| De sarcofaag van Bocholtz |
|
| door Leon Bok |
|
Onverwachte vondstIn oktober 2003 hoorde boer Hupperetz uit Bocholtz, niet ver van Simpelveld, tijdens het ploegen van zijn akker steeds op dezelfde plek zijn ploeg krassen. Omdat dit uiteindelijk schade opleverde voor zijn ploeg besloot Huppertz op nader onderzoek uit te gaan om te kijken wat de schade veroorzaakte. Hij verwachtte een concentratie van kalksteen aan te treffen, wat in de omgeving van nature vaker in de bodem voorkomt. Nadat hij een gat had gegraven, kwam hij tot zijn grote verbazing een zandstenen sarcofaag tegen. Een deel van de deksel van de sarcofaag had hij al met zijn ploeg losgetrokken, maar voor het grootste deel bleek de sarcofaag nog intact. Hupperetz kon in eerste instantie zijn eigen nieuwsgierigheid niet bedwingen en hij verwijderde een deel van de grond uit de kist. Daarbij trof hij niets aan. In dergelijke gevallen dient de vinder zijn vondst te melden bij de bevoegde persoon of instantie [zie kadertekst] en dat is ook precies wat Hupperetz deed. Hij meldde zijn vondst bij de provincie Limburg die het nieuws geheim hield en contact opnam met de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) te Amersfoort (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Toen in oktober de melding bij de ROB binnenkwam volgde direct overleg over de te volgen procedure. De noodzaak tot een opgraving was duidelijk: de boer ploegde het graf al aan en daarnaast was het al gedeeltelijk blootgelegd. Behoud in situ was dus geen optie. Vervolgens rees bij de ROB de vraag wie dan verantwoordelijk was voor de opgraving. Feitelijk was hier geen sprake van een verstoorder op wie de kosten voor de opgraving verhaald zouden kunnen worden, zoals te doen gebruikelijk in dat soort gevallen. De boer was immers gewoon bezig met zijn dagelijkse werkzaamheden. Het betrof hier een toevalsvondst op een terrein waar geen vooronderzoek had plaatsgevonden. En bovendien leek het hier om een belangwekkende vondst te gaan. De vindplaats van de sarcofaag lag midden in een cirkel met een straal van een kilometer die wordt gevormd door drie Romeinse villae en een Romeins grafveld, hetgeen het zeer aannemelijk maakte dat het hier om een Romeinse sarcofaag ging. Romeinse sarcofagen zijn op zich niet zeldzaam in Nederland, maar grafkisten die goed gedocumenteerd zijn en waarvan de context onderzocht is, zijn wel schaars. De Archeologische Monumenten Commissie (AMC) besloot dan ook tot een waardestellend onderzoek.Het onderzoek werd gepland in de tweede week van november 2003 en bestond uit twee delen. Tijdens het eerste deel van het onderzoek zouden twee proefsleuven gegraven worden in de directe omgeving van de sarcofaag en tevens zou er een korte studie plaatsvinden naar de erosiegevoeligheid van de akker (waardestellend onderzoek). Het tweede deel van het onderzoek zou het documenteren en veiligstellen van de sarcofaag betreffen. Het onderzoek werd uitgevoerd door Tessa de Groot en Klaas Greving met assistentie van Wim Jong, Wim Arler en Hans Huisman. Hieronder volgt hun verslag van dit onderzoek.
Grafgiften
In de loop van de week bleek er echter veel meer aan de hand te zijn dan slechts een grote kuil of grafkelder waarin men een sarcofaag had gezet. Het begon de tweede dag al, toen er een bronzen strigilis [zie kadertekst] in de kuil voor de kist werd aangetroffen. Gebruikelijk is dat de grafgiften mee in de sarcofaag werden begraven. Hier bleek al snel de hele kuil rond de sarcofaag vol met grafgiften te liggen. Een tweede bijzonderheid was dat boven de grafkelder een structuur van kalksteenblokken heeft gestaan. Hoe dit er precies uitgezien heeft, is nog niet duidelijk, maar in ieder geval moet het grafmonument ook boven de grond zichtbaar zijn geweest. Deze combinatie van elementen maakt dat dit een heel bijzonder graf genoemd kan worden. Dit had ook tot gevolg dat de opgraving iets langer duurde dan gepland.
Man of vrouw?
Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een rijke bewoner van de villa Vlengendaal, die 350 m ten oosten van de sarcofaag heeft gelegen. Of het een man of vrouw is geweest, is nog niet geheel duidelijk. De combinatie van balsamarium en strigili zouden op een man duiden, terwijl het klapstoeltje en enkele aangetroffen bronzen ringetjes en kraaltjes eerder op een vrouwengraf lijken te wijzen.
SarcofaagwachtAanvankelijk probeerden we deze vondst zo stil mogelijk te houden om eventuele grafrovers te vermijden. Dat bleek al snel een onbegonnen zaak. De tweede dag stond al een verslaggever van het Limburgs Dagblad aan de rand van de put en had ook de halve bevolking van Bocholtz en Simpelveld een bezoek aan de opgraving gebracht. Dit had snel gevolgen. De vierde nacht werd een aantal grafrovers 'gestoord' door de patrouillerende politie, gelukkig nog voor ze enige schade konden aanrichten. De daders zijn niet gepakt, maar hebben wel hun metaaldetectoren en graafmateriaal achter moeten laten. Het bericht van de poging tot roverij verontwaardigde de vele oprechte belangstellenden en op eigen initiatief heeft een groep van vier mannen een 'sarcofaagwacht' opgericht. Zij kwamen wanneer wij om vijf uur richting hotel gingen, bleven bij de sarcofaag totdat wij om acht uur 's ochtends weer arriveerden, gingen even naar huis om te douchen en stonden vervolgens weer de hele dag naast de put te kijken. Dit is een initiatief dat niet genoeg geprezen kan worden en zeker veel kwaad voorkomen heeft. Tot zover het verslag over de opgraving. Daarmee was echter het onderzoek nog niet ten einde. Zoals eerder genoemd was ook een waardestellend onderzoek gepland. In twee proefsleuven van vier meter breed en veertig meter lang, welke als een kruis over de locatie van de sarcofaag zijn getrokken, werden geen sporen meer aangetroffen. Ook een survey van de akker zelf leverde verder geen vondstmateriaal en zelfs geen kalksteen op. Dit lijkt erop te duiden dat in de directe omgeving van het graf geen andere graven of sporen aanwezig zijn. Daarnaast werd onderzoek gedaan naar de opbouw van de bodem en de erosiegevoeligheid van de akker waarin de sarcofaag werd gevonden. De eerste conclusies die daaruit getrokken konden worden duidden erop dat de sarcofaag op een prominente, goed zichtbare locatie op de helling lag, maar daardoor ook in de zone met de sterkste erosie. De ingebruikname van het land als akkerland in plaats van weideland (in de jaren '60 van de 20ste-eeuw) zorgde voor een versneld erosieproces. Dit was er waarschijnlijk ook de oorzaak van dat de sarcofaag uiteindelijk werd aangeploegd door boer Hupperetz.
Nader onderzoekIn het Thermenmuseum te Heerlen werd op 1 en 2 december 2003 de inhoud van de askist nader onderzocht. Het uitgraven van de askist was live te volgen via een webcam op de website van Dagblad De Limburger. Na het uitgraven van de askist kwamen een aantal kleine voorwerpen te voorschijn. Er werden meerdere kleine bronzen appliques gevonden waarvan een aantal met emaille-inleg. Deze appliques dienden waarschijnlijk als beslag van een riem of kledingstuk. Daarnaast stond een nog helemaal intact flesje in de hoek van de sarcofaag. Ook lagen crematieresten met wat stukjes houtskook op de bodem van de kist verspreid. De voorwerpen zijn afkomstig van inheemse bewoners. Zij kwamen voor bij de Gallo-Romeinse bevolking uit de 2de - en 3de -eeuw na Chr. De op de bodem verspreidde crematieresten duiden erop dat de grafkist in het verleden al eens is leeggeroofd. Crematieresten werden niet achteloos in de kist uitgespreid, maar juist keurig bijeen in een urn of ander voorwerp gedaan. Het is aannemelijk dat er nog bijgiften in de kist hebben gestaan en dat juist deze zijn geroofd. De deksel van de kist is waarschijnlijk in de oudheid al gebroken of men heeft juist in het midden een gat gehakt. Door een arm door het ontstane gat te steken kon men een aantal voorwerpen uit de kist pakken, waaronder de "container" van de crematieresten. Die container is leeggeschud waardoor de resten op de bodem uitgespreid werden. Het flesje heeft men waarschijnlijk niet kunnen bereiken. Een dergelijke methode om een sarcofaag leeg te roven is ook al eerder geconstateerd bij een sarcofaag in Simpelveld. Op basis van het vondstmateriaal en dan met name de appliques lijkt het nu aannemelijk dat in de sarcofaag een man werd begraven.
Met dank aan Tessa de Groot en andere medewerkers van de toenmalige ROB.
Literatuur
Internet
|
|
Laatst aangepast op vrijdag 09 juli 2010 22:42 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |