| Het Protestantse kerkhof van Izmir (Smyrna) in Turkije |
|
| door Leon Bok |
|
Hollanders in SmyrnaDe stad Smyrna, gesticht door de oude Grieken, maakte vanaf 1415 deel uit van het Osmaanse rijk. De gunstige ligging aan een grote, goed toegankelijke baai aan de Egeïsche Zee zorgde ervoor dat de stad uitgroeide tot een internationale handelsstad. Dat kwam ook omdat Smyrna een knooppunt was in de handel via de zijderoute. Westerse kooplieden wisten de stad snel te vinden. Waarschijnlijk kwamen de Hollandse kooplui al in de 16de eeuw in Smyrna, toen nog onder Franse vlag. Na 1612 mochten ze onder eigen vlag handel drijven. Een van de eerste Hollanders die in Smyrna terecht kwam, was Daniel Jean de Hochepied (1657-1723), uit een Frans Hugenoten-geslacht. Zijn vader handelde in Amsterdam in zijden stoffen. De Hochepied zette voor het eerst voet aan wal in Smyrna in 1678. Dat was geen doelbewuste stap, maar meer om te vertoeven in andere sferen wegens een ongelukkige liefdesaffaire. In Istanbul leerde hij de dochter van de Nederlandse ambassadeur kennen en hij trouwde met haar. Omdat het thuisfront niet ingenomen was met dit huwelijk besloot De Hochepied in het Osmaanse rijk te blijven. Door zijn contacten werd hij in 1688 consul van de Nederlandse gemeenschap in Smyrna. Hij trad ook op voor bevriende mogendheden en behartigde hun zaken binnen het Osmaanse rijk. Als beloning daarvoor ontving hij in 1704 de titel van baron. Enkele van zijn kinderen schopten het tot hoge posten, Huwelijken werden gesloten binnen de Europese gemeenschap in Smyrna waardoor in de 18de eeuw de internationale gemeenschap een stempel kon drukken op de stad. De Europese enclave in de stad behoorde tot de meest aangename plek in Smyrna. Men had er eigen winkels, kerken, ziekenhuizen en begraafplaatsen.
De Europese begraafplaatsenIn Izmir bestaan tot op de dag van vandaag nog verschillende christelijke begraafplaatsen. De alleroudste zijn al vroeg in de 18de eeuw opgeheven vanwege stadsuitbreidingen. Een drietal Europese begraafplaatsen lag tot in de jaren dertig van de 20ste eeuw bij een van de bruggen die toegang gaf tot Smyrna. Deze zogenaamde karavaanbrug is inmiddels verdwenen en nergens in de omgeving is nog iets te vinden van een begraafplaats. In de omgeving ligt nog wel een oude joodse begraafplaats. De huidige christelijke begraafplaatsen moeten verder van het oude Smyrna worden gezocht, ondermeer in Buca, Bornova en in Karabağlar, op de weg richting Gazimir. Daar wordt tot op heden begraven. Hier liggen ook enkele graven van de Nederlandse familie Dutilh, een handelsfamilie die tot op heden in Izmir is blijven wonen. Daarover later meer.
Het Nederlandse kerkhofHet oudste Nederlandse kerkhof ligt in de huidige wijk Alscancak. Een omgeving die na 1922 onherkenbaar veranderd moet zijn. De eerste begrafenis hier vond waarschijnlijk plaats in 1663. Het kerkhof werd gebruikt tot 1874. Daarna werd verder buiten de stad de Felemenk Bahce, of Vlaamse tuin in gebruik genomen. Daar werd begraven vanaf 1881 tot 1924 maar er is verder weinig over bekend.
Kerk en kerkhof zijn bij de Vrede van Lausanne [kadertekst] in 1923 in handen gebleven van de Nederlandse staat, op voorwaarde dat het voor religieuze doeleinden zou worden gebruikt. Dat is ook de reden dat het vandaag de dag verhuurd wordt aan de Grieks-orthodoxe kerk ‘Aya Fotini’. Het Engelse kerkje in Buca, gebouwd door Engelse handelsfamilies in 1868, stond waarschijnlijk model voor het kerkje. Er is nimmer onderzoek gedaan naar het kerkje en het kerkhof. Een publicatie is niet te vinden. Toch zijn er wel lijsten en verwijzingen te vinden waaruit een en ander op te maken is.
In 1950 waren er nog maar 25 Nederlanders bekend bij het consulaat. Kerkgangers waren er dan ook nauwelijks meer. Daardoor raakten nog behouden huizen in verval en ging alsnog veel van de sporen van de Nederlanders verloren. Inmiddels zijn er in de omgeving weer veel meer Nederlanders te vinden, aangetrokken door het bloeiende toerisme in de omgeving.
Indruk kerkhofNa drie keer tevergeefs bij de poort te hebben staan roepen, bellen en kloppen, had ik in 2009 geluk. Eindelijk kon ik verder kijken dan het bordje “Nederlandse Protestantse kerk”. De beheerder van de kerk, een Griek, liet me binnen om het kerkhof te bekijken. Het kerkje is door de omliggende begroeiing grotendeels aan het oog onttrokken, maar direct vallen de grafmonumenten in het oog. Het merendeel van de oudere grafmonumenten betreft niet al te dikke zerken van marmer op een roef. Bij een aantal grafmonumenten is die roef rijk uitgewerkt met doodssymbolen. De teksten en beeltenissen op de zerken zijn vaak rijk uitgewerkt. In eerste instantie echter tref je vooral Latijns schrift. Tussendoor wijzen woorden als “Narden” (Naarden) of “Ollandiae” (Holland) op de afkomst van de dode die hier ligt begraven. Slechts een enkele zerk kent een geheel in het Nederlands gestelde tekst. De meer neo-klassieke grafmonumenten op het kerkhof zijn 19de-eeuws en verwijzen naar dramatische verliezen van echtgenoten, kinderen of andere familieleden. De uitvoering en stijl van de grafmonumenten van veel van de Nederlanders kent een uitbeelding die neigt naar zerken uit een kerkvloer. De gebezigde Latijnse taal komen we op dergelijke zerken in Nederland nauwelijks tegen. Feitelijk komen we ook dergelijke zerken, zeker uit de 17de eeuw, zelden tegen op Nederlandse kerkhoven. Er ligt midden in het moderne Izmir aldus een kleine schat aan Nederlandse funeraire cultuur. Vierhonderd jaar betrekkingen levert dus ook dit op. (2012) Literatuur:
Internet:
Met dank aan de heer Karel Dutilh, honorair consul in Izmir, Turkije. |
|
Laatst aangepast op zondag 14 oktober 2012 15:33 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |