Deventer - Oude begraafplaats

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in Overijssel

 

Geschiedenis

Tot 1664 deed het kerkhof rondom de Grote- of Lebuïnuskerk dienst. Het werd geruimd en tot plein gemaakt. Het kerkhof rondom de Bergkerk daarentegen is tot 1831 in gebruik gebleven, met name voor de minder draagkrachtigen. De gegoede burgerij verkoos zo veel mogelijk een plaats in de kerk. Ter illustratie: tussen 1823 en 1827 werden 87 lijken begraven in de kerk, terwijl in dezelfde periode 821 lijken op het kerkhof van de Bergkerk werden begraven.

In 1827 nam de Deventer Raad het aanleggen van een nieuwe begraafplaats ter hand. Een belangrijke vraagstuk daarbij was hoe het onderhoud en herstel van de kerkvloeren voortaan bekostigd moest worden.

De gemeente Deventer kocht buiten de stadswallen een stuk bouwgrond, in de nabijheid van de plek die dan al eeuwen bekend staat als "de Galgenbelt". De afstand naar de stad mocht niet te groot zijn, aangezien er in die tijd door de meesten te voet werd begraven. De "Hoge Hond" bleek een geschikt stuk bouwgrond (een "hond" was in die tijd een oppervlaktemaat van 100 roeden). In 1831 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Er werden 3100 plaatsen uitgezet. De nummers 2501-3100 vormden eerst nog een apart gedeelte voor de rooms-katholieken. Als in 1869 de RK-begraafplaats aan de Ceintuurbaan in gebruik wordt genomen, worden deze graven weer vrijgegeven. In 1894 vond een uitbreiding plaats tot ruim 4100 plaatsen. Deze uitbreiding is uitsluitend gebruikt voor particulier eigen graven.

Gelijk met het in gebruik nemen van de buitenbegraafplaats werd een gedetailleerd reglement ingevoerd. Zo mochten er niet meer dan 6 personen buiten de directe familieleden aanwezig zijn bij de begrafenis. Redevoeringen houden was verboden mits na toestemming "omdat men in die tijd de nadelige gevolgen daarvan niet kan overzien". Verder mocht de opzichter geen tapperijen of drinkgelagen houden. Het gebruik van wijn, bier, sterke drank, pijpen, tabak en koek werd verboden "als te dikwijls aanleiding tot grote ongeregeldheden en vrij wat aanstoot gegeven hebben".

 

Opzienershuis en lijkenhuisje

Links van de huidige ingang van de begraafplaats werd een opzienershuis gebouwd. Destijds bevond de toegang tot de begraafplaats zich aan de linkerzijde van dit huis. Het van hout opgetrokken gebouw kreeg een kruisvormige plattegrond en bevat een woonkamer, deel, beestenstal en een lijkenkamer. In de lijkenkamer werd de overledene enige tijd opgebaard om er zeker van te zijn dat de dood was ingetreden. Eind achttiende eeuw was namelijk een angst voor schijndood ontstaan. Het verlengen van de termijn van 24 uren naar 36 uren alvorens men mocht begraven, was klaarblijkelijk nog geen geruststelling. Pas in 1850 was het niet langer nodig 36 uren te wachten op de lijklucht, omdat vanaf dat moment met de stethoscoop de hartslag beluisterd kon worden.

In de (houten) wanden van het gebouw werden drie gietijzeren ornamenten met symbolen van de vergankelijkheid van het leven aangebracht. Te zien zijn afbeeldingen van een slang, vlinder, zandloper, schedel en zeis. Gelukkig zijn deze witgeschilderde reliëfs na de verbouwingen in 1875 en 1984 behouden gebleven en tot op de huidige dag in de muurnissen te bewonderen. In 1894 werd bij de uitbreiding van de begraafplaats een nieuw opzienershuis gebouwd. De situering van de ingang tussen de twee huizen met het toegangshek stamt ook uit dit jaar. De huidige situatie van beide huizen dateert van 1933.

Op de Oude Begraafplaats liggen veel familiegraven van toonaangevende Deventer industriëlen. Daarnaast liggen er aansprekende figuren uit de Deventer geschiedenis begraven zoals de predikant/schrijver Joost Halbertsma, ex-gouverneur generaal in Nederlands-Indië Duymaer van Twist, de Shakespeare-vertaler Burgersdijk en het familiegraf van de familie Bussink. Tevens is er de gietijzeren grafzerk van de familie Nering Bögel, eigenaars van de beroemde Deventer ijzergieterij, terug te vinden. Veel gietijzeren grafmonumenten in Nederland zijn uit deze fabriek afkomstig.

 

Restauratie

In 1918 is de begraafplaats gesloten en daarna is er geleidelijk aan steeds minder onderhoud gepleegd. Een aantal graven wordt tot op de dag van vandaag echter nog steeds door nabestaanden verzorgd. Doordat veel graven in de loop der jaren zijn aangetast, is er een fraaie symbiose ontstaan tussen de dood, waar de graven en graftekens naar verwijzen, en het leven dat de graftekens heeft vervormd, overwoekerd of juist beschermd.

Bij de restauratie van deze begraafplaats zal dit gegeven als uitgangspunt genomen worden. Het terugbrengen van alle graftekens tot hun originele verschijningsvorm zou betekenen dat het bijzondere karakter van de begraafplaats verdwijnt. Omdat het juist zaak is dat te behouden zal in het algemeen sprake moeten zijn van een consoliderend herstel. Daarbij zou naar een evenwicht gezocht moeten worden tussen herstel van ernstig vervallen graven en handhaven van de bestaande situatie ten gunste van de gegroeide landschappelijke waarde. (2001)

 

 

Internet

 

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.