Natuur op Groninger kerkhoven en begraafplaatsen

Geschreven door Albert-Erik de Winter op . Gepost in Algemeen

Ondanks de overeenkomstige functie (begraven van doden) bezitten veel kerkhoven en begraafplaatsen een eigen sfeer en karakter. Deze wordt naast terreininrichting grotendeels bepaald door het beheer. Groningen bezit keurig onderhouden terreinen zoals hier in Vierhuizen maar ook extensief beheerde terreinen met een ruig karakter zoals op het kerkhof van Wittewierum (volgende foto).Kerkterreinen worden vooral gewaardeerd vanwege hun cultuurhistorische en funeraire betekenis. Naast dood, rouw, de manier van begraven en grafsymboliek, zijn deze terreinen ecologisch vaak ook erg interessant en het leefgebied van tal van planten- en diersoorten. Oud monumentaal groen, stenige milieus en rust zorgen ervoor dat deze landschapselementen zowel op het platteland als in het stedelijk gebied kleine natuuroases zijn die bruisen van het leven.

Kerkhof van WittewierumOver de vraag wat nu precies een kerkhof is en wat onder een begraafplaats kan worden verstaan, bestaat in het spraakgebruik nogal eens verwarring. Kerkhoven zijn de terreinen die zich direct rond de kerk bevinden (letterlijk de hoven). Begraafplaatsen bezitten daarentegen geen kerk. Deze terreinen zijn veelal aangelegd vanaf de achttiende eeuw buiten de toenmalige dorps- en stadskernen. Dit naar aanleiding van uitbraken van grote epidemieën zoals cholera, tyfus, geelkoorts en zelfs malaria en omdat men in deze periode tot inzicht kwam dat het onhygiënisch was om doden in dorpskernen te begraven. Door stads- en dorpsuitbreiding zijn veel begraafplaatsen inmiddels echter weer omsloten door de bebouwing.

Ondanks de overeenkomstige functie (het gedenken en begraven van doden) verschillen deze kerkhoven en begraafplaatsen vaak sterk qua vorm en uiterlijk, een gegeven dat grotendeels wordt bepaald door de terreininrichting en het beheer. Zo zijn de groenstructuren op het terrein bepalend voor de inrichting en is het uiterlijk in sterke mate afhankelijk van het beheer. Zo bezit Groningen veel nette kerkhoven en begraafplaatsen die intensief worden onderhouden, maar daarnaast ook extensief beheerde terreinen met een wat ruiger karakter.

Karakteristieke natuurwaarden

De provincie Groningen telt 157 kerkhoven en 225 begraafplaatsen. De afgelopen jaren zijn meerdere van deze terreinen geïnventariseerd op flora en fauna. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat veel van deze terreinen een grote variatie aan natuurwaarden bezitten. Onderstaand volgt daarom een overzicht van enkele karakteristieke plant- en diersoorten. Daarnaast is aangegeven hoe in het beheer en onderhoud rekening kan worden gehouden met deze soorten.

Bomen

De mooiste, oudste en meest bijzondere bomen tref je vaak aan op kerkhoven en begraafplaatsen. Deze imposante bruine beuk staat op het kerkhof van BellingwoldeKerkhoven en begraafplaatsen zijn bij uitstek geschikt om naar bomen te kijken. De mooiste, oudste en meest bijzondere exemplaren zijn vaak te vinden op deze terreinen. Bomen kunnen hier ongestoord groeien en de standplaatsen worden niet bedreigd door graaf- en herinrichtingswerkzaamheden. Treurbomen als treurbeuk, -wilg en –berk zijn soorten die hier veelvuldig voorkomen. De meest karakteristieke treurboom voor Groninger kerkhoven en begraafplaatsen is wellicht de treures (Fraxines excelsior pendula). Deze treurende variëteit van de gewone es kan op vrijwel ieder kleikerkhof of -begraafplaats in onze provincie worden aangetroffen. Ondanks dat er meer (klei)gebieden in Nederland zijn waar de soort prima zou gedijen, lijkt de treures echter nergens zo Ook als grafsymboliek kun je bomen aantreffen. Dit veelal in de vorm van een treurboom of eik. De treurboom symboliseert rouw en verdriet, de eik daarentegen staat voor onvergankelijkheid, onsterfelijkheid en eeuwig levenalgemeen te zijn als op de Groninger dodenakkers. Andere boomsoorten die vanwege hun symbolische betekenis vaak zijn aangeplant, zijn hulst en taxus. Hulst is een altijd groenblijvende boomsoort die onaantastbaar lijkt te zijn voor seizoenswisselingen. Vandaar ook de symbolische betekenis van deze soort bij midwintergebruiken als de kerst- en nieuwjaarsviering. Taxus is een boomsoort die heel oud kan worden en vanwege zijn lange levensverwachting symbool staat voor het eeuwige leven. Daarnaast zou deze giftige boom in vroegere tijden doelbewust op dodenakkers zijn aangeplant. Dit om herders en landbouwers te ontmoedigden om hun vee op deze terreinen te laten grazen.

Flora en vegetatie

Stinzenplanten zijn erg kenmerkend voor kerkhoven en begraafplaatsen in het Groninger kleigebied. Hier in beeld sneeuwklokje en winterakonietOok in botanisch opzicht kunnen kerkhoven en begraafplaatsen erg interessant zijn en diverse bijzondere en zeldzame planten herbergen. Leuk aan veel kleiterreinen is in ieder geval de grote variatie aan stinzenplanten die hier in het voorjaar in bloei staan. Sneeuwklokje, boerenkrokus, winterakoniet, daslook, oosterse sterhyacint, sneeuwroem, knikkend vogelmelk en donkere ooievaarsbek is een greep uit de soortendiversiteit die hier is aan te treffen. Daarnaast kunnen ook (kerk)muren en grafmonumenten interessant zijn voor plantensoorten als Muurvaren op een grafmonumentmuurleeuwenbek, wilde marjolein en muurvaren. Zo blijkt uit een recent uitgevoerde inventarisatie naar muurvaren dat deze soort veelvuldig voorkomt op kerkgebouwen in de provincie Groningen. Vooral oude Romaanse- en Romano Gotische kerken zijn goed vertegenwoordigd vanwege aanwezigheid van muurvaren. Voorbeelden van enkele rijk begroeide kerkgebouwen zijn te vinden in Zuidhorn (>950 exemplaren), Zuidbroek (>900 exemplaren), Overschild (>800 exemplaren), Warfhuizen (> 300 exemplaren) en Uitwierde (>300 exemplaren). Leuk detail aan het voorkomen van muurvaren op kerkgebouwen is dat de soort op vrijwel alle muren voorkomt maar dat op het westen geëxponeerde muren de voorkeur lijken te hebben.

Mossen

Mossen op grafmonument in BellingwoldeNederland kent ongeveer zeshonderd verschillende mossoorten. Hiervan zijn in de periode 1998 – 2006, zevenenzeventig verschillende soorten aangetroffen op enkele kerkhoven die eigendom zijn van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK). Het merendeel van deze soorten kent een algemene verspreiding. Soorten als bekerhaarmuts, zode knikmos, slank snavelmos, bossig spitsmos en opgerold smaragdsteeltje zijn lokaal/regionaal zeldzaam. Mosbegroeiingen worden vooral aangetroffen op muren en grafmonumenten. Voor zover bekend zijn mossen niet schadelijk voor deze objecten. Ze geven juist een extra sfeer en karakter aan kerkhoven en begraafplaatsen en benadrukken daarnaast de ouderdom van deze terreinen.

(Broed)Vogels

Grote bonte specht, vogelsoort van oud loofbosUit inventarisaties blijkt dat kerkhoven en begraafplaatsen een grote aantrekkingskracht uitoefenen op vogels. Zo zijn tijdens een broedvogelonderzoek in 2011 op 44 kerkterreinen in Noord Groningen maar liefst 51 verschillende soorten broedvogels aangetroffen. Opvallend aan het soortenspectrum is dat vooral vogels van parken en oude bossen zoals grote bonte specht, appelvink, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, staartmees en boomkruiper voorkomen. Vogels die karakteristiek zijn voor kerkhoven en tijdens deze inventarisatie veelvuldig als broedvogel zijn aangetroffen betreffen: spreeuw (179 territoria), kauw (172 territoria), gierzwaluw (100 territoria), huismus (99 territoria) en roek (61 territoria).

De kerkuil is helaas geen broedvogel meer van Groninger kerkenUit inventarisaties blijkt verder dat de provincie Groningen geen enkele kerktoren meer bezit waarin de kerkuil als broedvogel voorkomt. Bijna alle Groninger kerkuilen, circa 120 broedparen per jaar, broeden de laatste decennia vooral in boerenschuren. Voor zover bekend heeft het laatste paar kerkuilen in een toren jarenlang gebroed in de kerktoren van Noordlaren. Belangrijkste oorzaken waarom kerkuilen geen gebruik meer maken van de kerktorens in Groningen:

1. Dorpen zijn de afgelopen eeuw te groot geworden. Hierdoor is de afstand tussen de voedselgronden (het agrarisch gebied) en de kerktorens/dorpskernen te groot geworden. Op en neer vliegen kost teveel energie waardoor kerkuilen uitwijken naar broedlocaties dichter bij hun voedselgronden;

2. Op het Groninger platteland zijn nog tal van landelijk gelegen kerktorens te vinden die ogenschijnlijk grenzen aan geschikte voedselgronden. Maar van Ransuil, vogelsoort die bij winterdag graag in taxus en hulst op kerkhoven en begraafplaatsen verblijftdeze kerken zijn de torens vaak hermetisch afgesloten. Dit om vogeloverlast te voorkomen.

Daarnaast kunnen kerkhoven en begraafplaatsen ook buiten het broedseizoen betekenis hebben voor vogels. Het bekendste voorbeeld hiervan is wellicht de ransuil die groenblijvers als hulst en taxus bij winterdag gebruikt als gezamenlijke slaapplaats.

Zoogdieren

Ree, bosmuis, wezel, vos, konijn, steenmarter en egel, het zijn allemaal zoogdieren die je kunt tegenkomen op Groninger kerkhoven en begraafplaatsen. Hoe meer groen en hoe groter het verval aan de grafmonumenten, des te groter is de kans dat genoemde soorten hier ook aanwezig zijn.

De oude kerken kunnen daarnaast fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen. Soorten die hier door de vleermuizenwerkgroep Groningen zijn aangetroffen betreffen de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, watervleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Als de grafmonumenten groot genoeg zijn is het zelfs mogelijk dat hierin vleermuizen verblijven. Een voorbeeld hiervan vormt een crypte op de Rooms Katholieke begraafplaats in Groningen waarin meerdere baardvleermuizen gehuisvest zijn.

Het konijn, een van de vele zoogdieren die voorkomt op Groninger kerkhoven en begraafplaatsenVoor kleine terreingebonden zoogdieren zoals muizen en het konijn vormen deze terreinen vaak een permanent leefgebied. Voor de grotere zoogdieren zoals vos, steenmarter en ree zijn deze terreinen vaak tijdelijke verblijfplaatsen die van belang zijn vanwege voedsel en schuilmogelijkheden. Toch zijn in Groningen ook terreinen bekend waar permanent grotere zoogdieren voorkomen. Een voorbeeld hiervan vormt het 50 hectare grote Ree op begraafpark Selwerderhof in de stad Groningen (foto Meint en Marja Woortman)begraafpark Selwerderhof waar een kleine populatie reeën leeft. Nadeel van deze dieren is dat ze van rouwboeketten eten die hier voor overledenen zijn achtergelaten, gedrag dat doorgaans slecht wordt gewaardeerd door nabestaanden. Om teleurstelling te voorkomen zijn plantenlijsten beschikbaar met soorten die niet door reeën worden gegeten (zie hieronder).

Lijst met enkele soorten planten die niet door reeën worden gegeten 

 
Nederlandse naam Latijnse naam
Monnikskap Aconitum
Narcis Narcissus
Prachtspirea Astilbe
Rode valeriaan / spoorbloem Centranthus ruber
Vingerhoedskruid Digitalis purpurea
Bijvoet Artemisia vulgaris
Geranium Geranium
Kogelbloem Trollius
Tellima Tellima grandiflora
Rudbeckia Rudbeckia
Pioenroos Paeonia
Dovenetel Lamium
Oosterse papaver Papaver orientale
Aster X Solidago Solidaster luteus
Sierui Allium
Streepvaren Asplenium
Aster Aster
Schoenlappersplant Bergenia
Elfenbloem Epimedium
Nieskruid (onder andere kerstroos) Helleborus

 

Overige natuurwaarden

Fraaie paddenstoelen die kunnen worden aangetroffen in grasvegetaties op kerkhoven en begraafplaatsenNaast bovengenoemde soortgroepen zijn er tal van andere levensvormen waarvoor kerkhoven en begraafplaatsen een betekenis hebben. Te denken valt hierbij onder meer aan paddenstoelen. De combinatie van goed gazonbeheer en achterwege blijven van bemesting zorgt ervoor dat de schrale mosrijke gazons een ideaal habitat vormen voor diverse soorten graslandpaddenstoelen.

Parende bruine kikkers in de begraafplaatsgracht in BellingwoldeDaarnaast zijn ook de grachten en vijvers rond deze terreinen ecologisch vaak erg waardevol. Vanwege het extensieve onderhoud bezitten deze waterpartijen vaak goed ontwikkelde oever- en watervegetaties waardoor ze erg rijk zijn aan watergebonden fauna zoals libellen, vissen en amfibieën.

Tot slot kunnen kerkhoven en begraafplaatsen van waarde zijn voor insecten waaronder diverse soorten (dag)vlinders, hommels en wilde bijen.

Beheer en onderhoud

Doordat kerkhoven en begraafplaatsen een functie hebben in het gedenken en begraven van doden wordt het voortbestaan van deze terreinen niet bedreigd. De verwachting is dan ook dat de natuurwaarden van deze terreinen niet op grote schaal verloren zullen gaan. Toch kan, onbedoeld, regulier onderhoud schade aanrichten aan aanwezige natuurwaarden. Om hier rekening mee te houden worden onderstaande aanbevelingen gedaan.

Terreininrichting

Vlinders, zoals deze Atalanta, varen wel bij brandnetels op kerkhoven en begraafplaatsenTakkenhopen- en rillen, overhoeken met ruigtekruiden, steenbulten et cetera. Het zijn naast reguliere groenelementen (bomen, struiken en hagen) welkome aanvullingen waar de flora en fauna zeker baat bij hebben. Hoe waardevol deze elementen ook mogen zijn, denk er bij aanleg goed over na waar je ze aanlegt. Zo doet een takkenhoop of brandnetelruigte bij de toegang van het terrein zeker afbreuk aan de schoonheid van het geheel terwijl elders op het terrein vaak overhoeken zijn waar deze elementen prima kunnen worden aangelegd en zeker niet storend zijn.

Beperk het gebruik van bestrijdingsmiddelen

Om grafmonumenten en bestrating onkruidvrij te houden, wordt op veel kerkhoven en begraafplaatsen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Advies richting beheerders is om terughoudend te zijn in het gebruik hiervan. Grote hoeveelheden zijn namelijk schadelijk en leiden onder meer tot afname van Spreeuwen zijn algemene broedvogels op kerkhoven en begraafplaatsen, maar ze zijn gevoelig voor insecticidenbiodiversiteit onder insecten. Voor bijen blijkt vooral glyfosaat erg schadelijk te zijn. Uit recent onderzoek blijkt dat insecticiden zoals imidacloprid voor insectenetende vogels zoals spreeuw, veldleeuwerik, boerenzwaluw en ringmus fataal zijn. Met betrekking tot het gifgebruik op kerkhoven en begraafplaatsen zou het credo eigenlijk moeten zijn, liever niets dan iets.

Geen bemesting

Juist vanwege het extensieve onderhoud bezitten grasvegetaties van kerkhoven en begraafplaatsen een schraal karakter. Hierdoor zijn deze terreinen erg waardevol als standplaats voor mossen, planten en paddenstoelen. Om dit zo te houden is het belangrijk om geen gebruik te maken van (kunst)mest. Naast het feit dat dit de biodiversiteit ten goede komt, bespaart het de beheerders van deze terreinen ook veel onderhoud (maaien). Schrale vegetaties hoeven namelijk minder vaak gemaaid te worden dan gazons die regelmatig worden bemest.

Mossen en muurvegetaties

Wanneer grafmonumenten voor de leesbaarheid opnieuw worden beletterd, is het van belang alleen die delen schoon te maken waarop tekst staat. Mossen en korstmossen op overige delen kunnen dan bewaard blijvenAanwezigheid van (korst)mossen op gedenkstenen kan soms conflicteren met de lees- en zichtbaarheid van grafteksten en -symboliek. In geval het voornemen bestaat om teksten en symboliek weer zichtbaar te maken is de aanbeveling om alleen die delen van de gedenkstenen schoon te maken waarop tekst of symboliek staat, begroeiing op de overige delen van het monument kan dan blijven zitten. Verder zijn er tal van andere stenen objecten die betekenis hebben voor mossen, korstmossen en zeldzame muurvegetaties. Bij beheer en onderhoud van deze elementen is het van belang om zorgvuldig om te gaan met dit soort begroeiing. Permanent kleinschalig onderhoud is voor deze vegetaties beter dan eenmalig grootschalig restaureren. Bij herstel van monumenten waarop veel begroeiing is te vinden, is het raadzaam een deskundige te raadplegen. Naast de cultuurhistorische betekenis kunnen zeldzame of bijzondere mossen en muurplanten een extra dimensie geven aan de waarde van deze terreinen en nog meer pleiten voor de instandhouding hiervan.

Meer weten

Tongvaren is een van de zeldzame plantensoorten van kerkhoven en begraafplaatsen in Noord-Groningen. Deze exemplaren bevinden zich op de begraafplaats van UsquertDe grote rijkdom aan biodiversiteit is voor de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) aanleiding geweest voor het samenstellen van het boekje “Rust, oud groen en stenige biotopen - natuur op Groninger kerkhoven en begraafplaatsen”. Het boekje gaat in op de ecologische betekenis van kerkhoven en begraafplaatsen in de provincie Groningen. Het is rijkelijk voorzien van foto’s en is te bestellen via de webwinkel van de SOGK. Wie meer wil weten over de flora- en faunainventarisaties op Groninger kerkhoven en begraafplaatsen kan kijken op de site natuur op kerkterreinen. (2015)

 

Een eerdere versie van dit artikel is gepubliceerd in het vakblad natuur bos landschap, nr. 112, februari 2015.

Albert-Erik de Winter is werkzaam bij Landschapsbeheer Groningen

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.