. Bij de TT van Assen in 1928 viel hij uit. Daarna volgden meer races, waarbij Bruno vaak bij de eerste drie eindigde. Hoewel hij zich had ingeschreven voor de nationale snelheidskampioenschappen in Assen op 11 augustus 1928, was hij niet aanwezig. Volgens de berichten in de kranten werd hij ‘vastgehouden’ in Italië.

Lewe van Aduard, Jhr. Jan Evert

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Militair

* Aduard, 24 november 1774 - † Schelde, 12 december 1832

Het gedenkteken op de Zuiderbegraafplaats in GroningenBij Nederlandse zeehelden wordt meestal gedacht aan Piet Heijn, De Ruyter of Tromp. Al deze zeehelden speelden een rol in de Gouden Eeuw, de zeventiende eeuw, toen de Republiek heerste op de wereldzeeën. Helden van na die tijd zijn nauwelijks bekend, maar ze zijn er wel. Soms wordt Van Speijk genoemd die het leven liet tijdens de Belgische onafhankelijkheidsstrijd in de eerste helft van de negentiende eeuw. In die eeuw dacht men echter heel anders over de zeehelden. Door de strijd met de zuiderburen sneuvelden meerdere hoge marineofficieren die in de toenmalige kranten evenveel eer toegedicht kregen als de oude zeehelden. Maar ze zijn in de eeuwen die volgden bijna allemaal in de vergetelheid geraakt. Zo ook Jan Evert Lewe van Aduard, een Groningse jonkheer die al vanaf zijn jonge jaren naam maakte in de marine. Wie was deze Lewe van Aduard en waardoor werd hij in 1832 een held? Het materiaal dat over hem te vinden is, is weliswaar beknopt maar geeft wel een goed beeld van zijn carrière en het dramatische einde van zijn leven.

Jonge jaren

Jan Evert Lewe van Aduard werd op 2 september 1774 in Groningen geboren als jongste zoon van Evert Joost baron Lewe van Aduard (1743-1804) en Henriette Pauline van Holsten (1739-1806). Zijn vader was heer van Aduard, lid van de gecommitteerde Raad der Ommelanden en gedeputeerde in de Staten-Generaal en gedeputeerde van de raad ter Admiraliteit. De familie Lewe behoorde al vanaf de veertiende eeuw tot de voornaamste adellijke families in Groningen. Verschillende telgen bekleedden hoge posten in de Nederlandse politiek en in het bestuur. Ook in de krijgs- en zeemacht hadden sommige leden naam gemaakt.

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.