Nieuw-Lekkerland - Oude gemeentelijke begraafplaats

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Zuid-Holland

 

Het bijzondere lijkenhuisje annex drenkelingenhuisje.Niet alle kerkhoven in Nederland werden in 1829 gesloten voor begraving. Nog honderden van dergelijke begraafplaatsen bleven in gebruik. Sommige slechts voor korte tijd, andere zijn tot op de dag van vandaag in gebruik. Het oude kerkhof van de hervormde gemeente van Nieuw-Lekkerland werd in 1828 nog eens vergroot aan de oostzijde. Maar deze uitbreiding voldeed slecht omdat de Lek voor toenemende overlast zorgde. Er diende dus een andere begraafplaats te komen, zeker ook omdat de kerk te klein was geworden. Uitbreiding was alleen mogelijk ten koste van de begraafplaats. In 1843 werd een oplossing gevonden in de vorm van een terrein van 750 vierkante meter, gelegen ten westen van het dorp. De gemeente kocht het terrein voor het bedrag van 225 gulden. Het binnendijkse terrein werd opgehoogd en voorzien van een 'lokaaltje voor de opneming van drenkelingen of dood gevonden personen'. Het oude kerkhof werd in 1845 gesloten. De nieuwe begraafplaats was echter geen lang leven beschoren. Het terrein was te klein, zeker gezien de toename van de bevolking. Om die reden had de gemeente al in 1860 het voornemen om een grotere begraafplaats aan te leggen. De lokatie voor die begraafplaats vond men in 1863 ten oosten van de kerk. Het noodbegraafplaatsje fungeerde nog tot 1864, toen de nieuwe begraafplaats in gebruik kon worden genomen. Dat is op zich allemaal niet zo bijzonder, wel de locatie die men voor de nieuwe begraafplaats koos. De begraafplaats werd namelijk buitendijks aangelegd.

 

Bijzondere situering

De plek die voor de nieuwe begraafplaats gekozen werd, lag langs de Zuider-Lekdijk, ongeveer driehonderd meter ten oosten van de Nederlands Hervormde kerk. Dit gebied, buitendijks gelegen, oostelijk van de dorpsbebouwing van Nieuw-Lekkerland, bestond destijds uit opstrekkende percelen dwars op de rivier. Aan die zijde was in die tijd nog nauwelijks bebouwing en ook aan de andere kant van de dijk was er voldoende afstand tot de bestaande woningen. De dijk was destijds wel veel smaller en tussen dijk en de begraafplaats lag een zogenaamde lage kade die via een dam overbrugd werd.

De grond was van de Hervormde gemeente en werd door de gemeente Nieuw-Lekkerland voor 99 jaar in huurpacht genomen voor 100 gulden per jaar. De begraafplaats werd in gebruik genomen op 1 januari 1864. De eerste die hier werd begraven was waarschijnlijk de drie maanden oude Adrianus Korporaal die op 31 december 1863 was overleden.

De begraafplaats had oorspronkelijk een oppervlak van ongeveer 1.250 vierkante meter. Het rechthoekige terrein had een breedte van 25 meter en een diepte van 50 meter. Voor de ophoging is waarschijnlijk rivierzand gebruikt, zoals dat destijds ook voor de noodbegraafplaats werd gebruikt. De keuze voor deze locatie zal ondermeer te maken hebben gehad met de goede bereikbaarheid voor het hele dorp en het relatieve gemak om materiaal voor de ophoging aan te voeren.

 

De inrichting

Zoals gezegd, lag de toegang tot de begraafplaats achter een kleine dam, waar een dubbel smeedijzeren hekwerk met gietijzeren pijlers werd geplaatst. Over de hele breedte werd vervolgens een laag smeedijzeren hekwerk op bakstenen voet geplaatst. Of het hekwerk en de toegang ook dateren uit de aanlegtijd is onzeker. Vermoedelijk dateert het toegangshek van rond 1870. Dat vermoeden hangt samen met een gebeurtenis die het jaar daarvoor plaatsvond. Al vanaf 1863 pachtte de burgerlijke gemeente namelijk een deel van de begraafplaats, maar die situatie werd in 1869 meer definitief. De gemeente diende namelijk vanaf dat jaar een eigen algemene begraafplaats te hebben. Huren of medegebruik werd ook toegestaan, dus dat was voor de gemeente een gemakkelijke oplossing. Mogelijk dat toen ook het nieuwe hek is geplaatst.

Van oorsprong kende de begraafplaats drie klassen, gerekend van voor naar achter. De eerste klasse betrof een groot deel links van het hoofdpad en een kleiner deel ter rechterzijde. Dit was het gedeelte voor de grootste graven en dus voor de gegoede families. De tweede klasse, meestal voor de middenklasse, liep vervolgens tot aan de laatste twintig meter van de begraafplaats en daar begon de derde klas. Die klasse was meestal voor de minst vermogenden en hier vond men dan ook de kleinste graven, vaak dicht op elkaar. Hier stond dan aan het eind ook het drenkelingenhuisje dat bij de aanleg van de begraafplaats was gebouwd. Het houten gebouw werd geplaatst op een bakstenen plint die afgesmeerd werd met cement. Wellicht stond het huisje van oorsprong wat hoger om te voorkomen dat het bij een overstroming direct onder water kwam te staan. Na verschillende Funeraire symboliek op het lijkenhuisje.ophogingen van de begraafplaats was die hogere plaatsing echter niet meer nodig. Het gebouwtje moet in de loop der tijd regelmatig vernieuwd zijn, maar het uiterlijk bleef steeds hetzelfde. Dat het al helemaal aangepast was aan de functie van lijkenhuisje is te zien aan het funeraire symbool dat in het midden van de gevel is aangebracht: een met een sluier en krans omfloerste urn. Na 1872 kon het dan ook als zodanig worden gebruikt.

Na verschillende malen opgehoogd te zijn, werd de begraafplaats in 1903 ook belangrijk uitgebreid. Daarbij werd een ongeveer even groot deel aan de rechterzijde van de begraafplaats bij het oorspronkelijke deel getrokken. Hierdoor werd de begraafplaats twee maal zo groot. Van de oude situatie is nog een kaart overgeleverd. In hoeverre de klassenverdeling doorgezet is na deze uitbreiding is niet duidelijk. Vermoedelijk is het oude systeem deels intact gebleven en is het grootste deel van de uitbreiding tweede klasse geworden. Het is mogelijk dat het afscheidingshek, dat in de afwerking ook een andere detaillering laat zien dan het toegangshek toen pas geplaatst is.

Overzicht vanaf de oude kerktoren ± 1948. Voor de watertoren is goed het groen van de begraafplaats te zien.Omdat de begraafplaats na de oorlog behoorlijk vol begon te raken, besloot de gemeente Nieuw-Lekkerland eind jaren vijftig van de 20ste eeuw een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Die kwam in de polder waar inmiddels ook een complete nieuwbouwwijk was verschenen. De nieuwe begraafplaats werd in 1961 in gebruik genomen. Uiteindelijk kocht de gemeente in 1970 de oude begraafplaats. Daarna werden geen nieuwe graven meer uitgegeven, maar alleen nog begraven in reeds gereserveerde graven en vonden er bijzettingen plaats. De verschillende klassen werden afgeschaft.
Daarna begon langzaam een uitholling van de begraafplaats, want het lijkenhuisje werd verwaarloosd en oude grafkelders werden opgeruimd. Toch zijn er nog een aantal interessante grafmonumenten en kelders te vinden op de begraafplaats.

 

Grafmonumenten

Direct rechts na de ingang, op de voormalige eerste klasse, trekt een tweetal grafkelders de aandacht. Tot in de jaren zestig van de 20ste eeuw waren er bijna tien van dergelijke kelders te vinden op de begraafplaats. Die zijn echter, op twee na, gesloopt. De eerste nog bestaande grafkelder heeft een bakstenen opbouw, in het midden gedekt met een hardstenenGrafkelder waarin ondermeer Fop Smit is bijgezet. plaat en aan de zijkanten met schuin liggende platen. De voorzijde is voorzien van blindnissen met in het midden een metalen luik met handvat. In het luik zijn zestien luchtgaten in een vierkant patroon uitgespaard. Boven op de kelder staat een hardstenen tekstplaat, ondersteund door twee metalen stangen. Op de tekstplaat is te lezen dat hier Fop Smit (1777 - 1866) en zijn familie begraven liggen. Deze Fop Smit stond aan de wieg van wat nu wereldbedrijven zijn. Maar Smit was ook ambachtsheer van Nieuw-Lekkerland. Op de tekstplaats is ondermeer een onderscheiding van Smit opgenomen en enkele funeraire symbolen waarvan de naar beneden gerichte fakkel, het meest in het oog springt.

Even verderop ligt een tweede kelder van de familie Smit, ditmaal voor Leonardus Johannes Smit. De kelder, die op zich dezelfde opbouw kent als de eerste kelder, ligt met de opening naar de buitenzijde van de begraafplaats gericht. Aan de achterzijde van de kelder, naar de begraafplaats toe, is een detonerende granieten tekstplaat aangebracht. Aan de voorzijde is de gepleisterde kelder voorzien van een klassiek gebroken fronton met in het midden een omfloerste urn. In de gevel is een stalen deur opgenomen met in het vlak daarboven een guirlande.

Naast de bijzondere grafkelders zijn op het eerste klasse deel ook een aantal opvallend gave hardstenen zerken te vinden, zoals die van L. Terneeden, die meer dan een halve eeuw als geneesheer werkzaam was in Nieuw-Lekkerland. Een enkel grafmonument is omgeven met een smeedijzeren hekwerk. Het beeld dat dit deel van de begraafplaats oproept, is dat van een vroeg 20ste–eeuwse dodenakker. De variatie aan grafmonumenten in vorm, uiterlijk en toepassing is groot. Waar geen grafmonument is geplaatst, liggen hardstenen blokken met daarop de grafnummers en de naam van de familie die het recht op die graven heeft. In sommige gevallen zijn meerdere van dergelijke blokken op één graf geplaatst.

Bijzonder monumentje voor de vijfjarig Christiaan Teunis Mourik.

Elders op de begraafplaats vallen nog enkele grafmonumenten op. Dat zijn de graven voor hen die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog. Zeker vier
grafmonumenten verwijzen duidelijk daarnaar. Twee oorlogsgraven zijn te vinden aan de oostrand van de begraafplaats en verder is er een kleine obelisk voor een in 1940 gesneuvelde dorpsgenoot. Ook staat er een eenvoudige stéle voor een in Duitsland tewerkgestelde die om is gekomen bij een bombardement in 1944.

Bijzonder qua materiaal, maar ook qua verhaal, is het geëmailleerde bordje op het kindergraf van de vijfjarig Christiaan Teunis Mourik, die in februari 1956 door het ijs zakte en jammerlijk verdronk. Het vroor die hele dag, maar het ijs was blijkbaar niet overal sterk genoeg.

 

Geen uitbreiding maar sluiting

In 1945 is er wederom een plan om de begraafpalats uit te breiden, maar dit gaat niet door. De reden daarvoor is niet bekend. Eind jaren vijftig blijkt de ruimte op de begraafplaats onvoldoende om nog te voorzien in nieuwe graven. In 1961 neemt de gemeente een geheel nieuwe begraafplaats in gebruik, gelegen in de polder dit keer aan de Schoonenburglaan. Vanaf dat moment wordt de begraafplaats aan de dijk de oude genoemd. Er vinden dan ook alleen nog bijzettingen plaats in eigen graven, wat feitelijk een sluiting betekende. In de kleine honderd jaar dat de begraafplaats effectief werd gebruikt blijken er ruim vijfhonderd stoffelijke overschotten begraven te zijn.

In 1970 komt het pachtcontract met de Hervormde gemeente waarschijnlijk ten einde en koopt de gemeente Nieuw-Lekkerland het hervormde deel en kan zij zich eigenaar noemen van de gehele begraafplaats.

 

Vandaag de dag

De groei van het dorp Nieuw-Lekkerland heeft zich voornamelijk afgespeeld in de Nieuw-Lekkerlandse polder. Ook langs de dijk is de bebouwing in de loop der jaren verdicht. In de directe omgeving van de begraafplaats valt dit nog enigszins mee. De oude dijk is verbreed en in 1982 is een nieuwe dijk ten noorden langs de begraafplaats getrokken. Hierdoor heeft men vanaf de begraafplaats geen zicht meer op de Lek. Het perceel ten oosten van de begraafplaats, dat eveneens is opgehoogd, wordt gebruik voor opslag van containers en maakt een rommelige indruk. Ten westen van de begraafplaats is langs de dijk een woning gebouwd waarvan de tuin nog op het oude niveau ligt, zeker drie meter onder de kruin van de dijk. Hierdoor is alleen aan deze zijde nog te zien dat de begraafplaats fors opgehoogd is.

Wie echter eenmaal op de begraafplaats is, ervaart weinig meer van de omgeving door de groene zoom rondom. Langs de dijk vormt een rij van zeven beuken, samen met het smeedijzeren hekwerk, de afscheiding. Een aantal beuken is van recente datum, gezien hun voorgangers door ouderdom waren gesneuveld. Aan de overige zijden wordt de begraafplaats van de omgeving gescheiden door een opgaande smalle groensingel waarin verschillende soorten loofbomen, waaronder wilg, voorkomen. Verder is aan de noord- en oostzijde een ligusterhaag geplant.

Hoewel de dodenakker ogenschijnlijk een originele indruk maakt, is dat niet het geval. Ophogingen hebben veel van de oorspronkelijke opzet teniet gedaan. Mogelijk zijn alleen de locatie van het lijkenhuisje, de as daar naartoe en het hekwerk langs de dijk origineel. Het smeedijzeren spijlenhekwerk staat vandaag de dag op een gecementeerde voet met op korte afstanden Het hekwerk dat toegang tot de begraafplaats geeft.aangebrachte muurdammen waarop het hek steunt met een staaf. Het toegangshek is qua vorm nog grotendeels origineel, met een dubbel spijlenhek dat is opgehangen aan twee gietijzeren pilasters. Die pilasters worden bovenin bekroond door een gevleugelde zandloper. De spijlen van de openslaande delen zijn afgewerkt met speerpunten. Onderin, tot op ongeveer 1/3 van de hoogte, wordt het hek ondersteund door een dwarsverbinding. Vanaf de onderzijde steken hier tussen de langere spijlen nog kortere, smallere spijlen door, eveneens voorzien van speerpunten. De bovenzijde van de hekdelen loopt af naar de binnenzijde in een boogvorm en is hier aan de onderzijde nog eens gedecoreerd met punten. De pijlers zijn na een restauratie op een betonnen dorpel gezet. Toen is waarschijnlijk ook het hekwerk verkeerd om opgehangen want de hekdelen openen nu naar de dijk, terwijl dat voorheen naar binnen was. Aan de onderzijde zitten nog de geleidewielen. IJzeren staven ondersteunen het hekwerk aan de voorzijde. Zowel toegangshek als afscheidingshek zijn zwart geverfd.

Achter het toegangshek, dat zich inmiddels ter rechterzijde van het grondvlak bevindt, strekt zich de begraafplaats uit als een grote zandvlakte. In die zandvlakte zijn op symmetrische wijze de grafmonumenten geplaatst. Qua hoogte ligt de begraafplaats nu ongeveer op het niveau van de oude dijk, zeker drie meter boven het oorspronkelijke maaiveld. Op de begraafplaats zijn geen paden aangebracht; er is enkel ‘naakt’ zand. Vanaf de entree heeft wel altijd een hoofdpad midden over de begraafplaats gelegen, afgelijnd met bomen of struiken. Nu begint halverwege een rij coniferen die het zicht ontnemen op het drenkelingenhuisje dat achter op het perceel staat. Verder staan op de begraafplaats nog een geënte treur-es en een treurbeuk.

Helemaal achterin, aan het eind van het hoofdpad, staat nog steeds het drenkelingenhuisje, annex lijkenhuisje. Het grijs geschilderde gebouw is voorzien van lateDe drenkelingenkist die in het lijkenhuisje wordt bewaard. empire-details en doet zich wat groter voor dan het is. Het wekt de indruk van een fors volume onder een plat dak, maar in werkelijkheid is het voorzien van een lessenaarsdak dat aan de achterzijde doorloopt in een afdak op palen. De hoger opgetrokken boeiboorden aan de zijkanten zijn dus nep. In de voorgevel van het huisje is aan weerszijden een langwerpig venster opgenomen onder een keperboog. Het middendeel komt enigszins naar voren en bevat in het midden het eerder beschreven symbool. De beide zijgevels zijn voorzien van een deur die eveneens onder een keperboog is gebracht. In de deuren is een rond venster aangebracht. Aan de achterzijde is het overstek van het dak benut om te dienen als een droge bewaarplaats voor de grafschotten. In de achterwand van het huisje zijn twee schuifluikjes aangebracht. In het huisje zelf werden de baren en de drenkelingenkist bewaard.

 

Waardering voor de begraafplaats

In 2006 ontfermde een kleine werkgroep van de Historische Vereniging West-Alblasserwaard zich over de oude begraafplaats. De werkgroep achtte de sober aangelegde dorpsbegraafplaats van bijzondere betekenis voor de lokale geschiedenis van Nieuw-Lekkerland. Daarom liet de werkgroep Bureau Funeraire Adviezen een waardering maken, waaruit naar voren kwam dat de begraafplaats niet alleen bijzonder is voor Nieuw-Lekkerland, maar zeker ook een boven-regionale waarde vertegenwoordigd. Dat heeft te maken met de bijzondere locatie, de geschiedenis van de plek en de personen die er begraven zijn. Groot belang kon volgens de waardering ook gehecht worden aan het drenkelingenhuisje en het gave toegangshek. De werkgroep heeft zich de waardering ter harte genomen en in 2007 is de werkgroep dan ook begonnen met het herstel van het drenkelingenhuisje. Verrotte delen werden vervangen en het huisje werd voorzien van een nieuw dak. Ook kreeg het gebouwtje een complete schilderbeurt.

Het informatiebord dat op 12 september 2009 werd onthuld.Vooruitlopend op de aanvraag tot gemeentelijk monument en verder behoud van de begraafplaats werd op 12 september 2009 een informatiepaneel onthuld. Dit bord werd ondermeer mogelijk gemaakt door de Rabobank Alblasserwaard Noord en Oost en Stichting Landschapsbeheer Alblasserwaard. Het informatiepaneel werd geplaatst bij de ingang van de begraafplaats en bevat een korte uitleg en een plattegrond met daarop de belangrijkste punten op de begraafplaats.

Niet lang daarna werd de stichting Tot behoud en gebruik van de oude algemene begraafplaats Nieuw-Lekkerland in het leven geroepen. Die stichting zorgt nu samen met de gemeente ervoor dat de begraafplaats behouden wordt en in gebruik blijft. De stichting neemt daarbij het onderhoud van het drenkelingenhuisje plus het hek aan de dijkzijde voor haar rekening en de gemeente knapt de grafkelder op, verwijderd geen stenen meer en onderhoud de rij coniferen. Ook zal de gemeente een aantal oude, zieke bomen vervangen door nieuwe, uit de kluiten gewassen exemplaren. Daarmee wordt een belangrijk monument behouden. (2011 - 2014)

 

Nieuw-Lekkerland, Lekdijk bij 89.

Monumentenstatus: gemeentelijk monument (sinds 2010).

 

 

Literatuur:

  • Hulsman, Rita; Funeraire Cultuur. Alblasserwaard & Vijfheerenlanden, Rotterdam 2001
  • Nederlof, A.; Begraafplaatsen in Nieuw-Lekkerland (2), in: Kwartaalblad Historische Vereniging West-Alblasserwaard; jaargang 29, nr. 4, 2010, blz. 15-21.
  • Bureau Funeraire Adviezen, redengevende omschrijving, Amsterdam 2008.

 

Internet:

 

Met dank aan Bas de Lange, stichting Tot behoud en gebruik van de oude algemene begraafplaats Nieuw-Lekkerland

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section