Welk kerkhof schilderde Vincent van Gogh?

Geschreven door Marten Mulder op . Gepost in Algemeen

 

Op 30 maart 2003 was het 150 jaar geleden, dat Vincent van Gogh werd geboren als zoon van dominee Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbentus in het Brabantse Zundert. Een jaar eerder, op diezelfde 30ste maart, was hun eerste kind, met dezelfde naam, Vincent, dood geboren. Zou dit invloed hebben gehad op Vincent's latere leven? Sommige psycho-analytici zijn die mening toegedaan. Vincent moet regelmatig langs het graf zijn gegaan waar zijn eigennaam op stond:

Vincent van Gogh 1852
Laat de kinderkens tot Mij komen
Der zulken is het Koninkrijk Gods
Lukas 18 vs 16

In 1857 werd zijn broer Theo geboren. Theo zou in het leven van Vincent een belangrijke rol gaan spelen. Van hun bijzondere verhouding getuigt hun uitvoerige correspondentie. In een van zijn brieven schreef hij: "Ik heb eigenlijk geen vriend behalve u, en als ik beroerd ben, zijt gij me altijd in gedachten……"


Gedeeltelijk opgevoed op de dorpsschool, gedeeltelijk thuis, werd Vincent op zijn elfde jaar geplaatst op een kostschool in Zevenbergen. Daar kreeg hij onder andere goed onderricht in het frans. Van de Hogere Burgerschool in Tilburg doorliep hij de eerste klas, de tweede klas slechts ten dele. Slechte cijfers zullen niet de oorzaak geweest zijn van zijn vertrek. Waarom dan wel, blijft gissen. Misschien toch het tekenen? De kunst?
Kunst heeft in de familie van Van Gogh altijd een grote rol gespeeld. Drie ooms zaten in de kunsthandel. In elk geval kwam hij op zestienjarige leeftijd als jongste bediende terecht in de kunsthandel Goupil in Den Haag. Vier jaar later, in 1873, werd hij overgeplaatst naar een filiaal van Goupil in Londen. In 1875 volgde overplaatsing naar het filiaal in Parijs. Daar volgde in 1876 ontslag. Men was niet meer tevreden over Vincent's prestaties. Wat hem steeds meer tegenstond was, dat in de kunsthandel niet het eerste, de kunst, maar het laatste, de handel, centraal stond. Intussen had zich bij Vincent een geestelijke ontwikkeling voltrokken, die hem, na veel mislukkingen in de voorbereidingen op de studie der theologie om predikant te worden, een cursus in Brussel deed volgen om dan tenminste evangelist te kunnen worden. In 1878 vangt hij zijn werk als evangelist aan in de Borinage, een arme mijnstreek in België.
In 1880, waarschijnlijk na een innerlijke crisis, legde hij dit werk neer om zich geheel te gaan wijden aan de schilderkunst. In de tien jaar, die volgen zou Vincent zich bewijzen als de grote kunstenaar, die hij geworden is. Zijn persoonlijk leven echter was er een van een diepe tragiek. Op 29 juli 1890 stierf Vincent van Gogh aan de gevolgen van een schotwond, die hij zichzelf had toegebracht, toen hij op 27 juli zich van het leven probeerde te beroven. Dit schot trof hem niet in het hart, wat waarschijnlijk de bedoeling was, maar in de zij.

 

Drenthe

van_gogh_huisSlechts drie maanden heeft het verblijf van Vincent in Drenthe geduurd. Van 11 september tot 5 december 1883. Na zijn aankomst op 11 september vond Vincent onderdak in Hoogeveen. Van Hoogeveen uit maakte hij verschillende tochten door het veengebied. Begin oktober trok hij per trekschuit verder en belandde in Nieuw-Amsterdam. Daar huurde hij een kamer in het logement, dat nu, na een grondige restauratie, de herinnering aan Vincent van Gogh levend houdt: het Van Gogh huis.

Regelmatig moest Vincent van Nieuw-Amsterdam naar Hoogeveen om daar een door Theo toegezonden postwissel in ontvangst te nemen en te verzilveren. Het is Theo immers geweest, die hem op het spoor zette van een carrière als schilder, maar die hem dit ook financieel mogelijk maakte. Ook in de Drentse periode schreef hij aan zijn broer Theo veel en uitvoerige brieven.
Misschien was dat wel het gevolg van een verblijf in een somber jaargetijde, in een dun bevolkt en arm gebied en met lange avonden. In een van die brieven heeft Vincent een tekening gemaakt van een kerkhof, waarvan men ervan uitging, dat het het kerkhof van Pesse was.

Een paar citaten uit die brief, die men dateert op zondag 16 september 1883:

"Waarde Theo, zoëven komt uw brief en weet ik dus dat de correspondentie geregeld gaat. Ik schreef een paar dagen geleden nog een woordje om U een en ander van het land hier te vertellen. Mooi is het hier alles, waar men ook gaat. De heide is veel uitgestrekter dan de Brabantse bij Zundert of Etten althans, ietwat monotoon als het middag is en de zon schijnt overal, doch juist ook dat effect 't welk ik vruchteloos een paar maal reeds toch heb willen schilderen, zou ik niet willen missen. De zee is ook niet altijd pittoresk, maar ook die momenten en effecten moet men bekijken wil men in 't eigenlijke karakter zich niet bedriegen. Dan - op dat hete middaguur is de heide verre van lieflijk soms - is agacant, vervelend en vermoeiend als de woestijn, even onherbergzaam en als 't ware vijandig. Het te schilderen in dat volle licht, en de wijking der plannen tot in 't oneindige te geven, is iets waar men duizelig van wordt. Daarom moet men niet menen het sentimenteel moet worden opgevat, integendeel dat is het bijna nooit. Diezelfde agacant vervelende plek - 's avonds als een arm figuurtje door de schemering zich beweegt - als die uitgestrekte, door de zon verschroeide aardkost donker uitkomt tegen de fijne lila tonen van de avondhemel, en het donker blauwe allerlaatste lijntje aan de horizon, grond van lucht scheidt - kan subliem worden zo als op een J. Dupré. En de figuren, zij hebben datzelfde, de boeren en vrouwen, niet altijd zijn ze interessant maar als men er geduld mee heeft ziet men het Milletachtige toch geheel en al.

Gisteren vond ik een der eigenaardigste kerkhoven die ik ooit zag, verbeeld u een stuk heide met een heg van dicht opeenstaande mastboompjes eromheen, zó dat men menen zou dat 't een gewoon mastbosje was. Evenwel er is een ingang - een kort laantje, en dan komt men op een aantal graven begroeid met bunt en heide. Vele gemerkt met witte palen waarop de namen staan. Ik stuur er u een croquis van naar de studie welke ik ervan schilderde. Ik ben bezig aan een andere studie van een rode zon tussen de berkjes die op een moerassig weiland staan, waar de witte avonddamp uit opstijgt, waarboven men een blauwgrijze horizonlijn van geboomte met een paar daken nog ziet."

kerkhof"Gij vindt hierachter het croquis van 't kerkhofje. De kleur is aldaar zeer eigenaardig. Het is iets schoons de echte heide op de graven te zien, de geur van terpentijn heeft iets mystieks, de donkere strook masthout die het afsluit, scheidt een tintelende lucht van de ruige grond, die in 't algemeen een rosse kleur heeft - fauve - bruinachtig, geelachtig, doch overal met lila tonen. Het was niet makkelijk te schilderen, ik zal er verschillende effecten nog van zoeken, met sneeuw b.v. moet het zeer eigenaardig wezen.
"

Historicus Albert Metselaar uit Hollandscheveld heeft onder andere op het punt van de juiste locatie van het kerkhof nauwgezet onderzoek gedaan. Voor hem was de aanleiding tot het doen van zijn onderzoek de twijfel, die zich van hem meester maakte na grondige bestudering van het boek van Dr. M. E. Tralbaut: Vincent van Gogh in Drenthe, dat deze samen met H. Clewitz, toen hoofdredacteur van de Provinciale Drentsche en Asser Courant, had geschreven.
Tralbaut localiseerde het kerkhof, dat Vincent had geschilderd en waar we alleen nog de schets van hebben uit z'n brief aan broer Theo, in Pesse. Metselaar, die zich uitgebreid met het begrafeniswezen van Hoogeveen, waaronder Hollandscheveld en Pesse vallen, had bezig gehouden, vond de argumenten daarvoor te mager. Een aantal door Vincent in zijn brief beschreven zaken en de schets zelf in deze brief deden hem de begraafplaatsen van Pesse en Hollandscheveld uit die tijd eens tegenover elkaar te plaatsen en dan "te plussen en te minnen".

HollandscheveldDaar was het torentje op de schets, dat naar de vorm wees op een toren van een waterstaatskerk (kerken gebouwd volgens richtlijnen van Ingenieurs van Waterstaat). Alleen Pesse en Hollandscheveld hadden zo'n toren. Zou sprake zijn geweest van Pesse, dan zou ook zichtbaar hebben moeten zijn het dak van een grote boerderij, die op kadastrale kaarten uit 1880 al stond aangegeven. In de brief van Vincent is sprake van mastboompjes. Wat voor bomen stonden er in 1883 tussen kerk en kerkhof van Pesse? Op een kadastrale kaart uit 1880 is te zien, dat aan twee en een halve zijde van het kerkhof een wal was opgeworpen. Zulke wallen kwamen meer voor. Op die wallen werden eiken of berken geplant en daartussen meidoorn of braamstruiken. In elk geval geen mastbomen, dat zijn dennen.
In de notulen van het Plaatselijk Belang te Hollandscheveld op 30 november 1887 wordt met betrekking tot de begraafplaats gesproken over het ruimen van grote dennen. Vincent spreekt in zijn brief ook over een kort laantje. Van een korte laan naar de begraafplaats van Pesse is geen sprake. Wat de heide betreft, in 1853 Pesse1besliste de gemeente Hoogeveen, dat er op de Kerkenkavel bij Hollandscheveld een met kreupelhout bebost heideveld geschikt moest worden gemaakt om als begraafplaats te dienen.
Voor Metselaar is het duidelijk: de schets in de brief van Vincent aan zijn broer Theo betreft het kerkhof van Hollandscheveld.

Pesse2Wie nú de beide kerkhoven bezoekt, zal alleen op het kerkhof van Pesse nog een gedeelte aantreffen, dat de sfeer ademt van de schets, die Vincent maakte en zijn broer Theo toezond.

Hoezeer Vincent van Gogh ook onder de indruk was van het Drentse landschap en de eenvoudige boerenbevolking, het zal de eenzaamheid zijn geweest, die hem het besluit deed nemen afscheid van Drenthe te nemen. Begin december 1883 vertrok hij naar zijn ouderlijk huis, op dat moment in Nuenen, waar zijn vader inmiddels als predikant stond. (2003)

 

Literatuur & bron

 

Internet

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.