Dies irae - Kaimana

Geschreven door Andreas Schelfhout op . Gepost in Persoonlijke verhalen

 

Tijdens zijn leven maakt ieder mens vele uitvaarten mee. En hoe ouder hij wordt, hoe meer crematies en begrafenissen hij jaarlijks bijwoont. Andreas Schelfhout, ooit journalist en af en toe auteur, schetst in een korte serie columns onder de titel “Dies irae” (Dag van gramschap, dag van toorn) doden uit zijn verleden.

Kaimana

 

Het boek van Andreas Schelfhout, De zomer van 1962, waarop bijgaande column is gebaseerd. Op de onderste foto het uitgeleiden van de rond Kaimana gesneuvelde strijdmakkers. Het boek is via internet te bestellen.Op 17 augustus 1962 staakte in Nederlands Nieuw-Guinea de strijd tussen de Nederlandse strijdkrachten en de gevechtstroepen van Kopassus, de infiltranten uit Indonesië. Direct werd begonnen met het afvoeren van militaire voorraden, zware wapens, munitie, apparatuur en wat niet al. De legeringsplaatsen werden onttakeld, zo ook het vliegveld Utarom bij Kaimana waar ik in die periode samen met mijn mortierpeloton was ingezet.

De dag voor de mortieren zouden worden ingepakt en opgehaald, deden we een poging de voorraad granaten weg te schieten. Dat lukte niet, het waren er veel en veel te veel. Ter hoogte van de loodsen brachten de stuksbemanningen de vier stukken aan de rand van het strand in stelling. Op een zandbank een eind uit de kust plaatsten we een leeg olievat, het doel. Iets anders konden we niet vinden. Alle soorten vuren werden uitgeprobeerd tot snelvuur aan toe. Daarbij lukte het ieder stuk om de tiende granaat af te vuren terwijl de eerste nog niet op het doel was ontploft. Veertig granaten hingen aldus seconden in de lucht om uiteindelijk bij het vat een aanhoudende explosie te veroorzaken. Apocalyps now!

Het vat was verdwenen. Die avond aten alle Papoea gezinnen in de kampongs rond het vliegveld vis, vis die na het inferno boven was komen drijven. Honderden, honderden dode vissen, de zee glinsterde van hun schubben.

Nog voor de af- en onttakeling van het vliegveld compleet was, werd er een korte plechtigheid uitgevoerd waar iedereen als een berg tegenop had gezien: het uitgeleiden van de rond Kaimana gesneuvelden. Er werd een erewacht aangesteld, er werden dragers aangewezen. Een hele morgen werd er gepoetst en geborsteld om met een enigszins toonbaar uniform voor de dag te komen.

Die middag kwam de door jeeps geëscorteerde open DAF met daarop de zeven kisten  stapvoets de start- en landingsbaan opgereden. De strak wapperende vlag bij de loodsen werd gestreken, gehesen en vervolgens halfstok gehangen.
Eindelijk arriveerde de DAF bij de gereedstaande Dakota. Een voor een werden de kisten elk door zes dragers uitgeladen en op een tevoren gemarkeerde plaats op de grond geplaatst en met de driekleur gedekt. Er volgde een korte toespraak van de gebruikelijke soort. De jongens waren niet voor niets gesneuveld en dat soort dingen. Eer. Trouw. Leve de koningin!

De ‘Last post’ werd geblazen. Een voor een werden de ruwhouten kisten opgetild en langs de erewacht het vliegtuig in gedragen terwijl hun namen werden afgeroepen. Daar gingen ze, dienstplichtig soldaat K.J. Faber, dienstplichtig soldaat J.H.M. Groels, dienstplichtig sergeant W. Kevelam, dienstplichtig korporaal G.M. Derks en tijdelijk reserve tweede luitenant Cr.H.L.M. Moreu. Twee namen werden niet genoemd. Omkomen bij een auto-ongeluk en zelfmoord plegen, zo’n dood verdiende toen geen militaire eer. Niemand was daar verbaasd over. Zoals ook niemand zich verbaasde dat er geen enkele poging werd gedaan de lichamen van de gesneuvelde Indonesische parachutisten te bergen. Er lagen er vele tientallen in het bos achter het vliegveld. Ze lagen daar best, vond men. Allemaal, Nederlanders en Indonesiërs, waren ze jong, te jong om te sterven, te jong om te sneuvelen. Ze zouden nog een heel leven voor zich hebben gehad. Nu slechts de eeuwigheid.

Bij het van de grond tillen van de laatste kist klonk er in de diepe stilte van het moment een rollend geluid. Iedereen schrok maar begreep tegelijkertijd het waarom. Bij gebrek aan eigen gewicht van het lijk hadden de opgravers brokken koraal toegevoegd. Want een vrijwel lege kist, dat draagt niet lekker. Vonden ze.

De deur van de Dakota werd gesloten. De crashploeg kwam aangereden met de poederblussers. De motoren startten. De blokken bij de wielen werden weggetrokken. Het vliegtuig taxiede de baan op, reed naar het begin, draaide, zette aan en steeg op. Het wiegde één keer met de vleugels en verdween.

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.