Gasselte - Kerkhof Protestantse kerk (Witte kerkje)

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Drenthe

 

Het kerkje van Gasselte.Aan de rand van het Drentse dorp Gasselte, dat zijn oorsprong vindt in de vroege middeleeuwen, staat een opvallend kerkje. Rijdend door de Dorpsstraat valt het kerkje echter nauwelijks op. Ter nauwer nood kan een glimp opgevangen worden achter de woonhuizen. Wie dan het pad richting de kerk omhoog rijdt, ziet de kerk pas dan in zijn geheel tegen de rand van de es. Deze plaats werd vermoedelijk al in de dertiende eeuw gekozen als een goede plek voor kerk en kerkhof. De kerk ligt aan de rand van een inham in de Hondsrug die in het verre verleden gemakkelijk toegang gaf tot de hoger gelegen gronden vanuit het oosten. De Hondsrug steekt hier meer dan vijftien meter boven het dal uit en via de inham, ooit uitgesleten door het water, vond men een gemakkelijke doorgang naar het westen. Op de flank van deze inham met een hoog achterland waarop landbouw gepleegd kon worden, ontstond twee buurtschappen. Deze buurtschappen, Grotenend en Lutkenend, vormden later samen Gasselte. De kerk, gewijd aan Maria, werd gesticht vanuit Borger en precies tussen de twee buurtschappen gebouwd. Rondom en in de kerk werd door de buurtschappen begraven en de plek is tot op de dag van vandaag van belang voor het dorp.

Kerk

Het oudste deel van de huidige kerk dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de dertiende eeuw. De eerste vermelding van de kerk is in 1328. Aan de binnenzijde van de kerk zijn nog bouwsporen te vinden van hoe deze er oorspronkelijk uit moet hebben gezien. Restanten van aanzetten voor bogen wijzen namelijk op de aanwezigheid van koepelgewelven. Deze zijn mogelijk nooit voltooid of men zag af van deze bouwwijze. Rond 1450 werd namelijk al een raam dwars door zo’n aanzet gebroken. De kerk zal dan ook een eenvoudigere zoldering hebben gekend.

In de zestiende eeuw moeten ook in Gasselte de tekenen van verandering gevoeld zijn. De Reformatie krijgt ook hier meer aanhangers maar het zou nog lang duren voordat Gasselte daadwerkelijk overging naar het hervormde geloof. In 1598 vaardigde Stadhouder Willem Lodewijk een proclamatie uit die inhield dat de hervorming in Drenthe een feit was. Het kerkbestuur van Gasselte stuurden daarop een brief terug aan de Stadhouder. Dit was geen dankbrief maar een bericht dat het bestuur zeer tevreden was over pastoor en vicarus en dat men geen behoefte had aan een predikant. In deze roerige jaren werd Gasselte bediend vanuit Gieten. Pas in 1611 kreeg Gasselte een eigen predikant. Zoals op vele plaatsen werden ook in Gasselte op het kerkhof misstanden aangetroffen die zich niet verhielden met het nieuwe geloof. Het kerkhof zal hierbij opnieuw ingericht zijn.

In 1651 moet de eerste grote verbouwing na de hervorming hebben plaatsgevonden. De kerk zou daarbij aanzienlijk vergroot zijn. Onbekend is echter wat er allemaal gedaan is. Wel zijn daarbij de bovendelen van de muren uitgevoerd in baksteen in plaats van het eerder toegepaste zandsteen. Dat zou kunnen wijzen op een vergroting in de zin van de ruimte die daarmee ontstond.

Van de verbouwing in 1787 lieten de kerkvoogden deze gevelsteen na.In 1787 gaven de kerkvoogden opdracht tot een ingrijpende verbouwing. Daartoe werd de architect A. Meursing aangesteld. Hij liet een vrijstaande klokkenstoel uit 1696 vervangen door de huidige dakruiter. In de negentiende eeuw volgden nog enkele verbouwingen. In 1851 werd een nieuw dak aangebracht, voorzien van blauwe pannen. De buitenmuren werden wit gepleisterd. In het interieur werden ook wijzigingen aangebracht. Zo werd de preekstoel verplaatst, het doophek en de herenbanken verwijderd en werd het nog aanwezige gotische raam met gemetseld tussenstuk en gebrandschilderde ramen verwijderd. Ook andere vensteropeningen werden aangepast.

Na de Tweede Wereldoorlog was de kerk toe aan een grondige restauratie. Daarbij werd ondermeer de pleisterlaag vervangen door een witte verflaag. Tijdens de restauratie werd ook uitvoering onderzoek gedaan waarbij veel oude bouwsporen aan het licht kwamen.

Een van de sarcofaagdeksels die net voor het iets verhoogde koor liggen.In de vloer, waar na 1829 niet meer is begraven, liggen net voor het koor nog twee sarcofaagdeksels uit de negende of tiende eeuw. Verder vinden we op het koor zelf nog twee achttiende-eeuwse zerken. Links ligt een hardstenen zerk voor schulte Jan Alingh en zijn vrouw Roelefie Husingh. Beiden overleden in 1784 en de steen is dan waarschijnlijk ook in één keer gemaakt. Voor beiden is een ovale cartouche op de steen opgenomen met in het midden het familiewapen van de Alingh’s. Onderaan zijn twee funeraire symbolen opgenomen, te weten een zandloper en een schedel met knoken. De tweede steen is van zandsteen en een stuk kleiner dan de eerste. Deze steen is voor Johan Hilbing (1655-1709) die uit een vooraanstaand Drents geslacht kwam. Hij bekleedde in Drenthe hoge functies. Zo werd hij al op twintigjarige leeftijd beëdigd als landdagcomparant van Drenthe. Vanaf 1694 tot zijn overlijden maakte hij deel uit van het hoogste rechtscollege van Drenthe, de zogenaamde Etstoel. Hilbing was ook kerkvoogd van de kerk van Gasselte en werd hier dan ook begraven. Bovenin zijn zerk is een familiewapen opgenomen tussen palmtakken. Helaas is het reliëf nogal kwetsbaar, gezien de krassen die er op zitten.

Op het koor hangt ook nog een aantal borden waarop een overzicht is opgenomen van de predikanten die gediend hebben in de kerk vanaf 1600. Bijzonder is ook het bord dat de bekende katholieke pastoors opsomt die vanaf 1328 hier voorgingen.

Het kerkhof

De sarcofaagdeksels in de kerkvloer wijzen erop dat er al heel erg lang begraven werd op deze plek. Bij opgravingen in 1885 zijn er zelfs overblijfselen gevonden van begravingen uit de zesde of zevende eeuw. Van oorsprong was de ruimte rondom de kerk misschien wat minder duidelijk afgebakend dan het beeld dat we krijgen uit de negentiende eeuw. In de noordwest hoek stond tot 1787 de klokkenstoel. Er werd waarschijnlijk vooral ten zuiden van de kerk begraven. Hier lag een strook van een meter of twaalf diep die vrij was voor begraven. Aan de noordzijde werd niet of nauwelijks begraven, of alleen de allerarmsten, zwervers en anderen die van buiten kwamen en in Gasselte overleden. De aangrenzende gronden waren van de “Pastorij”, waarmee de kerkvoogdij bedoeld werd. Mogelijk dat alleen aan de westzijde een duidelijke afbakening te vinden was. Hier was namelijk in 1613 een lage muur gebouwd. De forse kloostermoppen die gebruikt werden, waren geschonken door Gedeputeerde Warmolt Bronniger die ze mogelijk had verkregen uit de verbouwing van de Asser abdij bij het klooster aldaar. Oorspronkelijk werd ook ten westen van deze muur begraven, zoals later uit opgravingen is gebleken.

Op deze recente luchtfoto is goed te zien dat op het zuidelijke deel een aantal slagen ligt die door één familie werden gebruikt.In de negentiende eeuw is aan de oostzijde van het kerkhof een forse uitbreiding tot stand gekomen. De uitbreiding vond plaats in 1829, het jaar dat het verboden werd om nog langer in kerken te begraven. Volgens bronnen was men in de Franse tijd al gestopt met begraven in de kerk en dat zal betekend hebben dat er ruimte nodig was. Verschillende families uit het dorp kochten meerdere graven tegelijk, zogenaamde slagen. Daarmee realiseerden ze voor hun familie voldoende grafruimte. Er zijn tekeningen bekend waarop te zien is aan welke families slagen werden uitgegeven. De ruimte ten zuiden van de kerk tot de erfscheiding was in dertien rijen van elk twee slagen verdeeld. De nieuwe ruimte daarachter liep vanaf een voetpad, dat aansloot op het koor van de kerk, tot de erfscheiding. Hier werden ook dertien rijen met telkens twee slagen uitgegeven. De pastorie claimde drie slagen, terwijl sommige kleinere families met een halve slag genoegen namen. Zo’n slag werd dan verdeeld in een noord en een zuid-deel. Het slagen-systeem is nog goed herkenbaar in de lange grafvakken, afgezet met hekwerken en telkens een tekst voor de overledene in het graf daaronder. Zo zijn de families die destijds een slag namen, nog steeds herkenbaar op het kerkhof.

Vanuit het dorp werd begraven door de dorpelingen zelf. De ‘naobers’ oftewel de naburen, zorgden voor uitvaart en begraving. In 1884 werd echter een doodgraver aangesteld want de naobers namen het niet altijd even nauw met de juiste diepte en afmetingen van het graf. Dit had tot gevolg dat er al snel niet voldoende ruimte meer was.

In 1923 werd ten zuiden van het dorp een nieuwe begraafplaats geopend door de toenmalige gemeente Gasselte. Hierna werden op het kerkhof na 1924 geen nieuwe graven meer uitgegeven. In 1977 vond de laatste bijzetting plaats. Mogelijk is het kleine baarhuisje dat links van de kerk stond toen ook afgebroken. Op sommige luchtfoto’s is het eenvoudige huisje nog te zien.

Op de nieuwe begraafplaats is nog iets terug te vinden van de grafcultuur zoals die ook op het kerkhof werd toegepast. Daar is ze in de loop der tijd vervangen door doorsnee grafmonumenten waarbij graniet de boventoon voert.

Huidige situatie

In de loop der eeuwen is de ruimte tussen de es en het dorp aardig opgehoogd door alle begravingen. Daardoor ligt het zuidelijke deel van het kerkhof wat hoger dan de tuinen waaraan het grenst. Het kerkhof bestaat voornamelijk uit een grasveld met op regel een klein honderdtal grafmonumenten. Het gras wordt over het algemeen vrij kort gehouden waardoor een verschaling is ontstaan en er weinig bijzondere planten te vinden zijn. Hoewel er in het verleden wel struiken en coniferen op het kerkhof stonden, is daar heden ten dage geen spoor meer van terug te vinden.

Op het strooiveld is enkele jaren terug een herdenkingsmonument geplaatst.Rondom de kerk loopt een grindpad, andere paden zijn waarschijnlijk onder het gras verdwenen of ze zijn er nooit geweest. Aan de noordzijde van het kerkhof zijn geen grafmonumenten meer te vinden. Hier zijn veel grafmonumenten verwijderd om onverklaarbare reden. Hier is nu een strooiveld ingericht.

Het merendeel van de grafmonumenten is geconcentreerd ten oosten en zuiden van de kerk. Over die grafmonumenten later meer.

Aan de westzijde, waar zich ook de toegang tot het kerkhof bevindt, wordt het kerkhof afgeschermd van de omgeving door de eerder genoemde lage muur. Deze muur loopt nog een klein stukje door ten noorden van de kerk. De omheining van het kerkhof bestaat voor de rest uit een beukenhaag. Deze is in 1870 geplant en sindsdien altijd goed bijgehouden. Op het kerkhof zelf komen geen struiken of bomen voor. Alleen in de uiterste zuidwestelijke hoek staat op de rand van het kerkhof een groep beuken die beeldbepalend is voor dit gedeelte.

Grafmonumenten

De enige houten stele die bewaard is gebleven. Deze was voor Jantien Grelling (1888-1910).Vermoedelijk zijn veel grafmonumenten van hout geweest, maar slechts één stele is overgebleven. Deze is al eens gerestaureerd. Het beeld wordt verder bepaald door stèles van hardsteen of cementsteen. Aan de zuidkant van het kerkhof zijn meer liggende zerken te vinden, voornamelijk van hardsteen. Opvallend is het feit dat een aantal cementstenen grafmonumenten in hun geheel geschilderd is (geweest). Dit deed men om een houten of hardstenen monument te imiteren. Een aantal liggende zerken is voorzien van een eenvoudig smeedijzeren hek. Aan veel hekken zijn marmeren tekstborden gehangen. Marmer is ook toegepast als materiaal voor een aantal decoratieve elementen op verschillende steles.

Over het algemeen is de staat van de grafmonumenten redelijk te noemen, dankzij de zorg die vrijwilligers hieraan besteden. Dat de gecementeerde stenen niet het eeuwige leven hebben is ook te zien. Sommige verkeren in een verregaande staat van verval doordat het betonijzer is gaan roesten. Een enkele hardstenen stele is dusdanig aan de bovenzijde ingescheurd dat zich mos genesteld heeft in de openingen.

Dat er op het kerkhof ook grafkelders aanwezig waren ontdekte men enkele jaren geleden. Er ontstond midden op het kerkhof plotseling een gat. De top van het tongewelf ondervond onvoldoende druk van bovenaf en was daardoor ingezakt. Uit nader onderzoek bleek het om een gemetselde kelder te gaan van enige omvang. Ook bleken er nog andere grafkelders op het kerkhof te liggen waaronder ook enkele kleinere, mogelijk bedoeld voor kinderen.

Bijzonder zijn de stèles die voorzien zijn van een aparte tekstplaat in de vorm van de stèle. Het materiaal dat gebruikt is, is waarschijnlijk asbest dat met klemmen vastgezet is. Mogelijk zijn er in de loop der jaren een aantal van deze platen gesneuveld. Binnenkort zullen deze vervangen worden door asbest-vrije eternit platen. Hierdoor krijgen enkele stèles letterlijk hun gezicht weer terug.

Beeld van rond 1950 waarop nog een graftrommel zichtbaar is (Kerken-in-Beeld Rijksuniversiteit Groningen).De oudste grafmonumenten dateren uit het tweede kwart van de negentiende eeuw, terwijl de jongste grafmonumenten bestaan uit (soms) vrij recente vervangingen van oudere grafmonumenten.

De toegepaste symboliek is uiteenlopend en gevarieerd en doet op een enkele zerk denken aan toepassingen uit de provincie Groningen.

Net als op zoveel andere kerkhoven is er veel verdwenen van het kerkhof. Niet alleen grafstenen, maar ook tekstborden en graftrommels.

Rijksmonument

Het kerkhof is een belangrijk cultuurhistorisch onderdeel van het plaatsje Gasselte. Een deel van de geschiedenis van Gasselte en omgeving reflecteert zich in het kerkhof. Hoewel een deel van de funerair-historische waarden verdwenen is, heeft het kerkhof een grote genealogische en historische waarde. Omdat de kerk al sinds 1965 een rijksmonument was, vond de stichting tot behoud van het Historisch kerkhof te Gasselte dat het kerkhof hier ook bij hoorde. Volgens de stichting ging de grootste aandacht tot dan toe uit naar de kerk, terwijl de ligging en de samenhang met het kerkhof van enorm grote betekenis zijn voor de beleving van dit monument. Uiteindelijk werd rond de eeuwwisseling een formeel verzoek gedaan tot aanwijzing van het kerkhof als separaat rijksmonument. Uiteindelijk is in 2003 ook het kerkhof rijksmonument geworden.

Vrijwilligers aan het werk op het kerkhof in het voorjaar van 2013.Hoewel het kerkhof gesloten is, wordt het sinds enkele jaren weer gebruikt voor asvestrooiingen. Dat betekent dat er nog steeds draagvlak is voor het kerkhof. Dat bleek ook al eerder toen de toenmalige gemeente Gasselte het kerkhof wilde overnemen. De kerkvoogden verzetten zich daartegen omdat dan de eeuwenoude graven misschien zouden verdwijnen. De Gasselters zijn eeuwenlang bij en door de kerk begraven en dat moet zo blijven. Mensen uit "het oude dorp" voelen dat nog steeds zo. Daarom heeft de stichting tot behoud van het kerkhof nooit moeite om hulp te krijgen voor klussen bij de kerk en op het kerkhof. Al meer dan tien jaar lang komen vrijwilligers een ochtend bij elkaar voor een zogenaamde opknapochtend. Onder hen ook nazaten van de alhier begraven families. Met zo’n tien vrijwilligers kan er dan heel wat onkruid gewied worden.

Tussendoor steken allerlei vrijwilligers ook de handen uit de mouwen om het kerkhof in goede staat te houden. De wijze waarop het onderhoud gedaan wordt, is terughoudend en met biologische middelen. Dat men vroeger chloor gebruikte is nu nauwelijks nog denkbaar…

 

Literatuur:

  • Kroezenga, J.; Geschiedenis van de Kerk van Gasselte, Gasselte 1975
  • Stenvert, Ronald e.a.; Monumenten in Nederland. Drenthe, Zwolle 2001
  • Redengevende omschrijving uit het Monumentenregister, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

 

Internet:

-          Over het kerkje van Gasselte 

-          Informatie Kerkelijke gemeente

 

Met dank aan mw. Huizing en dhr. Vermeer

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section