Amstelveen - Zorgvlied

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in Noord-Holland

 

Dit artikel is in bewerking (red.)

 

Geschiedenis

In 1867 kocht de gemeente Nieuwer-Amstel (vanaf 1964 Amstelveen geheten) op een publieke veiling een stuk weiland aan de Amsteldijk, waarop vroeger het buitenverblijf Zorgvliet had gestaan. De tuinarchitect J.D. Zocher jr. werd benaderd om een plan en een begroting te maken voor de aanleg van een begraafplaats. Aanvankelijk werd niet het hele terrein gereed gemaakt, maar slechts een deel ter grootte van 0,8 hectare. Om de financiering rond te krijgen werden grafruimtes in de 'voorverkoop' aangeboden. Op 1 november 1870 werd begraafplaats Zorgvlied in gebruik gesteld. Op dezelfde dag werd de, verliesgevende, oude begraafplaats van Nieuwer-Amstel gesloten.

AfscheidVanaf het begin was Zorgvlied een groot succes. De elite van Amsterdam liet in de loop der tijd fraaie buitenplaatsen aanleggen aan de Amstel en al snel verwierf Zorgvlied de status van elitebegraafplaats. In 1872 werd het rooms-katholieke deel van de begraafplaats kerkelijk ingezegend, waarna er ook katholieke begrafenissen plaats konden vinden. In 1892 werd de begraafplaats vergroot. Deze uitbreiding werd gedaan door L.P. Zocher. In 1900 werd een uitbreiding gedaan naar ontwerp van gemeente-opzichter L. van der Bijl. Deze twee uitbreidingen weken niet af van de oorspronkelijke landschapsstijl van J.D. Zocher jr.

 


In 1919 en en 1926 volgden nieuwe uitbreidingen. In 1925 waren de gemeentes Amsterdam en Nieuwer-Amstel een grondruil overeen gekomen. Het oppervlak van de begraafplaats werd verdubbeld, maar werd tegelijkertijd ingeklemd door Amsterdam.
In 1930 werd besloten tot de bouw van een aula, welke noodzakelijk werd gezien om een begraafplaats met een zekere uitstraling te blijven. Latere uitbreidingen aan de begraafplaats waren meer zakelijk van aanzien. Rechte lijnen in plaats van bochtige paden. Verantwoordelijk voor deze uitbreidingen was C.P. Broerse, wie gedurende 40 jaar directeur was van de Dienst der Plantsoenen en de Begraafplaats Zorgvlied. Rond 1963 vond de laatste uitbreiding plaats onder B.J. Galjaard.
Terwijl de bomen van Zocher bedoeld waren om de eeuwen te trotseren, werden bij de laatste uitbreidingen bomen gebruikt die na 30 tot 50 jaar zouden moeten vervangen. De latere uitbreidingen maken een opgeruimde indruk en er is geen plaats meer voor intieme hoekjes of wild struikgewas.

 

De graven en grafmonumenten

Praalgraf van Johanna Elisabeth Sophia KnollOp Zorgvlied zijn enkele imposante neoclassicistische praalgraven van rijke negentiende-eeuwse Amsterdamse families. Op het oude gedeelte van Zorgvlied vallen met name het mausoleum van Carré en de Tempel van Dorrepaal op door hun grootte op. Een ander opvallend graf is het grafmonument van Elisabeth Otter-Knoll, met bovenop het achterstuk twee rustende engelen.

Het graf van de familie Hartog van Banda toont een uil zittend op een gebroken zuil. De basis van het monument is bezaaid met schelpen.

Op Zorgvlied liggen meer dan 120 bekende Nederlanders begraven, met name de theaterwereld is goed vertegenwoordigd. Louis Bouwmeester, Fien de la Mar en Frans Halsema zijn enkele van hen. Daarnaast hebben er ook een aantal schrijvers op Zorgvlied hun laatste rustplaats gevonden: Herman Heijermans, Arthur van Schendel, Renate Rubinstein en Annie M.G. Schmidt. (2001)

 

Literatuur

  • E. Kurpershoek, H. van den Berg, Zorgvlied - De geschiedenis van een begraafplaats (Amsterdam, 1995)
  • Y. Lievaart, 'Amsterdamse Begraafplaatsen en hun graftekens' in: De dood verbloemen? - begraven en cremeren in Amsterdam; gedenktekens spreken. Mededelingen, aflevering 57 (1982) Prof. Dr. G. van der Leeuw-stichting
  • C. van Raak, Dodenakkers (Amsterdam, 1995) 131-134

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section