Valkenburg aan de Geul - Grafkelder H. Habets

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Limburg

 

Overzicht grafkapel en ingangDe oude katholieke begraafplaats van Valkenburg in Zuid-Limburg is een bijzondere begraafplaats vanwege een aantal bijzondere funeraire kwaliteiten. De begraafplaats, waarvan het oudste gedeelte in september 1836 werd ingewijd, is nu in beheer bij de gemeente Valkenburg aan de Geul. Naast het katholieke deel vinden we hier vandaag de dag ook een joodse begraafplaats, een algemeen deel en een grafveld voor een kloosterorde. De funeraire kwaliteiten van de begraafplaats zijn vooral te danken aan de geografische omstandigheden ter plekke. Ligt het oude deel van de begraafplaats nog redelijk vlak, de nieuwere delen liggen allemaal hoger op en in de hellingen van de Cauberg. Die hellingen maakten het mogelijk om galerijgraven aan te leggen, terrasvormig tegen de helling op. Op het oude deel nog heel voorzichtig maar even verderop is de hele heuvel inmiddels veranderd in een terrassenbegraafplaats met een hoogteverschil van bijna 30 meter. Andere bijzonderheden zijn de kapel, toegewijd aan het Heilig Kruis van Jezus Christus, en de vier familiegrafkelders op het oude gedeelte, uitgehakt in de mergel van de Cauberg. De mergel duikt hier op tot aan de oppervlakte. Dit deel van de begraafplaats was voordien waardeloos, totdat men begon met het aanleggen van de grafkelders. Vooral opvallend is de kelder van de familie Habets-Willems, met name door de grafkapel die boven de kelder werd gebouwd. De kapel is goed zichtbaar vanaf de weg en valt op voor eenieder die de Cauberg op of af gaat.

 

Opdracht aan dr. P.J.H. Cuypers

De opdrachtgever voor de bouw van de kapel en kelder was Jan Willem Hubert Habets, geboren en getogen in Valkenburg. Naast dat hij hier aannemer was, was hij ook een van de eerste leden van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Als aannemer bouwde Habets niet alleen in opdracht maar was hij ook een zogenaamde eigen bouwer, vergelijkbaar met een hedendaagse projectontwikkelaar. Zo heeft hij veel huizen en huizencomplexen in Valkenburg en omgeving gebouwd en die pas daarna verkocht. Sommige bouwwerken verhuurde hij. Voor eigen bewoning heeft Habets ook meerdere villa's in Valkenburg gebouwd.

Om de kelder met kapel te kunnen bouwen kocht Habets aan het begin van de jaren negentig van de 19de-eeuw van de gemeente Valkenburg een stukje grond op het kerkhof van Valkenburg. Hij betaalde daar ƒ 250,- voor, een fors bedrag in die dagen voor het kleine stukje steile helling. Habets liet de kelder met kapel niet door de eerste de beste architect ontwerpen. Hij vroeg de bekende architect P.J.H. Cuypers om een ontwerp te maken. Waarschijnlijk kende Habets Cuypers vanwege het feit dat de laatste veel ontwerpen voor bouwwerken in Valkenburg maakte die Habets mogelijk bouwde als aannemer. Dit heeft vermoedelijk ook geleid tot de opdracht aan Cuypers. Cuypers koos voor een uitgekiend plan op het kleine stukje grond, door in de helling een kelder te laten bouwen en daarboven, op een wat vlakker stuk een kapel. De bouw van de familiekelder kwam gereed in 1892.

 

De grafkelder

De kapel bestaat uit twee opvallende elementen: de ingangspartij van de kelder en de achtzijdige kapel, iets hoger gelegen, rechts daarvan. Een grote opening in een mergelstenen wand met daarachter een trap. Achter een smeedijzeren toegangshek in de opening is een trap zichtbaar die naar de kelder leidt. De ingangspartij loopt uit in een frontonachtige topgevel met daarin een vierpasnis waarin het jaartal 1892 is opgenomen, met daaronder de tekst "Familiegraf H. Habets-Willems". Het fronton is aan de bovenzijde afgedekt met zink om inwatering te voorkomen.

De bakstenen trap naar de kelder loopt naar beneden breder uit. Aan de bakstenen is te zien dat deze later verbreed moet zijn, waarschijnlijk om de bocht te kunnen maken met de lijkkisten. Onderaan is in de mergel een grote ruimte uitgehakt met daarin ruimte voor 16 grafnissen, in vier rijen van vier. Op de vloer liggen hardstenen tegels. Aan de rechterzijde is in de wand in 2003 een urnennis uitgehakt die met behulp van hardstenen stroken ingedeeld is en ruimte biedt aan 20 urnen. Aan de andere kant is een hardstenen tekstplaat in de muur bevestigd ter herinnering aan een in Nederlands-Indië overleden zoon van het echtpaar Habets-Willems. Van de 16 grafnissen zijn de meeste afgesloten met een hardstenen tekstplaat. Op de platen is te lezen wie hier eeuwig rusten. Al in 1892 werd hier de op 15-jarige leeftijd overleden dochter van Hubert Habets en Johanna Willems bijgezet. Dit overlijden was waarschijnlijk ook de reden voor de bouw van de kelder. Op 1 maart 1929 overleed Hubert Habets zelf. Voor hem was een van de centrale nissen in de kelder gereserveerd. Vervolgens werd in 1936 een kleinzoon van het echtpaar bijgezet in de kelder. Rudi Mantel, 20 jaar oud, de zoon van Virginie Habets en Henri Mantel. Naast de nis van Hubert Habets werd in 1940 zijn echtgenote Johanna Willems bijgezet. Zij was geboren in Eelen (België) op 27 februari 1854 en overleed op 25 januari 1940. De ouders van Rudi Mantel werden respectievelijk in 1956 en 1960 bijgezet in de kelder.

Gezamenlijk in een nis rusten Milania Habets, dochter van Hubert en Johanna, en haar echtgenoot Willem Hermans, beiden overleden in 1974. Ook hun bij de geboorte overleden dochtertje is bijgezet in de kelder. Habets' zoon Florent en diens eerste echtgenote Catharina Frösch zijn hier eveneens bijgezet. Als laatste werd hier Florents dochter Jenny Habets bijgezet, echtgenote van Ruud Smeets. In totaal zijn nu 12 overledenen van de familie Habets-Willems in de kelder bijgezet.

 

De grafkapel

Detail van de grafkapelDe grafkapel bevindt zich rechts van de kelder en ligt ongeveer een halve meter hoger dan de toegang naar de kelder. De kapel staat in zijn geheel op een verhoging die betreden kan worden via een tweetal grote treden van hardsteen. Om de verhoging is een gecementeerde bakstenen muur geplaatst met daarop een fraai smeedijzeren hek met daarin een klein toegangshek. De achtzijdige, vrijstaande kapel telt een bouwlaag en wordt afgedekt met zadeldakjes met daarop leien uit Wales in Maasdekking. Het geheel wordt bekroond door een lantaarn met een spits dakje. De kapel is geheel uit mergelsteen opgetrokken. Smalle spitsboogvormige glas-in-lood vensters brengen licht in de kapel. Aan de voorzijde is een rechthoekige toegang opgenomen met decoratieve afwerking aan de bovenzijde in de vorm van een spitsboogvormige nis. De geveldelen lopen uit in topgeveltjes met hierin een driepasdecoratie en loden waterspuwers in de vorm van duivelskoppen op de hoeken. De toppen worden bekroond met loden bloemvormige decoraties. In de kapel is een klein altaar opgenomen. Direct achter de kapel is een hoge keermuur opgetrokken van mergelstenen blokken, afgewerkt met een geprofileerde rand. In de muur zijn twee waterspuwers van een harde kalksteen opgenomen die zorgen dat het water in de wand weg kan. Halverwege de muur, achter de kapel, is een smeedijzeren hekwerk geplaatst dat aansluit op het hekwerk dat de begraafplaats omgeeft. Hopelijk zorgt dit hek ervoor dat er niet weer, zoals vaak in het verleden is gebeurd, wielerfans op de kapel klimmen.

 

Verval en restauratie

De kelder en kapel zijn sinds de bouw voortdurend in gebruik geweest. De kapel heeft de tand des tijds echter minder goed doorstaan dan de kelder. Bovendien was het onderhoud in de laatste jaren van de 20ste-eeuw achterwege gebleven. In 2001 besloot een aantal Nederlandse en Belgische familieleden dat de kapel opgeknapt zou moeten worden. De kapel had te leiden gehad van weer en wind maar er waren ook vele vernielingen aangericht. Omdat de kapel enkele jaren daarvoor was aangewezen als beschermd rijksmonument, richtte de familie zich begin 2002 tot de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), de provincie Limburg en de gemeente Valkenburg aan de Geul met het verzoek tot subsidie voor het herstel. Ondertussen had de familie HamersVoorveltNijssen Architecten uit Hoensbroek opdracht gegeven om met een restauratievoorstel te komen. In het restauratieplan legde het architectenbureau zich toe op het opheffen van de vele technische gebreken en de restauratie van de verschillende onderdelen. Van de grafkapel waren met name de ramen en het dak in zeer slechte staat. Er ontbraken veel leien en de ornamenten waren beschadigd of verweerd. De zinken afdekkingen op de kapel en de kelderingang waren sterk verweerd. Al met al leidde jarenlange inwatering tot verrotting van het dakbeschot en de constructie van het dak. Het kelderdek bleek constructief ook slecht te zijn. De kelder zelf was constructief redelijk maar de afwerking had duidelijk te lijden onder vochtdoorslag. De keermuur achter de kapel was door de druk van de grond en worteling van bomen naar buiten gedrukt en plaatselijk sterk ontzet.

Bouwhistorisch onderzoek leverde weinig gegevens op. Bij het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) in Rotterdam, waar veel van Cuypers ontwerpen bewaard worden, vond een van de familieleden/opdrachtgevers een kleine schets van de kapel. Verder kwam er niets naar voren bij het onderzoek. Aan de hand van wat ter plekke werd aangetroffen en op basis van de schets en oude foto's werd een zorgvuldig restauratieplan opgesteld. De restauratie van de kapel, met zijn loden waterspuwers, leien dak en glas-in-lood ramen, was het meest kostbaar. De glas-in-lood vensters met eenvoudige Art-deco motieven zijn hersteld en aan de buitenzijde ter bescherming op gepaste wijze van gehard glas voorzien.

In de loop van 2002 werd door de familie een speciale stichting opgericht die als opdrachtgever voor de restauratie ging fungeren. De stichting zou ook zorg moeten dragen voor het bijeenbrengen van de overige gelden voor de restauratie.

In februari 2003 werd door de RDMZ, de provincie en de gemeente een subsidie toegezegd waarop in het voorjaar van 2003 met de werkzaamheden werd begonnen. Allereerst werd aan de bovenzijde de keermuur vrij gemaakt en kon de afdekking vernieuwd worden. Vervolgens werd de kapel in de steigers gezet en kon het slopen van verrotte en beschadigde delen beginnen. Er werd niet alleen gerestaureerd, maar er vonden ook enkele wijzingen plaats. Zo werd in de kelder tegelijkertijd de eerdergenoemde urnennis aangebracht. De restauratie, onder leiding van architect J. Voorvelt, is op gedegen wijze uitgevoerd, met respect voor het aanwezige materiaal en met een adequate vernieuwing van verloren gegane elementen. In september 2003 was de restauratie klaar.

 

Oplevering

Een maand later, op donderdag 23 oktober 2003, werd in het bijzijn van een aantal familieleden de restauratie formeel afgesloten. Onder de aanwezigen bevonden zich ook de kleindochter van Hubert Habets en Johanna Willems, mevrouw A.M.G.Tromp-Habets en haar zwager R. Smeets die tot de restauratie hadden besloten. Zij en de Belgische familieleden hebben eveneens bijgedragen in de restauratiekosten.
De heer F.A. Tromp en de architect ir. J. Voorvelt spraken beide over een succesvolle restauratie. Er werd waarderend gesproken over de bereidheid van het Rijk, de provincie en de gemeente tot het verstrekken van subsidies. Geprezen is de hoge kwaliteit en het groot vakmanschap van de aannemers die gezamenlijk de restauratie hebben uitgevoerd. De opgerichte stichting moet garanderen dat ook volgende generaties hier begraven kunnen worden, in een waardige en historisch belangrijke omgeving. (2004)

 

Literatuur

  • Notten, Jan G.M., Zevenhonderd jaar kerk in Valkenburg, Parochie H.H. Nicolaas en Barbara 1281-1981, Valkenburg 1981.
  • Bok, Leon, Heropening grafkapel van Cuypers, in: Nieuwsbrief RDMZ, nr. 1,
    januari 2004, blz. 7

 

Met dank aan de familie Tromp-Habets en de heer J. Voorvelt, restauratiearchitect.

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.