Het kerkhof, een unieke plek

Geschreven door Roger van Laere op . Gepost in Persoonlijke verhalen

 

Achter de kerk in Liempde ligt het kerkhof. Sinds 1860 worden er mensen begraven. Het is een bijzondere plek in het dorp. Een akker van verstilde herinneringen in de zoelte van de toren. De adem van het verleden is er voelbaar en het is er doorgaans stil. Heel stil en rustig. Een zalige rust doordesemt er de lucht en een serene stilte waaiert er over de grafmonumenten, zo nu en dan gebroken door de zucht van de wind.

Kerkhof van Liempde (foto Gerard Schalkx, Liempde)In deze rustieke stilte mengen, als een grote familie, de strakke grafzuilen zich met de enkele en dubbele grafstenen, veelal gemaakt van verwerend beton dan wel harde natuursteen en gesierd met een kruis, een bloem, een Christusdoorn of monogram. Hier rust(en)…Liefdevol gedenken wij……. Als dankbare herinnering aan……Hier wacht de verrijzenis…. en andere teksten staan er op de grafstenen, gevolgd door de naam van de overledene, geboortedatum en sterfdag, welke de herinnering aan de gestorvene levend houden.

Het kerkhof is niet alleen een rustplaats, een plek van ingetogen stilte, het is ook een bijzondere ontmoetingsplaats. Men is er niet gauw alleen. Of het nu ochtend, middag of avond is, vaak zijn er nabestaanden, vrienden of kennissen van de overledene op weg naar of van een graf. Sommigen torsen een pot met chrysanten of een bos bloemen, anderen dragen een vaasje of kruikje, een vetplantje, een kaarsje of hebben een ander kleinood bij zich. Of niks. Op zon- en feestdagen, op hoogtij- en gedenkdagen en ook op heel gewone doordeweekse dagen treft men er mensen van allerlei leeftijden en pluimage. Oude en jonge, grote en kleine mensen. Mensen, die praten, zwijgen, huilen, lachen. Een scala aan emoties beweegt zich over de paden of wringt zich al dan niet stilzwijgend tussen de zerken. Er zijn ook mensen, die bij een graf stilstaan, bidden en luisteren naar de taal van de overledene. Een taal van het verleden. Een gestorven taal, die voelbaar is en uitdooft in de verte. Een taal, die leegten vult, die troost, steun en kracht geeft, vooral bij de gedachten:

Dat een mens kan luisteren,
Niets doet dan luisteren.
Als het om hem heen stil is.
Doodstil.

Hij mogelijk na een korte,
Of lange tijd een stem hoort.
Een zachte verstilde stem.
Dichtbij.

De stem van vader of moeder,
Een oom of tante, opa of oma.
Een vriend, een kind, een vriendin.
Een dierbare.

Het kerkhof vormt ook een bron voor mystiek, waaruit men naar behoefte, draagkracht, gerichtheid en vermogen op eigen wijze putten kan. Op het kerkhof lonkt de eeuwigheid. Op het kerkhof zwijgt de levende en klinkt onhoorbaar de roep naar dialoog met de Eeuwige, de Onmetelijke, de Almacht. Op het kerkhof viert het besef van de betrekkelijkheid van het aardse menselijke bestaan hoogtij. Hier verbleken menselijke maten en voelt de mens zich klein in het licht van verleden naar toekomst Hier wordt men uitgedaagd tot verdraagzaamheid, bezinning, medeleven op de weg naar innerlijke vrede,op de weg naar het altijddurende, het eeuwige.

Het kerkhof is ook de plaats waar de historie van de levenden deels begraven ligt. Een persoonlijke historie, die vandaag waarneembaar is en morgen in vergetelheid beleefd wordt. Door mijn werk als huisarts van 1965-2003 heb ik in Liempde en daarbuiten vele mensen mogen ontmoeten. Gezonde en zieke, stervende en gestorven mensen. Van deze mensen zijn er na hun dood enkele honderden op het kerkhof begraven. Gisteren, toen de zon haar gouden stralen op de grafmonumenten wierp, was ik er en keek ik naar de namen op de grafstenen. Ik zag: Mientje, die slechts kort mocht leven en met zilveren vleugeltjes een engeltje was; Anna, die bij een bevalling tijdens de persweeën riep dat ze geen kinderen meer wilde en er toch nog drie kreeg; Dorus, een vrijgezel, die het hart op de goede plek had en aan een hartstilstand was overleden; Stien, een zwartgallig type, die graag met Dorus had willen trouwen en er nu naast lag; Narus, die met een maagzweer in de kerk te communie ging, meende dat hij niet sterven kon en toch begraven was. Willemien, een dikkerdje, zag ik met een voorgeschreven recept om te vermageren en een taart van de bakker huiswaarts keren. Zij gunde zich geen tijd om te leven en rustte nu in vrede. Ik hoorde ook Marinus, die enkele dagen voor zijn sterfbed zei:

'‘k Ben oud, bekant 95.
’t Is mèn genog.
Es ge oud bent,
Is ’t rollik wè.
’t Is skôn gewist.'

Ik zag ook Bertus, die met iedereen accorderen kon, nauwelijks lagere school had gehad en toch wijs was; Mijntje met een zuur gezicht op de fiets en Johanneke stralend van vrede op zijn sterfbed. Ik herkende ook Marie, die veel uithuizig was en nu in een aarden kruik, onder een zwart marmeren steen, huisde. Kortom ik zag die en die en die. Allemaal mensen met wie ik het leven had mogen delen. Ik zag mijn eigen schilderij, mijn levensschilderij met een vage omranding. Het was nog niet af. Dora, Johan, Mien, Corrie, en vele anderen, zij waren het die mede kleur en inhoud aan mijn leven gegeven hadden. Al schouwende naar mijn eigen levensschilderij werden de kleuren levendiger en werd de inhoud voller, naarmate ik hen in hun leven bevestigd had. Mijn schilderij kwam op het doodse kerkhof tot leven, mede door hen. Het werd rijker, mooier, mede door hen. Mijn schilderij straalde een warme tint uit, welke echter verkilde bij de idee dat een mens kan leven alleen voor zichzelf. Geen bloemen kunnen bloeien zonder de warmte van de zon, geen mens kan leven zonder de warmte van vriendschap stond er op mijn schilderij..

De zon kroop achter licht grijze wolken toen een geluid klonk. Ik ging er heen. Het was de stem van de doodgraver. “Bovenaards leven gelovigen en ongelovigen, armen en rijken, zieken,gezonden en melaatsen, misdeelden en misplaatsten, pessimisten en optimisten. machtigen en machtelozen, denkers, dichters en moordenaars en mensen zoals gij en ik. In het onderaardse is het anders. Daar zijn wij allemaal gelijk. Of je boer of klompenmaker bent geweest, pastoor, dominee, imam of rabbi, hier op het kerkhof in de schaduw van de kerk slaat de klok van de geraamtes voor iedereen op dezelfde wijze” meende de grafdelver.

De kerkklokken begonnen te luiden.

Eerbied voor de doden.
Leef voor de levenden.
Vrede in allen.
Geluk in eeuwigheid.

galmde het over de dodenakker

De zon kwam weer tevoorschijn en de hemel kleurde zich blauw, toen ik naar huis toe ging. Op weg hierheen zag ik Janus. Hij was op de fiets. Janus, die liever een borrel dan het Heilig Oliesel had, zwaaide me breedlachend toe. “Lekker weer hè “ riep hij, “ Houw doe. Tot ziens”. (2010)

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.