Bunnik - Begraafplaatsen

Geschreven door René ten Dam en Henk Reinders † op . Gepost in Utrecht

 

Oude Dorpskerk

De oudste plaats van begraven in Bunnik is in en rond de Oude Dorpskerk aan het Kerkpad. De kerk, gewijd aan Sint Anthonis, stamt uit de 13e of 14e eeuw. Omstreeks die tijd zal er ook voor het eerst begraven zijn. Tot 1596 werd het kerkhof gebruikt door de parochie Bunnik. In 1596 gingen kerk en kerkhof over tot de Gereformeerde kerk door de Reformatie, maar de kerk en kerkhof bleven gebruikt worden door dezelfde mensen. In eerste instantie bleef ook de katholieke eredienst. De voorganger was ook hetzelfde, op verzoek kon een protestantse doop worden gehouden. Tot ongeveer 1825 zouden zowel katholieke als protestantse inwoners van Bunnik hier begraven worden. Rond die tijd kreeg de katholieke gemeenschap weer een eigen parochie met kerk en kerkhof. In 1830 werd het kerkhof als begraafplaats gehuurd door de burgerlijke gemeente Bunnik voor de periode van 99 jaar, maar deze werd echter in 1890 al gesloten.

In 1566 werd de kerk verlengd en het koor vergroot. Vanaf dat moment telde de kerk 48 graven, vijf meer dan daarvoor. Daarnaast waren er twee grote kelders gelegen centraal voor het altaar. De kelders waren in eigendom van de bewoners van Amelisweerd en Rijnauwen. In de meeste graven konden vier grote kisten of een dubbel aantal kleine kinderkisten, in de twee grote grafkelders dubbel zoveel.
De meeste mensen werden in Bunnik in de kerk begraven, slechts één op de tien vond zijn laatste rustplaats op het kerkhof. Aanvankelijk liep de rusttijd van een graf op tot gemiddeld zeventig jaar, maar rond 1800, toen Bunnik 600 inwoners telden en zo'n 12 doden per jaar in de kerk werden begraven, was de rusttijd teruggelopen naar hooguit twintig jaar. De meeste families kenden bovendien familiegraven, wat betekende dat de overgebleven graven als huurgraven een snellere opeenvolging hadden. Daarnaast was er een onderscheid tussen katholieke en protestantse graven, wat ook eens de rusttijd verkortte.

De graven in de kerk zijn voor het grootste deel in 1845 geruimd. De laatste grondige verbouwing en restauratie van de kerk was in de jaren 1954/1955. Daarbij werd de kerkvloer ook onder handen genomen. Alle stenen werden gelicht, helaas zonder te noteren waar ze vandaan kwamen. Daarbij trof men nog slechts een enkel geraamte aan in één van de kelders op het koor. De grafkelders werden uitgebroken en de graven opgevuld met zand. Goede grafstenen werden in de paden gelegd. De rijk bewerkte zerk van Hendrik van Utenhove van Amelisweerd uit de 18e eeuw kwam voor de kansel te liggen. De grote grafsteen van Rijnauwen kreeg een plek voor de toren. Ook de oude grafstenen buiten de kerk, waaronder dat van de familie Strick van Linschoten, werden in die periode verwijderd. De meeste stenen werden kapot geslagen of in enkele gevallen verkocht. De graven zelf buiten de kerk zijn nog wel intact.
Om het kerkhof buiten de kerk loopt een stevige muur, hoog genoeg om de talrijke varkens die de bewoners van Bunnik hadden buiten de dodenakker te houden. In vroeger dagen lag bij de ingang van het kerkhof een wildrooster, in de volksmond ook wel bekend als duivelsrooster, eveneens bedoeld om varkens en andere beesten buiten te houden. Op het kerkhof zou ook een klein knekelhuisje gestaan moeten hebben. De locatie is vooralsnog onbekend. In het knekelhuisje werden de botten bewaard van geruimde graven uit de kerk.
Het kerkhof rond de kerk is nooit geruimd. Niets herinnert echter meer aan de doden die er begraven liggen.

Parochiekerk

Voormalige parochiekerk aan de Schoudermantel (collectie René ten Dam)In 1825 werd een parochiekerk gebouwd aan de Schoudermantel. Na enkele jaren kreeg het ook een eigen kerkhof. Dat had al eerder gekund, maar de katholieken waren gehecht aan de familiegraven in de oude dorpskerk. Pas toen een verbod op het begraven in kerken aanstaande was, werd een eigen kerkhof ingericht. De Hervormde gemeente prostesteerde, zij zagen nl. hun inkomsten uit de verhuur van graven teruglopen. Het gemeentebestuur compenseerde hen echter door het kerkhof rond de Hervormde kerk voor een periode van 100 jaar te huren. Daarmee werd het kerkhof de openbare begraafplaats van Bunnik. Wat het eigenlijk al was, aangezien er al die jaren zowel katholieken als hervormden waren begraven... Uit de opbrengsten van verhuur aan de gemeente kreeg de koster van de kerk jaarlijks 50 gulden voor het gemis van de katholieke begrafenissen.
De begraafplaats aan de Schoudermantel was slechts een klein kerkhof. In 1940 werd het gesloten. De resten zijn toen overgebracht naar de nieuwe parochiebegraafplaats achter de Barbarakerk. Van de oude parochiekerk en het kerkhof is anno 2010 niets meer te vinden. Op de plek staat nu een koelhuis.

 

Algemene begraafplaats

In 1889 kocht de burgerlijke gemeente Bunnik een akker op de Bunnikse Engh van kasteelheer Hendrik baron Strick van Linschoten op Rijnauwen. Deze akker lag aan de weg van Bunnik naar Utrecht buiten de bebouwde kom. Hier is sinds die tijd de algemene begraafplaats van de gemeente Bunnik gevestigd. Strick van Linschoten grafkelder van Strick van Linschoten in 2001bedong met de verkoop wel de fraaiste plek voor zijn eigen familie. De begraafplaats werd aangelegd na klachten over stankoverlast bij de Oude kerk. De bevolking van Bunnik was in de loop van de negentiende eeuw verdubbeld naar 1200 en dat betekende ook een verdubbeling van het aantal begrafenissen.
De nieuwe begraafplaats aan de Provincialeweg werd ontworpen door architect Albert Nijland. Een eerste ontwerp met als totale kosten voor het poortgebouw en de inrichting van het terrein van 3600 gulden werd afgekeurd. Een tweede, goedkoper, ontwerp werd wel goedgekeurd. In 1889 vond de eerste begrafenis plaats, het drie maanden oude kindje van Cornelis Bos werd op de nieuwe dodenakker begraven. Op 26 februari 1890 werd de begraafplaats rond de Nederlands Hervormde kerk gesloten verklaard.

De Algemene begraafplaats is rechthoekig en sober in zijn oorspronkelijke aanleg met enkel rechte paden. Een eerste uitbreiding vond plaats in 1957, gelijk vond een herindeling plaats. Eind twintigste eeuw zijn er nog eental kleine uitbreidingen geweest aan de achter- en de rechterzijde van de begraafplaats. De begraafplaats wordt omsloten door een hoge heg en kent weinig opvallende graven, naast dat van de familie Strick van Linschoten is te noemen de kelder van baron van Hardenbroek. Ook de Bunnikse schilder Johan de Kruijf vond hier zijn laatste rustplaats. Op het hardstenen grafmonument van de familie Strick van Linschoten is de symboliek van uitdovende toortsen te zien, evenals een vlinder. Ook het hekwerk rondom het grafmonument laat zien dat hier een familie van stand ligt begraven.
Toegangspoort (foto Leon Bok)De entree van de begraafplaats is een doorgang in het toegangsgebouw. Aan de linkerzijde een ruimte om gereedschap en de baar op te slaan. Aan de andere zijde een isoleerkamer waar overledenen met besmettelijke ziekten konden worden opgebaard. Aan de voorzijde van het gebouw zijn twee stichtelijke teksten in reliëf op de gevel aangebracht. De teksten zijn een keuze van de toenmalige Ds. Bax. Aan de ene kant "De bezoldiging der zonde is de dood" en op de andere gevel Overzicht van de Algemene Begraafplaats (foto Leon Bok)"Die in mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven". Eind twintigste eeuw ontstond er een discussie over met name de eerste tekst. Tal van bewoners van Bunnik vonden de tekst niet meer passen bij de tijd en stelden voor de teksten te verwijderen van het gebouw. Voorstanders wezen op het feit dat tal van mensen troost vonden in de tekst op de rechtergevel. De gemeente zag de historische waarde in van het geheel en de teksten bleven bewaard, al leek een compromis te zijn onstaan door de letters niet meer te verven, waardoor ze voor voorbijgangers nog nauwelijks zichtbaar zijn. Op het gebouwtje is de gebruikelijke doodssymboliek te vinden als gekruiste toortsen met de vlam naar beneden, evenals een staartbijtende slang en een gevleugelde zandloper.

De Hervormde gemeente was overigens niet gelukkig met de aanleg van de nieuwe begraafplaats. Zij zag zich geplaatst voor een huurderving van 50 gulden per jaar voor de resterende 40 jaar van het huurcontract. Uiteindelijk werd een afkoopsom van 1100 gulden overeengekomen.

Barbarabegraafplaats

R.K. Begraafplaats achter de Barbarakerk (foto Geerke Vermeulen 2016)In 1939-1940 werd een nieuwe parochiekerk aan de Stationsweg in Bunnik gebouwd. De roomskatholieke Barbarakerk is gebouwd in Delftse Schoolstijl naar een ontwerp van de Maastrichtse architect Alphons Boosten. De kerk werd gebouwd op een terrein dat door gravin douairière de Leusse zonder kosten ter beschikking was gesteld. De eerste steen werd gelegd op 26 juli 1939, waarna de kerk op 9 oktober 1940 werd gewijd. Achter de kerk is een begraafplaats gelegen, welke in 2000 werd uitgebreid. De aanleg is sober en volgt het traditionele ontwerp van de kruisvorm met rechte lijnen. In 1940 werden een aantal graven met zerk overgebracht van het oude kerkhof aan de Schoudermantel. De overige resten werden overgebracht naar een massagraf.

Tegenwoordig maakt het gehucht Vechten deel uit van de gemeente Bunnik. In de Middeleeuwen viel het onder de Nicolaiparochie in Utrecht. In Vechten was in 1162 sprake van een Onze-Lieve-Vrouwe kapel met een begraafplaats. De kapel was gelegen op het perceel waar in de Romeinse tijd een castellum heeft gestaan. In de 17e en 18e eeuw is er in teksten nog sprake van een kerkweg en een vervallen kapelletje. Anno 2010 is er geen spoor van terug te vinden.

De gemeente Bunnik bestaat uit de drie dorpen Bunnik, Odijk en Werkhoven. (2001-2010)

 

Literatuur

  • Henk Reinders, De Oude Dorpskerk te Bunnik - uit het het verleden van een gebouw en een gemeente; (Bunnik, 1988)
  • Gerrit Vermeer, De Sint-Heribert of het Witte kerkje te Odijk; (Zutphen, 1987)
  • Saskia van Ginkel-Meester, Bunnik, geschiedenis en architectuur; (Zeist, 1989)

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section