Dalfsen – De Israëlitische begraafplaats in het buurtschap Gerner

Geschreven door Günter Brandorff op . Gepost in Overijssel

 

Overzicht van de begraafplaatsZoals de meeste Joodse begraafplaatsen ligt ook die van Dalfsen buiten het dorp zelf, in de buurtschap Gerner. De Israëlitische gemeente (= kille) werd gekenmerkt door een eigen begraafplaats en een eigen synagoge. Soberheid en natuurlijk verval zijn voor een Joodse begraafplaats karakteristiek. De Joodse traditie accepteert ook geen verschil tussen de doden.

Om die reden kenmerken zich Joodse begraafplaatsen door eenvoudige grafzerken, die volgens oeroud gebruik boven het graf worden geplaatst om zó door middel van de herinnering de overledene te eren. "De doden zullen eens weder herleven" is één van de door de Joodse geleerde Maimonides geformuleerde dertien geloofspunten. Vandaar dat een Joodse begraafplaats vaak "Beth Chaim" (= huis des levens of in het Jiddisj "Gedort" = goed oord) wordt genoemd. Vandaar de wens om een graf als erfelijke bezitting te verwerven als teken dat Israël leeft. Dit eeuwig grondbezit maakt het volgens de Joodse wetgeving onmogelijk en ondenkbaar dat een begraafplaats wordt geruimd.

De Joodse begraafplaats te "Genne" ten noorden van het dorp Dalfsen gelegen, werd in de 19e eeuw aangelegd op een stuk grond, dat in 1878 voor een koopsom van honderd gulden door de Dalfser landbouwers Gerrit en Hendrikus van Toly werd verkocht aan de Israëlitische gemeente - vertegenwoordigd door de heren Israël Salomon van Essen en Machiel Aron Frank. De oppervlakte van dat stuk grond werd aangegeven met 1590 m2. Volgens andere bronnen stamt de begraafplaats uit 1800 c.q. zou zijn gesticht in 1855. De oppervlakte wordt elders aangegeven met 830 m2. [1]

In juni 1937 werd de Nederlandse Israëlitische gemeente te Dalfsen ontbonden wegens een te gering aantal leden. De kerkelijke goederen (synagoge, begraafplaats, roerende lichamelijke goederen en kasgeld) werden overgedragen aan de Nederlandse Israëlitische gemeente te Zwolle. De laatste Joodse inwoners verwierven hierbij het recht op een vrije grafstede op de Israëlitische begraafplaats te Dalfsen. Het betrof hierbij de heren David Steren en Israël van Essen met hun respectievelijke echtgenotes.

Nadat op 26 juli 1958 burgemeester Van Bruggen had gewezen op de verwaarloosde toestand van de begraafplaats werd op last van Burgemeester en Wethouders van Dalfsen de begraafplaats door de gemeentearchitect in een goede staat gebracht. Dit gebeurde in een zekere tegenstelling tot de volgens orthodox-joodse traditie beheerde begraafplaatsen: niets mag daar worden verwijderd wat er ooit is terecht gekomen zoals gevallen bladeren en hout, gemaaid gras en de brokstukken van gebroken grafzerken. Sedert 1958 wordt de begraafplaats door de gemeente Dalfsen op eenvoudige wijze onderhouden en draagt hierdoor ook het karakter van een monument ter nagedachtenis aan de niet meer bestaande Joodse gemeenschap in Dalfsen. In 1966 werd de begraafplaats overgedragen aan het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap ("NIK") te Amsterdam.

De begraafplaats ligt nabij het "sportpark Gerner" aan de Gerner Es - haast onzichtbaar vanaf deze weg - en aan een fietspad. Zestien rechtopstaande grafstenen oftewel stèles bevinden zich op een goed onderhouden grasvlakte. Omgeven wordt de begraafplaats door een ca. anderhalf meter hoog ijzeren hek en kan, door middel van een eveneens ijzeren poort van dezelfde hoogte, worden betreden. Op de meeste grafzerken bevinden zich aan de bovenkant Hebreeuwse letters P. N. (= hier rust) en aan de onderkant in Hebreeuwse letters de afkorting van de zin: "De ziel moge opgenomen zijn in het verbond van het eeuwige leven". Vermoedelijk zijn er meer dan zestien mensen op de Israëlitische begraafplaats begraven. De desbetreffende stèles zullen niet meer aanwezig zijn of niet meer zichtbaar zijn, dat wil zeggen voorzien zullen zijn van een laag aarde.

 

Gids of beschrijving van de zestien aanwezige stèles

 

SituatieschetsDe exacte ligging van de zestien stèles op het terrein van de begraafplaats is door middel van de nummering aangegeven op de schets van de "Israëlitische begraafplaats te Dalfsen (Gerner)". Op de meeste stèles bevinden zich naast een Hebreeuwse tekst ook de joodse maanden en de joodse jaartelling - wederom veelal "vertaald" in een Nederlandse tekst met "gewone" maanden en jaartelling. In de gids wordt onder de op de stèles aanwezige tekst telkens enige informatie over het leven van de desbetreffende overledene gegeven. Dit gebeurt echter binnen de grenzen van het achterhaalbare. Zó wordt duidelijk hoe hecht de familie-, geloofs en de economische banden van de Dalfser joodse gemeenschap onderling waren: "Beth Chaim, huis des levens."
"Een mens is pas dan overleden, als ook de herinnering aan hem er niet meer is" (Talmoed). Deze herinnering, dat wil zeggen een "huis des levens" mogelijk te maken, is het doel van deze gids.

Israël Salomon van Essen (stèle nr. 1) werd geboren op 5 november 1806 te Dalfsen als zoon van Salomon Nathan van Essen en Sebilla Michaels. Zijn vader was koopman te Dalfsen en er waren acht kinderen in het gezin: Hartog (geb. 1790), David (geb. 1795), Hester (geb. 1796), Rachel (geb. 5 mei 1800, stèle nr. 2), Nathan (geb. 1801), Michael (geb. 1804), Israël (geb. 5 november 1806) en Eva (geb. 1810). Israël van Essen was koopman in manufacturen en kruidenierswaren. Samen met zijn echtgenote judith Mozes Broekhuijzen, geb. 19 mei 1815 te Sneek, en zijn kinderen woonde hij te Dalfsen, huis nr. A 176. Op 14 oktober 1878, 's morgens om 6 uur overleed hij, 72 jaar oud in het huis nr. 272 te Dalfsen. De kinderen waren Salomon (geb. 20 september 1839, stèle nr. 11), Mariane (geb. 24 december 1846), Mozes (geb. 10 januari 1849), Bertha Eliza (geb. 7 juli 1851) en Immanuël (geb. 29 oktober 1853) - allen geboren te Dalfsen. In 1878 ten tijde van de aankoop van de grond voor de begraafplaats in Gemer was Israël van Essen bestuurslid van het Israëlitisch Kerkbestuur.
Rachel van Essen werd geboren op 5 mei 1800 te Dalfsen als dochter van de Dalfser koopman Salomon Nathan van Essen en van Sabilla Machiels. In dat gezin waren acht kinderen, o.a. haar broer Israël (stèle nr. 1). Rachel van Essen was weduwe van de slager en kramer te Dalfsen, Izaäk Steren (geb. 26 juli 1804, zerk nr. 8). Op een leeftijd van 81 jaar overleed zij op 17 december 1881, 's avonds om 9 uur in het huis nr. 262 te Dalfsen.

De grafmonumenten van Israël Salomon van Essen (links, stèle nr. 1), Rachel van Essen (midden, stèle nr. 2) en Salomon Steren (rechts, stèle nr. 3)Salomon Steren was koopman in lompen te Dalfsen. Op 5 januari 1835 om 10 uur 's morgens werd hij te Dalfsen geboren als zoon van lsak Steren (stèle nr. 8) en van Rachel van Essen (stèle nr. 2). Hij was echtgenoot van Margien Godschalk (stèle nr. 6). Salomon Steren overleed op 24 februari (overlijdensakte!) 1882 te Dalfsen in het huis nr. 262, 's morgens om 7 uur. Hij werd maar 47 jaar oud.

De grafmonumenten van Hartog Steren (links, stèle nr. 4) en Jacob Godschalk (rechts, stèle nr. 5)   Hartog Steren werd op 30 oktober 1836 om 7 uur 's morgens te Dalfsen geboren als zoon van Izak Steren (stèle nr. 8), koopman te Dalfsen en van Rachel van Essen (stèle nr. 2). Hij was koopman in lompen in Dalfsen. Op 28 oktober 1876 trouwde hij te Dalfsen met Heina de Haas, toen 33 jaar oud, geboren en wonende te Aalten, dochter van Salomon Mozes de Haas en van Sophia Gelder. Hartog Steren overleed 46 jaar oud op 18 november 1882 om half twaalf ’s nachts te Dalfsen in het huis nr. 262.

Jacob Samuel Godschalk (stèle nr. 5) was kramer te Dalfsen. Hij werd in 1832 geboren te Roden, Drenthe, als zoon van Samuel Jacobs Godschalk en van Lea Joseps Levie. Hij was ongetrouwd. Op 17 december 1882 (overlijdensakte!), 50 jaar oud, overleed hij 's avonds om 9 uur te Dalfsen in het huis nr. 262.

Margien of Margje Godschalk  was de weduwe van Salomon Steren (geb. 5 januari 1835, stèle nr. 3) en overleed op 26 mei 1883 in een andere gemeente dan Dalfsen.

De grafmonumenten van Margien of Margje Godschalk (links, stèle nr. 6) en Machiel Aron Frank (rechts, stèle nr. 7) Machiel Aron Frank (stèle nr. 7) werd te Goor geboren op 1 december 1824 als zoon van Aron Machiel Frank en van Judith Abraham Cracau. Hij was genees-, heel- en vroedmeester te Dalfsen, wonende in het huis nr. A 52. Zijn echtgenote was Rachel Meibergen, geboren op 10 juli 1833 te Stad Almelo. Het echtpaar Frank had een dochter met de naam Betje, die op 13 mei 1863 te Dalfsen werd geboren. Ten tijde van de aankoop van de grond voor de begraafplaats in Gemer in 1878 was Machiel Frank bestuurslid van het Israëlitisch Kerkbestuur te Dalfsen. Machiel Aron Frank overleed oud 58 jaar, op 11 november 1883 te Dalfsen 's nachts om half twaalf in het huis nr. 82.

Grafmonument Izaäk Steren (stèle nr. 8)Izaäk Steren werd te Dalfsen geboren op 26 juli 1804 als de oudste van vijf kinderen van Jacob Isak Steren en Willemina Isaks (overleden vóór 1813, waarschijnlijk 1810). De overige kinderen waren Roosje (geb. 1806), Hester (geb. 1807), Marjanna (geb. 1808) en Betje (geb. 1810). Ten behoeve van hun vader, de "arme Jood" Jacob Isak Steren, die als weduwnaar en geheel blind niet in staat was zichzelf en zijn inwonende drie kinderen te verzorgen, deed op 16 mei 1816 de Joodse gemeente van Dalfsen een verzoek tot verlening van financiële steun aan de Raad van Dalfsen. Een subsidie van één gulden per week werd toegekend. [2] Izaäk Steren was slager en kramer, dat wil zeggen koopman in lompen. Hij woonde te Dalfsen in het huis nr. A 152. Zijn echtgenote was Rachel van Essen (geb. op 5 mei 1800 te Dalfsen, stèle nr. 2). Izaäk Steren overleed 74 jaar oud op 13 augustus 1878, ’s middags om 5 uur te Dalfsen in het huis nr. 262.
Het echtpaar Steren had vier kinderen, allen geboren te Dalfsen: Nathan (geb. 6 oktober 1831, koopman in lompen te Dalfsen en getrouwd met Ester Spanjer – stèle nr. 9), Salomon (geb. 5 januari 1835, stèle nr. 3) , Hartog (geb. 30 oktober 1836, stèlenr. 4) en Sebilla (geb. 8 december 1838), getrouwd te Dalfsen op 28 oktober 1876 met Aron Cohen en zoon van Jozef Salomons Cohen en Hendrina Levie Lexer.
Ester Spanjar werd als dochter van David Spanjar en Sophia Lievendag op 23 juni 1948 te Rijssen geboren. Zij was echtgenote van Natan Steren (geb. 6 oktober 1831 te Dalfsen, koopman in lompen, zoon van Izaäk Steren – stèle nr. 8) en overleed op 5 maart 1898 te Dalfsen om half elf, ’s nachts in het huis nr. 8. Zij werd 49 jaar oud.

De grafmonumenten van Ester Spanjer (rechts, stèle nr. 9) en Manuël Vomberg (links, stèle nr. 10) werd te Dalfsen in huis nr. 120 op 29 mei 1851 om 12 uur ’s middags geboren als zoon van Levi Vomberg (stèle nr. 12), koopman en slager te Dalfsen en Pauline Friedmann (stèle nr. 13). Manuël Vomberg was weduwnaar van Rebecca de Bruin, toen hij op 74-jarige leeftijd op 20 november 1925 ’s avonds om 9 uur “in het huis staande te Dalfsen in de kom der gemeente” overleed.
Het echtpaar Vomberg had minstens twee kinderen: een zoon, Levie Louis, geb. 1884 te Dalfsen, slager aldaar, getrouwd op 11 augustus 1927 te Dalfsen met Racheltje Vos, geb. 1890 te Dwingeloo en Mietje Blein. De familie L.L. Vomberg verhuisde op 23 april 1930 naar Zwolle. Al eerder op 11 april 1930 werd het woonhuis met slagerij aan de Wilhelminastraat verkocht. Daarnaast had het echtpaar Vomberg-De Bruin een dochter, Paulina, geb. 1887 te Dalfsen, getrouwd op 11 augustus 1927 te Dalfsen met Hartog Leman Vos, koopman te Dwingeloo, aldaar geboren in 1887 als zoon van koopman Mozes Vos en Mietje Blein.

Grafmonument voor Salomon van Essen (stèle nr. 11)Salomon van Essen werd te Dalfsen geboren op 20 september 1839 om 5 uur ’s morgens als zoon van Israël Salomon van Essen (stèle nr. 1), koopman in manufacturen en kruidenierswaren te Dalfsen en Judith Mozes Broekhuijzen. Salomon van Essen was winkelier te Dalfsen. Hij overleed op 20 maart 1886, 46 jaar oud, ’s morgens om half twaalf in het huis nr. 160 te Dalfsen. Ten tijde van zijn overlijden was zijn moeder, Judith Mozes Broekhuijzen, woonachtig te Hoogeveen. Salomon van Essen was getrouwd met Sophia Joles. Het echtpaar had minstens één zoon Israël (geb. te Dalfsen op 29 juni 1873, zerk nr. 14).

Grafmonumenten voor Levie (Gersom) Vomberg (rechts, stèle nr. 12) en Paulina Friedmann (links, stèle nr. 13)Levie (Gersom) Vomberg werd op 14 december 1819 geboren in Meiningen-Walldorf in Saksen als  zoon van N.N. Vomberg en Jochefet Goldman. Hij was koopman en slager te Dalfsen, wonende in het huis nr. A 121. Hij was getrouwd met Paulina Friedmann (geb. 25 juli 1825, stèle nr. 13) en zij hadden zes kinderen, allen geboren te Dalfsen: Manuël (geb. 29 mei 1851, stèle nr. 10), Gersom (geb. 8 april 1857), Nathan (geb. 15 april 1859), Jacob (geb. 7 mei 1861), Meijer (geb. 24 december 1863) en Bernhard (geb. 6 juli 1866). Levie Vomberg overleed op 28 augustus 1895 's middags om half één in het huis nr. 48 te Dalfsen. Hij was toen 80 jaar oud.
Paulina Friedmann werd op 25 juli 1825 te Marisfeld in het koninkrijk Saksen geboren als dochter van Mendel Friedmann en Rebekka Friedmann. Zij was de echtgenote van de Dalfser slager Levie Gersom Vomberg (geb. 14 december 1819, stèle nr. 12). Paulina Friedmann overleed op een leeftijd van 59 jaar te Dalfsen in het huis nr. 44 op 25 september 1884, 's middags om 1 uur.

Grafmonument Israël van Essen (zerk nr. 14)Israël van Essen werd te Dalfsen in het huis nr. 160 op 29 juni 1873 om 8 uur 's morgens geboren als zoon van de koopman te Dalfsen Salomon van Essen (stèle nr. 11) en Sophia Joles. Hij was getrouwd met Betje Levie en 12 maart 1882, overleden 7 marchesjwan 5730 - 19 oktober 1969 - van beroep manufacturier te Dalfsen. Israël van Essen overleed op 21 december 1944 om 10 uur 's avonds te Dalfsen op een onderduikadres. Hij was toen 71 jaar oud. Door de oorlogsomstandigheden moest hij eerst heimelijk op de algemene begraafplaats aan de Ruitenborghstraat worden begraven. Na de oorlog werd hij herbegraven op de Joodse begraafplaats, alwaar hij recht had op een vrije grafstede. [3] Bij de ontbinding van de Nederlandse Israëlitische gemeente te Dalfsen in 1937 trad Israël van Essen naast David Steren op als vertegenwoordiger van het Israëlitische kerkbestuur van Dalfsen.

Grafmonumenten David Steren (links, stèle nr. 15) en Sara de Lange (rechts, stèle nr. 16)David Steren werd te Dalfsen in het huis nr. 41 op 12 maart 1882 om half drie 's morgens geboren als zoon van de Dalfser koopman Nathan Steren en Ester Spanjar (stèle nr. 9). Hij was slager en veehandelaar te Dalfsen en verzorgde tevens de noodslachtingen. Enige jaren was hij lid van de Dalfser Raad voor de P.v.d.A. en fungeerde ook als badmeester van "de Leemcule". Bij de ontbinding van de Nederlandse Israëlitische gemeente te Dalfsen in 1937 trad David Steren naast Israël van Essen op als vertegenwoordiger van het Israëlitische kerkbestuur van Dalfsen.
In de oorlog is de familie Steren ondergedoken geweest. Op zijn 80e verjaardag op 12 maart 1962 ontving David Steren de bronzen medaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau en tevens de draagmedaille van de gemeente Dalfsen. [4]

David Steren was getrouwd met Sara de Lange (geb. 23 juli 1888, stèle nr. 16). Hij overleed op zondag 19 oktober 1969, 87 jaar oud om 10 uur 's morgens te Dalfsen. De aangifte van zijn overlijden werd gedaan door Mozes Nathan Steren, 50 jaar, handelsagent te Voorschoten. Op dinsdag 21 oktober 1969 heeft de teraardebestelling van David Steren plaatsgevonden op de Joodse begraafplaats, alwaar hij recht had op een vrije grafstede. De sobere plechtigheid werd geleid door de heer A. M. Vleesblok uit Zwolle.

Sara de Lange was getrouwd met de Dalfser slager David Steren (geb. 12 maart 1882, stèle nr. 15). Zij werd geboren op 23 juli 1888 in een andere gemeente dan Dalfsen. Zij overleed op 23 februari 1972, eveneens in een andere gemeente dan Dalfsen. (1992-2011)

 

Noten

  1. Schelhaas, H. (red.!, Graven en begraven in Overijssel, Zwolle, 1980.
  2. Brandorff, G, De joodse familie Blein en het begin van de Israëlitische gemeente van Dalfsen, tijdschrift "Rondom Dalfsen': jrg. 1 (1989),
  3. Stappenbelt, W. en van Lenthe, J.: De synagoge van Dalfsen. Huis van samenkomst in vroeger tijden.
  4. Idem.

 

Bronnen

  • Brandorff. G. "De Joodse familie Blein en het begin van de Israëlitische gemeente van Dalfsen" in: Rondom Dalfsen, jrg. 1 (1989) nr. 3.
  • Eigen Archief
  • Gegevens betreffende de Joodse bevolking van Overijssel in het jaar 1813, geëxtraheerd uit de archieven van het voormalig consistorie der Israëlieten in de Circumscriptie, ondergebracht in het archief van het voormalig Departement van Erediensten, berustend in het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. (Apeldoorn, den 16en april 1943, v.d.j. de gemachtigde voor afstammingsbewijzen in het Departement van Binnenlandse Zaken). Afschrift in het Rijksarchief van Overijssel te Zwolle.
  • Gemeente Dalfsen, akten van de burgerlijke stand
  • Grafstèles op de Israëlitische begraafplaats te Dalfsen (Gerner)
  • Michman, J., H. Beem en D. Michman; Pinkas. Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland, Ede en Antwerpen, 1992.
  • Trepp, L.: Die Oldenburger Judenschaft, Bild und Vorbild Jüdischen Seins und Werdens in Deutschland, Oldenburg, 1973.
  • Wijnen, J.F. van: "Als je dat allemaal gaat oppoetsen, dan ziet het eruit zoals nog nooit iemand de begraafplaats heeft gezien. Joodse begraafplaatsen in Nederland: een traditie van soberheid en natuurlijk verval", in weekblad Vrij Nederland d.d. 25 juni 1988.

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section