Bergen - Ruïnekerkhof

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Noord-Holland

 

De huidige kerk, restant van het gebouw dat in 1574 werd vernield.In het artikel over de oude begraafplaats aan de Ruïnelaan kwam de voorganger van deze dodenakker al even aan bod: het oude kerkhof bij de Ruïnekerk. Over kerk en kerkhof is echter meer te vertellen dan wat daar in de inleiding wordt verteld. Tot zeker 1864 werd op dit kerkhof begraven. Er lijkt vandaag de dag niet veel meer van het kerkhof te zien dan een groot grasveld, maar bij nader inzien blijkt er op funerair gebied toch nog wel wat te vinden. Ook in de kerk is nog een herinnering te vinden aan de wijze waarop in Bergen eeuwenlang werd begraven.

 

Geschiedenis kerk

De eerste kerk in deze omgeving stond niet in Bergen zelf maar in Schoorl. De kerk in Schoorl werd voor het eerst genoemd in 1094. In datzelfde jaar werd ook gesproken over de schenking van een kapel in Bergen door de Bisschop aan het kapittel van St. Jan in Utrecht. Hoe het met de exacte ouderdom zit, is niet bekend, maar de kapel in Bergen viel geruime tijd onder de parochie van Schoorl.

De plek die voor de kapel in Bergen was gekozen, lag wat hoger dan de omgeving. Dat was niet voor niets want hoog water zorgde destijds regelmatig voor overstromingen in het gebied rond Bergen. De kapel lag centraal ten opzichte van een aantal buurtschappen die samen Bergen vormden. De kapel diende voor die buurtschappen ongetwijfeld ook voor de dodenmissen en uitvaarten. Rondom de kapel was een grote ruimte vrijgelaten waar voldoende plek was om te begraven. Hoewel Bergen een klein dorp was, was het welvarend. Dat blijkt wel uit het feite dat de bevolking in staat was om in de 13de eeuw te starten met de bouw van een volwaardige kerk. Deze kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus. De bouw zou bijna anderhalve eeuw duren. Het resultaat was een forse driebeukige kerk in een laat-gotische stijl. De kerk was wellicht te groot voor de lokale bevolking maar als gevolg van een gebeurtenis uit 1421 zou de kerk toch veel volk trekken. Tijdens de St. Elisabethsvloed spoelde nabij Bergen de kerkschat van het overstroomde Petten aan. In 1422 bleek het zeewater in een kistje met hosties in bloed te zijn veranderd. Deze gebeurtenis werd bekend als het Mirakel van het Heilig Bloed. De jaarlijkse processie die daarna plaatsvond, trok veel mensen naar Bergen.

Over hoe er in de eerste eeuwen begraven werd op het kerkhof is weinig bekend. Dat is niet ongebruikelijk want ook bij andere kerken is daarover weinig te vinden.

 

Ontstaan ruïne

De grote kerk van Bergen was geen lang leven beschoren. In 1574 werd de kerk verwoest door een brand, gesticht door plunderende troepen onder leiding van Diederick van Sonoy. Deze gebeurtenis speelde zich af in de nadagen van het beleg van Alkmaar. De brandstichting werd ingegeven door een tactiek van de verschroeide aarde. Het zou de Spanjaarden geen kans geven nog iets te veroveren rondom Alkmaar. Hoe dan ook, de kerk werd hierna niet meer herbouwd. Het dorp kon een dergelijke investering niet nog eens opbrengen. Aan het eind van de 16de eeuw was alleen het koor gedeeltelijk hersteld en liet men de restanten van het schip aan zijn lot over. Nadat het stof weer was neergedaald, werd de kerk weer in gebruik genomen. Dit keer echter door protestanten want in 1578 kreeg Bergen zijn eerste predikant. Hij zal voornamelijk druk zijn geweest met het herstel van de kerk. Bij het dichtmetselen van het koor werden stenen gebruikt die afkomstig waren van de toren. In 1597 was de nieuwe kerk gereed, soberder dan tevoren en de oude sporen uitgewist door witkalk.

Wie het ook druk had met de kerk was de Heer van Bergen, Anthonis Studler van Surck. Hij bepaalde in de heerlijkheid Bergen ondermeer wie predikant werd en zal ook invloed uitgeoefend hebben op de wijze van herstel van de kerk en het behoud van de restanten. Wellicht werden die bewaard als voorbeeld of als waarschuwing. De kerk werd ook op andere wijze gebruikt door de Heer van Bergen. In 1661 liet hij een nieuwe grafkelder maken in de noorderzijkapel. Nadat de heerlijkheid overging op de Graven van Nassau Woudenberg maakten ook zij gebruik van de grafkelder.

 

Nieuwe vernielingen

Russische afbeelding van de slag bij Bergen (Wikipedia)Alsof de kerk nog niet genoeg geleden had, vonden er in 1799 opnieuw gevechten plaats rond de kerk. Op 27 augustus van dat jaar was een Brits-Russische expeditie geland bij Callantsoog. Deze expeditie had als doel de Bataafse oorlogsvloot uit te schakelen zodat men deze niet kon gebruiken voor een Franse invasie van Groot-Brittannië. Verder wilde de expeditie Amsterdam veroveren en zo een antirevolutionaire opstand in Nederland ontketenen. Hiermee wilde men het Huis Oranje-Nassau herstellen. Terwijl het eerste doel snel bereikt was, ging de opmars richting Amsterdam wat minder snel. Verschillende schermutselingen en veldslagen brachten het invasieleger geen succes. Op 19 september werd een deel van het Brits-Russische leger bij Bergen verslagen door Frans-Bataafse verdedigers. De gevechten vonden plaats in het centrum van Bergen, tot op het kerkhof toe. De kerk leed daarbij veel schade en mogelijk werd het kerkhof geheel vernield. In oktober leed het expeditieleger meer nederlagen waarna het zich terug trok.

 

Noodzaak voor een nieuwe begraafplaats

Na de Franse tijd werd het weer rustig in Bergen. De kleine gemeente begroef haar doden in de kerk en op het kerkhof. Na het verbod op begraven in de kerk, dat inging in 1829, begroef men alleen nog op het kerkhof. Noodzaak voor een nieuwe begraafplaats was er niet. Het dorp had destijds ongeveer 800 inwoners, dus ruim onder de grens van 1.000 die gold om een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Op het kerkhof was voldoende ruimte voor het aantal doden, zo’n 25 per jaar. In deze tijd verschenen er waarschijnlijk ook steeds meer grafmonumenten, veelal stèles. De koster had altijd het register bijgehouden van de graven op het kerkhof. Sommige van de stèles uit de laatste dagen van het kerkhof zijn bewaard gebleven. Het einde van het kerkhof kwam nadat halverwege de 19de eeuw het aantal inwoners van Bergen behoorlijk was gegroeid. Op termijn zou het kerkhof niet meer voldoende ruimte bieden. Sommige graven werden al na zeven jaar geruimd, iets wat niet lang daarna bij wet verboden werd.

De kerk voor 1937 toen er nog een rij zerken lag en de grafmonumenten los op het kerkhof stonden.Toen in 1864 net ten zuiden van het dorp een nieuwe begraafplaats in gebruik werd genomen, was het met het kerkhof gedaan. In vorm bleef het nagenoeg hetzelfde maar de grafmonumenten verdwenen na verloop van tijd uit beeld. Hoewel een eerste blik de indruk geeft dat er geen grafmonumenten meer op het kerkhof aanwezig zijn, blijkt dat bij nader inzien niet het geval. Ze zijn netjes op een rijtje geplaatst en achter een hek gebracht. Zelfs een aantal zerken uit de kerk liggen hier. Hierover verderop meer.

 

Gebruiken

Tot in de 19de eeuw kende Bergen zijn eigen tradities rondom het begraven. Daarbij speelden de buren een belangrijke rol. Dit zogenaamde nabuurschap heeft lange tijd een grote rol gespeeld in het sociale leven. De buren zorgden voor bewassing en het kleden van de dode. Ook droegen ze zorg voor alle benodigdheden rondom het sterfgeval evenals voor het uitnodigden van degenen die de begrafenis moesten bijwonen. De buur ter rechterzijde had de taak het lijk op te eisen met de woorden ”de tijd is verschenen, dat het lijk ter aarde wordt besteld”. Daarna werd de kist gesloten en met behulp van anderen op een boerenwagen geladen. De kist werd afgedekt met een zwart doodskleed. Het zwart werd in sommige gevallen verruild voor een wit doodskleed, zoals bij kraamvrouwen.

De tocht naar het kerkhof voerde langs een van de twee doodwegen. Zij die van Oostdorp kwamen, namen de Oostdorperdoodweg, de huidige Karel de Grotelaan. Westdorpers gingen over Den Ouden Burger Doot Wegh, de huidige Kerkelaan of Hoflaan. Bij de poort van het kerkhof aangekomen, werd de kist op een baar geplaatst en onder gelui van de klokken tweemaal rond het kerkhof gedragen. Aan het klokgelui kon de Bergense bevolking horen om welke dode het ging. Luidde de klok één keer dan werd een kind begraven, twee keer was voor een ongehuwde volwassene, drie maal voor een gehuwde volwassene. Vier keer luidde de klok voor iemand die omgekomen was bij een ongeluk. Voor zelfmoordenaars werd de klok niet geluid. Diens kist werd ook niet gedragen maar gesleept. De plek voor deze doden was in de noordwestelijke hoek van het kerkhof. Dit was feitelijk een van de meest beschaduwde plekken van het kerkhof, letterlijk de donkere kant.

Na de begrafenis was er altijd een zogenaamde ‘koude tafel’ voor de gasten. Warme bollen wittebrood met boter en krentenbollen met in het midden een bolletje suiker met boter werden dan gegeten. Daarbij werd brandewijn gedronken.

 

In de kerk

De dekzerk die de grafkelder van de Heren van Bergen afsluit.In de kerk zijn nagenoeg alle sporen van het funeraire verleden gewist. In 1908 werden de zerken verwijderd en bij een van de laatste restauraties is er een vloer van kleine rode en witte tegels aangebracht, afgewisseld met grotere grijze tegels. Nog wel aanwezig is de grafkelder van de Heren van Bergen, die ook is opgenomen in de beschrijving van mr. Bloys van Treslong-Prins uit 1928. Achter een groot eikenhouten hekwerk bevindt zich de kelder, daterend uit 1661. De kelder wordt gedekt door een zware natuurstenen zerk. In de kelder zijn verschillende adellijke lieden bijgezet, waaronder Wigbold Adrianus, graaf van Nassau La Lecq, Heer van Woudenberg en Bergen. De kelder werd voor het laatst geopend in 1946. Dit werd gedaan ten behoeve van de restauratie van de kerk. Daarbij werd de ruimte boven de kelder bij de kerk getrokken. Van de kelder is vandaag de dag alleen nog een kolossale hardstenen zerk te vinden, zonder enige aanduiding. De zerk ligt meestal onder een tapijt

 

Grafmonumenten bij elkaar

Situatie rond 1960.Mr. Bloys van Treslong-Prins beschrijft in 1928 dat in het gras ten westen van de kerk en ‘voorts op het kerkhof’ verschillende grafzerken voorkomen, waaronder enkele die sinds 1908 uit de kerk verwijderd zijn. Vervolgens beschrijft hij acht zerken en nog tien verspreid staande stèles die dateren uit de laatste jaren van het kerkhof. Van de zerken dateren de oudste uit het begin van de 17de eeuw. De overige grafmonumenten dateren voornamelijk uit de eerste helft van de 19de eeuw. Twee stenen die Bloys van Treslong-Prins beschrijft, zijn vandaag de dag niet meer te vinden.

De zerken die door Bloys van Treslong-Prins beschreven werden, lagen destijds al langs de noordmuur, maar de stèles stonden nog verspreid op het kerkhof. Nadat in 1955 nog een tweetal zerken uit de kerk waren gehaald, zijn de verspreid staande stèles ook bijeen geplaatst.

In 1987 beschrijft Zeiler in zijn rapport [1] vierentwintig grafmonumenten. Zeiler merkt op dat enkele eerder genoemde monumenten verdwenen lijken te zijn en dat enkele die hij beschrijft niet eerder werden genoemd. Van de vierentwintig stenen waren er zeven stèles en zeventien zerken. Sommige grafmonumenten verkeerden destijds al in een dusdanig slechte staat dat Zeiler adviseerde om deze terug te brengen in de kerk. Zeiler maakte een opsomming van de volgende grafmonumenten, hun staat en het advies dat hij in 1987 meegaf.

 

Nr. Namen Type Jaar van overlijden Historische gegevens huidige toestand
1 Vink, Boukje
Ivangh, Joost
Stèle † 1834
† 1843
1928: nr. 11 (hier en daar in het gras)
1939: halverwege tegen ruinemuur zuid-west van nr. 10
Redelijk
2 Bottemanne, Franciscus J. Stèle † 1827 1928: nr. 15 (hier en daar in het gras) Redelijk
3 Struuk, Sara
Graaff van den Bergh, Walraven
Stèle † 1847
† 1854
1928: nr. 16 (hier en daar in het gras) Redelijk
4 Graaf, Cornelia Stèle † 1837 1928: nr. 17 (hier en daar in het gras) Redelijk
5 Onleesbaar Zerk   ? Redelijk
6 Worst, Js. Hs. Stèle † 1831 1928: nr. 9 (hier en daar in het gras)
1939: nr. 10 (zuidwaarts van nr. 4 en 5)
Redelijk
7 Oldenburg, Cornelis
Oldenburg, Anna Cornelia
Zerk † 1830
† 18.6
niet vermeld Gebroken
8 Strooper, Neeltje
Schouten, Cornelis
Zerk † 1849
† 1863
1939: (in het oosten van het kerkhof) Redelijk
9 Bergh, Jacoba van den Stèle † 1836 1928: nr. 12 (hier en daar in het gras)
1939: nr. 15 (vlak bezuiden nr. 14)
Slecht, sterke verwering
10 Hell, Pieter Zerk † 1860 1928: nr. 13 (hier en daar in het gras)
1939: nr. 16 (vlak beoosten nr. 15)
Gebroken
11 Sumerij, Gerrit Zerk † 1782 1928: nr. 7 (voor 1908 in kerk?)
1939: nr. 7 (noordzijde)
Gebroken, provisorisch hersteld
12 Leenders, Leonard Zerk † 1707 1928: nr. 2 (voor 1908 in kerk?)
1939: nr. 3 (noordzijde)
Gebroken, onleesbaar
13 Jansdr. Guert
Jansdr. Hillegont
Zerk † 1636
† 1636
1928: nr. 4 (voor 1908 in kerk?)
1939: (in het oosten v/h kerkhof)
gebroken, versleten
14 Ramp Zerk   1928: nr. 1 (voor 1908 in kerk)
1939: (consistoriekamer)
versleten
15 Lange, Arent de Zerk † 1765 1928: nr. 8 (voor 1908 in kerk)
1939: nr. 8 (noordzijde)
gebroken
16 Cloeck, Annetgen Andries
Cloeck, Grietge Andries
Cloeck, Brechie Andries
Zerk † 1599
† 1605
† 1607
1928: nr. 6 (voor 1908 in kerk)
1939: nr. 4 (noordzijde)
Gebroken
17 Vaendrich, Jacobus
Jacobs, Maertie
Schoenmaker, Jan Cornelisz.
Zerk † 1639
† 1647
† 1702
1928: nr. 6 (voor 1908 in kerk)
1939: nr. 5 (noordzijde)
verweerd
18 Besteman, Cornelis Dicrcksz
Besteman, Dirck Cornelisz.
Besteman, Maritgen Claesdr.
Zerk † 1653
† 1647
† 1637
1928: nr. 3 (voor 1908 in kerk)
1939: nr. 2 (noordzijde)
versleten
19 nr. 64 Zerk ? ? Gebroken
20 Bruyningh, Baertje Zerk † 1759 niet vermeld Gebroken
21 Schenker, Jan Paul Zerk † 1648 Niet vermeld Gebroken
22 Jacops, Marynus Zerk † 1655 1955: voordien in kerk versleten
23 Barchman, Cornelis Willemsz. Zerk † 1626 1955: voordien in kerk Gebroken
24 Meyne, Treyntge Corn.
Henneman, Pieter Corn.
Stèle † 1783
† 1796
1928: nr. 14 (hier en daar in het gras)
1939: (in het oosten v/h kerkhof
Redelijk
- Bruinvis-Moeriaans, E.
Bruinvis, P.
? † 1842
† 1851
1928: nr. 10 (hier en daar in het gras)
1939: nr. 11 (een weinig verder zuidwaarts)
Verdwenen
- Kluyver, Jacob van ? † 1857 1928: nr. 18 (hier en daar in het gras) Verdwenen
- Wapen ? ? 1939: nr. 1 (noordzijde) Verdwenen
- ? ? ? 1939: nr. 9 (noordzijde) ?
- Nierop, Dirk ? † 1842 1939: nr. 12 (oostzijde) Verdwenen
- Lange, Trijntje de ? † 1856 1939: nr. 13 (bezuiden nr. 1) Verdwenen
- Bruyningh, Gerrit Zerk † 1765 1955: voordien in kerk, deel van nr. 22 Verdwenen

 

Het advies dat eveneens in 1987 ingewonnen werd bij de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) stelt dat de zerken beter naar de zuidgevel overgebracht kunnen worden zodat ze in de schaduw liggen. Verder zouden een vijftal zerken beter overgebracht kunnen worden naar de kerk. Een hekwerk zou er voor moeten zorgen dat de bezoekers niet meer over de stenen kunnen lopen. Het enige dat daarna gebeurde was dat in 1988 een eenvoudig hekwerk is geplaatst. Andere plannen bleken te kostbaar.

 

Vandaag de dag

De grafmonumenten zijn vandaag de dag bijna aan het zicht onttrokken.Op het kerkhof, omgeven door een lage ringmuur, ligt nu vooral gras. Van de vierentwintig nog bewaarde grafmonumenten verkeren er vele in een slechte staat. Alle monumenten staan of liggen tegen de noordmuur van de ruïne en worden omgeven door een stalen hekwerk. Stukken glas en andere rommel slingeren achteloos rond achter het hekwerk. Gelukkig neemt een haag van taxus het beeld op deze functionele afsluiting weg, maar het verhindert niet dat er allerlei troep op de zerken terecht komt.

De zerk voor Cornelis Schouten.Dat op het kerkhof alle gezindten werden begraven, blijkt uit het feit dat zich tussen de bewaarde grafmonumenten ook dat van Cornelis Schouten bevindt (nr. 8). Schouten was de weldoener van de katholieke kerk in Bergen. Hij overleed in 1863 en was ook een van de laatste overledenen die op het kerkhof werd begraven.

Wie nu van links naar rechts langs de stenen loopt, overziet vier eeuwen begraafcultuur in Bergen. De eerste paar stenen zijn 19de-eeuws en van het type dat vrij gebruikelijk was in die tijd, zonder symboliek. De eerste steen die opvalt, is de zerk van Cornelis en Anna Oldenburg (nr. 7) met een kruis aan de bovenzijde. Waarschijnlijk waren zij net als Schouten van katholieke huize. De stèle van Jacoba van den Bergh is een heel aparte (nr. 9). Het uit één stuk gehouwen monument bevat een basis waarop tekst is opgenomen met daarop een versmallend, obeliskvormig deel dat bekroond wordt met een cirkelvormig element. Onderin de obelisk was ooit een afbeelding opgenomen maar die is vervaagd. Ook in de cirkel bevond zich ooit een object, maar ook dat is weg. Het curieuze monument trekt in de rij wel de aandacht. De zerk van haar man, Pieter Hell, ligt ervoor maar valt veel minder op.

De zerk voor Leonard Leenders, gestorven in 1707 komt uit de kerk en bevat een familiewapen (nr. 12). Twee zerken naar rechts ligt een brede zerk voor de familie Ramp met het familiewapen waarin een molenrad is opgenomen. Daarnaast zijn de kwartieren van gelieerde families opgenomen. Daar weer onder is een cartouche zichtbaar waarin een uitgesleten opschrift bekroond door een doodshoofd met gevleugelde zandloper is opgenomen. De grafkelder van de familie lag vroeger bij de ingang van de kerk en is sterk belopen.

De oudste grafsteen in het rijtje is die van de kinderen Cloeck (nr. 16) De drie kinderen stierven tussen 1599 en 1607. Vader Jacob Andriesz. Cloeck was Schout van Bergen en liet op de zerk zijn initialen opnemen in een ovaal schild.

Zerk van de familie Besteman met opvallend familiewapen.De opvallende zerk die even verderop ligt is van schout Cornelis Dirckz Besteman en zijn vrouw en zoon (nr. 18). Het familiewapen toont ondermeer een uit het water oprijzende onderarm met een krans in de hand. Ook het daarboven opgenomen helmteken is bekroond met zo’n onderarm met dito krans. Boven het wapen de spreuk ‘Vita nostra peregrinatio’, wat zoveel betekent als ons leven is een pelgrimstocht (op weg naar de eeuwigheid).

De stenen die de laatste van de rij vormen, zijn behoorlijk versleten of weinig belangwekkend.Onkruid en vuil bedekt de zerken.

Voor alle grafmonumenten samen kan gesteld worden dat het jammer is dat ze op zo’n wijze tentoongesteld worden. Ze lijden weliswaar niet meer van voetstappen of maaimachines die er tegen aan rijden, maar het is duidelijk dat beter onderhoud of een restauratie deze stenen veel goed zou doen. (2011)

 

Noot

  1. Genoemd in het rapport (zie literatuurlijst) dat opgemaakt werd om de grafmonumenten te redden.

 

Literatuur

  • Bloys van Treslong-Prins, mr. P.C. en Mr. J. Belonje; Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, deel 11: Amsterdam (Nieuwe Luth. kerk) tot Edam (Groote Kerk), Utrecht 1928
  • Reenen-Völter, M.A.D. van; De heerlijkheid Bergen in woord en beeld; Bergen 2e druk 1948
  • Schilstra, J.J.; De ruïnekerk van Bergen, Bergen 1988
  • Stenvert, Ronald e.a.; Monumenten in Nederland, Noord-Holland, Zwolle 2006
  • Zeiler, Frits David; Kerken in de heerlijkheid. Geschiedenis van kerkgebouwen en kerkgang te Bergen N.H., Bergen 1999
  • Zeiler, F.D. m.m.v. A.A. Veer; Rapport over de toestand van de grafstenen bij de ruïnekerk te Bergen, Bergen 1987.

 

Internet

 

 

Met dank aan de heer W.J. Bleijs, Historische Vereniging Bergen (NH).

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section