Graftrommels in Nederland

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Algemeen

 

In het laatste kwart van de 19de eeuw verscheen een nieuw object op de Nederlandse begraafplaatsen. Metalen trommels, afgedekt met een glasplaat, met daarin bloemenkransen brachten ineens een andere vorm, andere kleuren en een andere manier van rouwverwerking op begraafplaatsen. De komst van deze zinken of ijzeren 'graftrommels', zoals ze vaak worden genoemd, kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Hoewel nog lang niet alles over deze trommels of dozen bekend is, is wel duidelijk dat het een samenloop van omstandigheden was die leidde tot het verschijnen van graftrommels op begraafplaatsen. Ook is in zekere zin bekend wat leidde tot het nagenoeg compleet verdwijnen van graftrommels. Een nadere beschouwing op het fenomeen 'graftrommel' of 'kransdoos' is op zijn plaats. Vooral nu dit funeraire object weer wat meer in de aandacht staat.

 

Vroegste geschiedenis

Het woord 'graftrommel' komt in de Dikke van Dale niet voor, evenmin als de woorden kransdoos of grafdoos. In het Funerair Lexicon van H.L. Kok wordt wel een uitleg gegeven bij het woord grafdoos, met een verwijzing naar dat woord bij 'kransendoos'. Kok geeft aan dat een grafdoos een van zink vervaardigde ovale trommel is, van voren gedicht met glas. In de trommel waren zinken kunstbloemen bevestigd. Ook waren er volgens Kok rouwlinten, een palmtakje en een enkele keer een foto in de trommel geborgen. Na 1945 zou het gebruik verdwenen zijn en door weersomstandigheden zouden de meeste grafdozen volgens hem vernield zijn.

Op internet worden inmiddels ook verklaringen gegeven voor wat een graftrommel is. De kenmerken van wat een grafdoos of graftrommel zou moeten zijn, komen alle neer op de volgende punten:

  • trommel in ovale vorm
  • van zink
  • afgesloten met een glasplaat
  • met binnenin kunstbloemen
  • geplaatst op een graf
  • kwamen voor in eerste helft van de 20e eeuw
  • niet meer voorkomend

Hieronder gaan we per punt nader bekijken in hoeverre dit opgaat.

 

Trommelvorm

Graftrommels zouden volgens Kok ovaal zijn. Hoewel dat een gangbare vorm is voor veel graftrommels, zijn er andere vormen te vinden: rond, ei-vormig, vierkant en allerlei variaties qua vorm. Wat de vorm betreft is er dus geen sprake van één type.

WoudenbergDat het object lijkt op een trommel of doos met daarin een krans is helder voor iedereen die graftrommels kent of er een afbeelding van ziet. De benaming die er dan ook aan gegeven werd, dekt altijd de lading: grafdoos, graftrommel, kransdoos of kranstrommel. De ene verwijst naar de plaatsing van het voorwerp, de andere naar de inhoud. De benaming grafkranstrommel of grafkransdoos zou feitelijk het object het best aanduiden. Doos en trommel zijn qua functie aan elkaar verwant, maar komen voor in verschillende vorm: koektrommel, verhuisdoos. Juist door het voorvoegsel krijgt het woord trommel of doos meer betekenis. Toevoeging van de woorden 'krans' of 'graf' maken onmiddellijk duidelijk in welke context we het object moeten plaatsen.
Alle graftrommels hebben gemeen dat de trommel een zekere hoogte heeft, meestal zo'n 20 centimeter, afhankelijk ook van de grootte. Er moest natuurlijk een krans inpassen, met bloemen die vaak daar weer bovenop werden bevestigd. De maatvoering verschilde wel sterk. Er bestaan kleine trommels met een doorsnede van hooguit 30 centimeter, maar ook heel grote tot wel een meter of meer in doorsnee.

 

Zink

Het is duidelijk dat veel graftrommels werden gemaakt van zink. Maar er werden ook trommels gemaakt van ijzer, blik, koper, brons of legeringen met die metalen. Daarnaast zullen er ook verzinkte trommels zijn geweest. Mogelijk dat de eerste trommels van ijzer of blik waren, maar dat vanwege de duurzaamheid en grote beschikbaarheid van zink later meer trommels van dat materiaal werden gemaakt. Over zink verderop meer.

 

Afgesloten met een glasplaat

Alle graftrommels hebben met elkaar gemeen dat de bovenzijde met een glasplaat wordt afgesloten. Het glas is meestal goed doorzichtig waardoor de inhoud zonder problemen gezien kan worden. Het glas is meestal dun vensterglas of zogenaamd getrokken glas. Omdat het glas zo dun is, is het bijzonder kwetsbaar. Bij veel trommels is de bovenzijde feitelijk een apart deel dat er afgehaald kan worden, waardoor de benaming doos al snel naar voren komt. In dit deksel is het glas bevestigd. Het komt ook voor dat de gehele bovenzijde van de onderzijde afgehaald kan worden, wat vaak voorkomt bij graftrommels uit Groningen.
De bevestiging van het glas in het deksel kent verschillende manieren. Er zijn ruwweg vier manieren van bevestiging van het glas.

  • de bovenzijde van het deksel is uitgeslagen en vormt een randje over het glas dat daardoor echt bovenop ligt (dit lijkt meteen ook de oudste vorm);
  • het glas ligt in een groef van het deksel, waarbij de rand die overblijft wordt gevuld met stopverf om inwatering te voorkomen;
  • het glas ligt in een groef en wordt op zijn plaats gehouden door klemmetjes;
  • in het deksel is een rand opgenomen waarop het glas gelegd wordt. De ruimte tussen glas en rand is opgevuld met stopverf.

ZeevangOp deze verschillende manieren van bevestiging zijn vast nog wel enkele andere te onderscheiden. De trommels waar het regenwater achter een rand zou kunnen blijven staan, zijn aan de voorzijde vaak voorzien van een soort gootje om het water snel af te voeren. Zonder dat gootje zou het water dat in de rand blijft staan op den duur voor doorrotting kunnen zorgen.
Op veel graftrommels kon het deksel afgesloten worden met een haakje, terwijl het aan de achterzijde scharnierde. Hier en daar kan men zelfs nog een slotje op een trommel aantreffen.

 

Binnenin kunstbloemen

De inhoud van de graftrommels bestaat veelal uit kunstbloemen en -planten, meestal in een kransvorm. Het type bloem of plant verschilt sterk. Vaak komen kransen van klimop, druivenblad of ander loofblad voor met daarbij bloemen van steengoed [zie kadertekst]. Dat zijn meestal rozen of lelies, maar ook aronskelken komen {sidebar id=13}voor. Allerlei combinaties zijn denkbaar, bijvoorbeeld met varen- of palmtakken erbij. Ook komt men wel graftrommels tegen met daarin een krans van echte takken. Deze zijn uiteraard goed herkenbaar doordat ze meestal verdord en bruin zijn geworden. Sommige bloemen zijn nog scherp van kleur en vallen sterk op.
In het geval van de kunstbloemen en -planten zijn de blaadjes vaak ook van blik of zink, vastgezet op een ijzeren ring. Blaadjes of bloemen van andere materialen, zoals stof, papier of zelfs kraaltjes zijn incidenteel ook bekend. Linten van metaal of echte stof komen wel voor, maar veel vaker zijn gestanste letterbanden uit zink gebruikt. Later gebruikte men voor de letters, op een strip gehecht, ook wel aluminium of soms zelfs plastic. Er bestaat een graftrommel met aluminium letters die te dateren valt rond 1924.
In het geval van de kunstkransen werd getracht de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen. Dat deed men zowel in vorm als in kleur waardoor de kransen soms niet van echt te onderscheiden zijn.
De binnenkant van de trommel is niet altijd geverfd, maar gewoon in de kleur van de trommel, zinkkleur dus, gelaten. Wanneer de graftrommels aan de binnenkant wel geverfd zijn, is dat in de regel wit. Er zijn enkele trommels bekend met een afwijkende kleur aan de binnenkant, maar die zijn zeldzaam. Meestal is de buitenzijde van de graftrommel zwart. De oude, ijzeren trommels werden vaak in de teer gezet en die kleur is ook bij de blikken en zinken trommels gangbaar gebleven. Vaak was er sprake van slechte hechting waardoor de verf na enkele jaren alweer verdwenen was.
Wanneer er in de trommel geen krans werd gedaan, dan waren er allerlei alternatieven zoals wat takken met foto's, tekstplaten, poppetjes en soms zelfs weef- en knoopwerkjes.

 

Geplaatst op een graf

Een graf is zondermeer de plek voor een graftrommel, maar dat betekende niet dat er ook een natuurstenen grafmonument op het graf moest staan. Vooral in het midden van het land komen nog veel losstaande graftrommels voor die qua uiterlijk toch afwijken van die in het noorden van het land. Zijn ze in het noorden vaak voorzien van een 'groet' van vereniging, bedrijf of vrienden, in het midden van het land is er vaak een grafschrift opgenomen aan de bovenzijde van de trommel. Hier was de functie veelal wat anders want het was niet zomaar een toevoeging, maar een grafmonument op zich. Van plaatsing als een vorm van decoratie was meestal geen sprake, want het doel was anders. Bij losse plaatsing werd de trommel meestal op een betonnen tegel gezet, zodat de trommel stevig bleef staan. Veel graftrommels staan schuin op het graf, goed zichtbaar voor de bezoekers van de begraafplaats. Die schuine stand van de trommel kan op verschillende manieren tot stand worden gebracht. Sommige trommels hebben aan de achterzijde bovenaan pootjes van hetzelfde materiaal, maar er zijn ook talloze voorbeelden bekend van metalen standaards en beugels om de graftrommels op te plaatsen. In het noorden van het land komt het veelvuldig voor dat graftrommels met oogjes en beugels bevestigd zijn aan het grafhek.

 

Kwamen voor in de eerste helft van de 20ste eeuw

Gesteld wordt dat graftrommels van pakweg 1880 tot 1945 geplaatst werden op graven. Die periode is uiteraard niet exact te benoemen. Het is niet zo dat de sterfdatum die op het grafmonument wordt vermeld; leidend is voor de datum van plaatsing van de graftrommel. Kijkend naar de data op de grafmonumenten waarop nu nog graftrommels staan, dan lijkt het erop dat ze vooral geplaatst werden vanaf de jaren twintig tot in de jaren zestig van de 20ste eeuw. Oudere exemplaren uit het laatste kwart van de 19de eeuw komen overigens ook nog voor. Maar omdat het overgrote deel van de graftrommels opgeruimd is, is niet met zekerheid te zeggen welke periode ze vertegenwoordigen en wanneer ze precies geïntroduceerd zijn.

 

Niet meer voorkomend

Eindhoven_NBDe algemene opinie is dat vandaag de dag geen graftrommels meer geplaatst worden op graven. Zoals hiervoor al aangegeven, klopt dat niet helemaal. Zo nu en dan verschijnen moderne varianten en soms wordt getracht de oude vorm weer op te pakken. Vraag is ook in hoeverre de trommels ooit weg zijn geweest. Er zijn voorbeelden bekend van graftrommels uit de jaren tachtig van de 20ste eeuw. Ook meer recent zijn nog nieuwe graftrommels geplaatst en er bestaan zelfs weer initiatieven voor het opnieuw op de markt brengen van graftrommels. Het is wel zo dat ze sinds de jaren zestig van de 20ste eeuw in rap tempo van de begraafplaatsen zijn verdwenen. Vaak weten alleen ouderen nog dat dergelijke trommels voorkwamen op de plaatselijke begraafplaats of toont een oude foto een beeld met meerdere trommels, daar waar nu geen enkele trommel meer te vinden is.

Algemeen kan gesteld worden dat in de laatste veertig jaar van de 20ste eeuw nauwelijks nog nieuwe graftrommels werden geplaatst. Dat zal enerzijds te maken hebben gehad met afnemende belangstelling voor alles wat te maken had met de dood en anderzijds met grootschalige ruimingen aan het eind van de 20ste eeuw. Maar er zijn ook nog twee andere globale redenen te noemen, een juridische en een praktische.
De juridische reden zit in de verordeningen of reglementen op begraafplaatsen die vanaf de jaren dertig in de 20ste eeuw steeds meer verboden bevatten. Een bekend rijtje met verboden zag er als volgt uit: Niet toegestaan is het plaatsen, aanbrengen of hebben van:

  • hekwerken, kettingen, posten;
  • kunstkransen, trommels met kunstkransen of portretten, grafdozen;
  • graftekenen, voorzien van of versierd met glas;
  • graftekenen, welker uitvoering de éénkleurigheid verbreekt;
  • een beplanting, welke niet het karakter draagt van laaggroeiend;
  • een palmhaagje;
  • houten raamwerken;
  • graftekenen van kunststeen, welke niet voldoen aan de elders gestelde eisen;
  • reclameplaatjes of opschriften van de leveranciers of de steenhouwers.

Borger-OdoornDoor middel van deze regels streefden veel beheerders naar orde en eenvoud omdat men de vernieuwing op het gebied van de grafcultuur als rommelig en verstorend beschouwde. De regelgeving schoot echter zover door dat alle franje verdween en begraafplaatsen saaie, uniforme plekken werden.
Wat ook niet meegeholpen heeft, is een heel praktische reden, namelijk de mechanisatie van het werk op begraafplaatsen. Vaak stonden losse zaken, zoals hekwerken, grafdozen en beplanting het werk in de weg. Efficiency was de stelregel want dan kon het werk goedkoper en sneller worden uitgevoerd. Dat graftrommels kapot gingen door het maaiwerk door stoten of opspattende stukken, was des te meer een reden om ze te verbieden en zelfs geheel te verwijderen. Ik zelf ben getuige geweest van de wijze waarop dit in de tweede helft van de jaren tachtig leidde tot een enorme berg aan losse materialen op de stadsbegraafplaats van Leeuwarden. De stukken ijzer van hekwerken, houten grafmonumenten, onderdelen van trommels en andere zaken lagen op een grote hoop langzaam verder weg te rotten.

Eerste conclusie

Na het doornemen van de verschillende punten waaruit een graftrommel zou bestaan, komen we tot de conclusie dat een graftrommel in nagenoeg alle gevallen een trommel is, maar dat de vorm sterk kan variëren. Er bestaan graftrommels van zink, maar ook andere metalen zijn gangbaar, vooral blik is ook veel gebruikt. Wat ze echter gemeen hebben, is dat de trommels afgesloten worden met een glasplaat. In de trommel vinden we vaak kunstbloemen, maar er werden ook wel andere zaken in zo'n trommel geplaatst. De variëteit aan kunstbloemen kan overigens zeer groot genoemd worden. Ook zijn enkele kransen voorzien van echte (droog-) bloemen. Wat ook juist is, is dat graftrommels geplaatst werden op graven. Een enkele keer staan ze niet op een graf, maar waarschijnlijk zijn deze trommels verplaatst. Dat graftrommels alleen voorkwamen in de eerste helft van de 20ste eeuw lijkt ook niet helemaal juist. Het snelle verdwijnen van de trommels in de tweede helft heeft feitelijk verdoezeld dat ze nog tot in de jaren zestig regelmatig werden geplaatst en dat er daarna op kleinere schaal nog allerlei graftrommels zijn geplaatst. Daarmee is ook helder dat de graftrommel eigenlijk altijd is blijven voorkomen, maar niet per se in de vorm van de bekende zinken trommels. We vinden nu zelfs moderne trommels van glas en de kans bestaat dat u in de komende jaren weer moderne graftrommels gaat tegenkomen.

 

Verklaring voor de opkomst

Waarschijnlijk verschenen de eerste graftrommels met kunstkransen rond 1860-1870 op begraafplaatsen. De vraag of het gebruik van de trommels uit België of Frankrijk afkomstig is, kan niet of nauwelijks beantwoord worden. In België worden her en der wel trommels aangetroffen, maar die dateren vaak uit dezelfde tijd en zijn zeker niet ouder of anders. Hoe het met Frankrijk zit is helemaal niet duidelijk. Op bezoek op Franse begraafplaatsen ben ik zelf nimmer dergelijke trommels tegengekomen. Het is zeer goed mogelijk dat de eerste graftrommels werden vervaardigd van ijzer. Dat had grote nadelen want het roestte snel, wat wellicht een verklaring is waarom er van voor 1920 weinig graftrommels te vinden zijn. Bovendien was het glas dat men aan het eind van de 19de eeuw kon gebruiken gepolijst en dat bevorderde niet een goede inkijk. De uitvinding van het vlakglas en de industriële toepassing daarvan, samen met een verdere toepassing van zink, maakte het redelijk goedkoop om graftrommels op grotere schaal te produceren.
De meeste trommels die we vandaag nog op begraafplaatsen aantreffen lijken te dateren van na 1914. Vanaf dat jaar kon vlakglas machinaal en in grote hoeveelheden aangemaakt worden. Het lijkt er echter op dat men ook oudere trommels van dit nieuwe glas voorzag. Want hoewel geslepen of getrokken glas niet of nauwelijks (meer) voorkomt, zijn sommige trommels wel ouder. De toepassing van blik en zink zijn verbonden aan de technische mogelijkheden die ontstonden in het laatste kwart van de 19de eeuw.

Het metaal zink werd al veel langer gebruikt, maar dan voornamelijk bij de bereiding van geel koper, oftewel messing. Maar het zink als zodanig kende men nog niet in Europa. Het 'zink' dat wij kennen, werd in de westerse wereld ontdekt door de Duitser Andreas Marggraf in 1746. Hij gaf het metaal zijn huidige naam. Zinklegeringen werden echter al eeuwenlang gebruikt. In het nabije en midden-oosten zijn objecten gevonden die tot 87% zink bevatten en dateren van ver voor onze jaartelling. Het smelten en zuiveren van zink was rond het jaar 1000 al gebruikelijk in India. In Europa echter duurde het nog een aantal eeuwen voordat men hier zink kon maken. Dat kwam door moeilijkheden bij het bereiden van het metaal. Zink wordt namelijk al bij betrekkelijk lage temperatuur (907 graden Celsius) gasvormig. In de ovens die men tot dan toe gebruikte had het zinkerts de neiging om in gasvormige toestand met de uitlaatgassen te ontwijken. Wanneer men bij het smeltproces kopererts toevoegde, had men dat probleem niet, omdat de zinkdamp meteen in het vloeibare koper oplost. Tussen 1600 en 1750 werd zink (in betrekkelijk kleine hoeveelheden) uit India en China naar het op dit punt technologisch achtergebleven Europa geëxporteerd. In de 18de eeuw was er slechts één plek in Europa waar zink geproduceerd werd en dat was in Bristol in Engeland. In 1806 ontdekte de geestelijke en scheikundige Dony een origineel reductieprocédé om zinkerts om te zetten in walsbaar metaalzink. Napoleon bekrachtigde dit procédé officieel in 1809. Vanaf dat jaar mocht Dony ook de zinkertslagen in het gehucht Vieille Montagne in België exploiteren. Naast deze Luikse methode waren er ook nog de oudere Engelse methode en de Silezische methode. Hoewel de Luikse en de Silezische methode een verbetering waren ten opzichte van de Engelse, blijkt het niet gemakkelijk één methode als de beste te benoemen. Beiden hadden hun voor- en nadelen.
Belangrijke verbetering was ondermeer de zinkelektrolyse waardoor na 1880 meer productie gedraaid kon worden. In Nederland startte in 1892 de productie van zink in de omgeving van Budel. Eigenlijk was het een uitloper van de Belgische industriële bedrijvigheid. Al eerder hadden zich zinkfabrieken in Nederland gevestigd, maar die gebruikten vooral oudzink als grondstof. De vraag naar zink was gestegen nadat het materiaal vanaf het midden van de 19de eeuw een snelle opmars maakte in de architectuur en in de bouwsector. Het werd al snel een concurrent van lood en koper. Doordat het goedkoop geproduceerd kon worden en goede duurzame eigenschappen had, was het ook een prima product voor op begraafplaatsen. De zinkfabrieken in Nederland legden zich vooral toe op bouwornamenten, beelden en allerhande andere zaken die in de architectuur benut konden worden. Waarschijnlijk hebben graftrommels in eerste instantie geen deel uitgemaakt van die productie, maar in een later stadium misschien wel. De zinkfabriek van F.W. Braat uit Delft leverde in de tweede helft van de 19de eeuw veel producten zoals bouwornamenten, tuinvazen, beelden en andere zaken, waaronder torenspitsen of fonteinen. Braat nam ook veel andere fabrieken over en had een groot deel van de markt in handen.

Graftrommels RoermondTegelijk met zink werd ook het ijzerblik makkelijker te produceren en te gebruiken, ondermeer door verzinken van het dunne ijzer. Blik was net als zink ook al langer bekend, maar door de toepassing van conservenblikken werd ook een methode uitgevonden om het blik tegen roest te beschermen. Daar speelde dus ook zink weer een rol bij.

Een verklaring voor de verdere opkomst en toename van het aantal zinken graftrommels in de 20ste eeuw kan gelegen zijn in het feit dat rond de Eerste Wereldoorlog de productie van bouwornamenten wegviel. Om dit op te vangen kan men overgeschakeld zijn op de productie van trommels. Het gewalste bladzink vond zo dan toch nog een toepassing. Los van de graftrommels treffen we op begraafplaatsen ook nog we andere zaken van zink aan, zoals een enkel beeld, grafkruizen en beluchtingspijpen van grafkelders. Ook steekvazen en dergelijke werden van zink vervaardigd.

 

Nadeel

Zink heeft één nadeel. In direct contact met een edeler metaal zal het zink sneller gaan roesten. Dat roestproces wordt zichtbaar doordat in het zink gaten vallen. Het roest op ijzer betekent nog niet dat het gehele object zwak wordt, terwijl dat bij zink dus wel het geval is. Gek genoeg wordt die eigenschap van zink juist wel weer gebruikt om ijzer te verzinken en het juist duurzamer te maken. Maar daarbij wordt een andere methode toegepast.

Ondanks de negatieve eigenschappen van het materiaal en wellicht ook de breukgevoeligheid van het dunne glas, werden graftrommels zeer populair. Op oudere foto's van begraafplaatsen zien we soms op één plaatje tientallen trommels. Ooit lagen er duizenden trommels op de graven in heel Nederland. Ze hadden als grote voordeel dat voor andere nabestaanden of verder afstaande vrienden en kennissen op deze wijze toch een gedenkteken kon worden achtergelaten op het graf. De familie plaatste vaak een natuurstenen grafteken en anderen plaatsten daar één of meerdere trommels bij met daarin een persoonlijke groet. Wat een trommel destijds precies kostte, is niet bekend, maar dat die prijzen zeer uiteenlopend moeten zijn geweest kan opgemaakt worden uit de diversiteit aan trommels die er te vinden is.

 

De vulling van de graftrommels

Terwijl de trommel een aardig stuk werk was van een smid, blik- of koperslager, zal een deel ook meer fabrieksmatig geproduceerd zijn, vooral in de 20ste eeuw. Een zekere standaardisatie is in de trommels die nu nog gevonden worden, dan ook wel te zien. Dat gold ten dele ook voor de vulling van de trommels. De trommels bevatten voor het grootste deel bloemen en dan met name in een kransvorm. Door een zeer diverse toepassing van het voorhanden zijnde materiaal, lijkt echter geen enkele krans op de andere.

Bloemen en bloemenkransen van allerlei soort waren al heel lang een gebruik bij uitvaarten. Bloemen stonden symbool voor de trouw der levenden. Aan allerlei andere bloemen en planten kon ook een funeraire betekenis worden gekoppeld. Een krans van groenblijvende bladeren, vaak laurier, werd een lauwerkrans genoemd. Deze stond voor onvergankelijkheid, eeuwig leven, roem en eerbetoon.
Vanzelfsprekend hadden kransen een ronde of ovale vorm omdat ze zo op het hoofd van de winnaar geplaatst konden worden. Hoewel praktisch werd deze vorm niet zomaar gekozen, want ook hier zat weer een symbolische betekenis achter: het verwijst naar oneindigheid, alfa en omega, begin en einde dat steeds weer in elkaar overvloeit. In combinatie met bepaalde bloemen of planten werd de symboliek versterkt en kon zowel naar het hogere (sacrale) verwezen worden als naar het wereldse (profane). Kransen werden om het hoofd van de dode gelegd, op de kist meegegeven, of gewoon op het lijk, over de handen gelegd. In de 17de eeuw werd het gebruik in sommige streken verboden omdat het als 'paaps' werd gezien.
In de 19de eeuw werden kransen van bloemen meegegeven aan de dode. Bij grotere uitvaarten was er soms zelfs een speciale wagen voor de bloemen en kransen. Aan de lijkkoets zaten vaak speciale haken om kransen van de familie aan op te hangen, net als ook aan sommige grafmonumenten nog wel te vinden is.

Assen_DrWie of waar voor het eerst een krans in een trommel gestopt heeft, is niet bekend, maar de vorm van de trommel was vanaf het begin duidelijk. Die moest een ronde of ovale vorm hebben, in de vorm van de krans. Later verschenen uiteraard afwijkende modellen, soms met twee kransen erin. Opvallend zijn de teksten die soms in de bovenrand van de trommel zijn opgenomen. Deze variant komt overwegend in het zuidelijke deel van Gelderland voor.
De kransen met bladeren en kunstbloemen in de trommels zijn meestal groen, maar in een enkel geval zijn ze zwart, goud- of zilverkleurig. De blaadjes van de krans zijn geënt op modellen die de werkelijkheid zeer dicht benaderen. Druivenbladeren, klimop, eikenblad en laurierbladen zijn gemakkelijk te onderscheiden. Het lijkt soms of een krans uit echte bladeren bestaat, vooral als de kleur treffend is. Palmtakken, varens en loofboomtakken komen in allerlei variaties voor. Dat geldt ook voor de bloemen. Veel bloemen zijn gemaakt van steengoed. Voor het visuele effect zijn de bloemen een enkele keer ook geschilderd om ze nog echter te laten lijken. Daarnaast werden bloemen gemaakt van metaal, stof, kralen, papier of papier-maché. Veelvuldig komen rozen, aronskelken, lelies maar ook lelietjes van dalen en vergeet-me-nietjes voor. Zelfs edelweiss wordt wel aangetroffen. Lelietjes van dalen staan symbool voor Christus als brenger van het heil en het evangelie. De lelie is het symbool van Maria en staat voor zuiverheid en maagdelijkheid. De aartsengel Gabriël, die de geboorte van Jezus aankondigde aan Maria, wordt meestal afgebeeld met een lelie. Daarnaast is de lelie ook symbool van christelijke barmhartigheid. In de christelijke symboliek verwijst een roos naar Maria en het lijden van Christus. Maria wordt ook wel 'de roos zonder doornen' genoemd. De vijf blaadjes van de roos verwijzen naar de vijf wonden van Christus, en zijn daarmee ook symbool van het martelaarschap. In de huidige betekenis verwijst de roos naar liefde en vergankelijkheid.

HeerenveenDe boodschap die met de bloemenkransen meegegeven werd, was dus vaak een christelijke. Daar waar op de 20ste-eeuwse begraafplaatsen geen uitingen van geloof meer mochten worden getoond, was een graftrommel bij uitstek de drager van de symboliek die men wel wilde meegeven als boodschap aan de overledene en de nabestaanden.

Tekstuele boodschappen werden ook meegegeven in de vorm van linten of tekststroken. Linten van stof komen voor, maar ook van metaal. De tekststroken bestaan vaak uit aluminium letters op een rug geplaatst. In een enkel geval is bekend dat er plastic letters werden gebruikt.

 

Gebruikt door wie?

Er wordt rondom graftrommels vaak gesteld dat het voornamelijk een protestants gebruik zou zijn geweest om graftrommels te plaatsen. In hoeverre dat opgaat, kan moeilijk meer achterhaald worden omdat er zoveel graftrommels verdwenen zijn. Feit is dat er in Nederland ook op katholieke begraafplaatsen trommels voorkomen. Op begraafplaatsen in het zuiden van het land, met een duidelijke katholieke signatuur komen ze ook voor. Wat wel gesteld kan worden is dat de meeste nog voorkomende graftrommels op gemeentelijke en hervormde begraafplaatsen te vinden zijn. Zoals reeds aangegeven, werden de trommels geplaatst door nabestaanden, maar vaak ook door verenigingen, klasgenootjes, clubs en bedrijven. Ook buren en vrienden plaatsten soms een graftrommel. Kennis over wie de trommels plaatsten, kunnen we in een aantal gevallen direct van de graftrommels zelf betrekken. Vaak staat in een letterband een laatste groet en een afzender vermeld. Aan de eerder genoemde redenen voor het nagenoeg verdwijnen van graftrommels kan ook nog een sociaal-culturele factor worden toegevoegd: mensen werden na de Tweede Wereldoorlog mobieler, verhuisden vaker en kregen een ander sociaal leven. Bovendien ontzuilde Nederland in de jaren zestig van de 20ste eeuw in rap tempo. Met name in de vooroorlogse jaren kende Nederland een sterk verzuilde samenleving, waarin het sociale aspect van rouwen een belangrijke plaats had. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het uiten van collectief verdriet over een verlies dan ook en het werd vaak anders beleden en in een andere vorm gegoten.

 

Afwijkende graftrommels

Op elke regel is een uitzondering te vinden. Dat ging, en gaat ook op voor graftrommels. Er zijn varianten op het dominante type, maar er zijn ook voorbeelden waarbij het concept aangepast is. Dan spreken we niet meer over een losse trommel, maar is de trommel onderdeel geworden van het grafmonument. In Nederland zijn de voorbeelden daarvan zeldzaam. Enkele voorbeelden zijn ondermeer te vinden in de provincie Groningen, IJsselmuiden en Leeuwarden. Een enkele keer is er nauwelijks nog sprake van een trommel, bijvoorbeeld bij één type dat bestaat uit een gemetselde bak met daarop een glasplaat.

 

Aantallen

Als er ooit duizenden graftrommels op begraafplaatsen hebben gestaan, hoeveel zijn er daar dan nog van over? Voorzichtige schattingen lopen uiteen van 600 tot 800. Dat aantal verschilt sterk van provincie tot provincie. In de provincie Groningen hebben Jan Battjes en Harry de Olde een onderzoek gedaan naar Fragmentgraftrommels. Battjes en De Olde hebben iets meer dan honderd graftrommels gefotografeerd, opgemeten en beschreven. Tijdens hun onderzoek bleven veel vragen onbeantwoord en oproepen om meer informatie, leverden nauwelijks iets op. Een aantal vragen zal verderop nog eens op een rij worden gezet.
De vraag rijst onmiddellijk hoe dat dan zit in andere provincies. In de buurprovincies van Groningen, Drenthe en Friesland zijn ook veel graftrommels te vinden. Ook in Gelderland en Overijssel komen nog relatief veel trommels voor. Dat betekent niet dat graftrommels alleen voorbehouden waren aan de noordelijke provincies. Behalve in Flevoland komen in alle andere provincies graftrommels voor, al zijn het er in de zuidelijke provincies nog maar weinig. Vraag is echter hoeveel het er ooit waren. Oude foto's van begraafplaatsen spreken soms boekdelen op dat gebied, maar zijn niet maatgevend.

 

Vragen

Er blijven al met al nog veel mysteries rond graftrommels. De vraag naar de oorsprong van het gebruik om graftrommels op graven te plaatsen is nog niet beantwoord. Theorieën zijn er wel, maar in hoeverre deze kloppen valt nog lang niet te zeggen.
Dan is er de vraag waar men de graftrommels vandaan haalde. Leverde de plaatselijke loodgieter of smid ze? Kon men ze misschien bestellen bij de steenhouwer of ging dat via de begrafenisondernemer. Ook allemaal vragen die nog niet beantwoord zijn [zie vragenlijst onderaan deze pagina.]. Ook over de makers van de inhoud van de graftrommels tasten we nog in het duister. Kwamen die uit speciale ateliers, uit kloosters of was het handnijverheid voor in de donkere winterdagen op de boerderij of in de werkplaats?

Het zou mooi zijn wanneer een nader onderzoek ingesteld zou kunnen worden naar de verschijningsvorm van graftrommels. Dan zouden de verschillende trommels wellicht gecategoriseerd kunnen worden en daarmee met elkaar vergeleken op voorkomen en inhoud. De notie dat de trommels in Friesland anders gevormd zijn dan die in Gelderland kan belangrijk zijn om te leren over de rouw- en grafcultuur uit een periode waarover nog maar weinig bekend is in Nederland. (2008)

 

 

Met dank aan: John van Manen, Evert Jan Halkus, Jan Battjes en Harry de Olde.

 

Literatuur

  • Kok, H.L.; Funerair Lexicon. Encyclopedisch woordenboek over de dood, Maastricht 2000.
  • Stokroos, Meindert; Zink in Nederland. Het gebruik van het metaal zink in de 19e eeuw, Amsterdam 1983
  • Battjes, J. en H. de Olde; Graftrommels in Nederland. Vragen aan lezers van De Terebinth, in: De Terebinth, december 2005.

 

Internet

 

Alle vragen die Battjes en De Olde hebben nog eens op een rij:

  1. Algemeen wordt gesteld dat grafdozen omstreeks 1880 in gebruik kwamen. Te oordelen naar de ouderdom van de oudste ons bekende trommels in Groningen en Drenthe is dat goed mogelijk. Maar hoe is het in andere provincies? Zijn eventueel voor- stadia aan te wijzen?
  2. We zijn ook geïnteresseerd in de oorsprong van het gebruik. Is er alleen sprake van een duurzame uitvoering van op het graf geplaatste kransen van levende bloemen en bladeren? Of hebben bepaalde culturele omstandigheden en ontwikkelingen ook een rol gespeeld? Waar komt het gebruik vandaan? We weten dat 'schrijnen' van soortgelijke vorm en met een verwante inhoud ook in België tot de grafcultuur behoorden; een herkomst uit Frankrijk zou niet onwaarschijnlijk zijn. Anderzijds wordt met stelligheid gezegd dat graftrommels vooral in protestants Nederland te vinden zijn. Is over dit alles meer bekend? En hoe verhouden deze gegevens zich tot de gewoonte in verschillende kerkelijke gemeenschappen om al dan niet bloemen op de graven te leggen?
  3. Als een persoon of een groep (want vaak waren het vertegenwoordigers van een bedrijf, een vereniging, een school) een trommel op een graf wilde plaatsen, tot wie richtte hij of zij zich? Of, van de andere kant, welke professie bood graftrommels aan? Waren er bepaalde bedrijven die de fabricage van grafdozen verzorgden? Of belastte de plaatselijke koper- of blikslager zich er mee? En van wie betrok hij dan de zinken bladeren en porseleinen bloemen voor de kransen? Was mogelijk de steenhouwer intermediair respectievelijk coördinator?
  4. In Groningen overheerst de ovale vorm. Sommige dozen zijn rond of bijna rond. Ook een eivorm komt voor. Een enkele doos is aan de zijkanten over een korte afstand recht. Bestaan elders in Nederland of België afwijkende vormen? Waarom zou de ovale vorm dominant zijn?
  5. Iets soortgelijks kunnen we aangaande de inhoud vragen. In Groningen zien we zinken of ijzeren bladeren: vooral druivenblad, daarnaast ook rozen- en begoniablad, soms eiken- en varenblad. Van de bloemen zijn rozen en aronskelken favoriet; verder zien we anjers en vergeet-mij-nietjes en vooral veel niet te determineren bloemen. In één krans zijn zowel de bloemen als de bladeren van strengetjes heel kleine kraaltjes gemaakt. Welke is de inhoud van de graftrommels elders in het land, zowel wat het materiaal als de keuze van de plantensoorten betreft? Als er 'linten' in de doos liggen, zijn ze aanvankelijk van zink of ijzer. Sinds 1924 zien we ook aluminium strips, waar eveneens aluminium letters op kunnen worden geprikt. Driemaal zagen we natuurlijk lint, mogelijk zijde, en grotendeels vergaan. Wat valt er van de linten in andere delen van ons land te zeggen?
  6. Is iets bekend van gebruiken, eventueel ceremoniën bij het plaatsen van een trommel op een graf?
  7. Waaraan is het toe te schrijven dat het gebruik, graftrommels te plaatsen, is verdwenen? Is alleen de vooral sinds de Tweede Wereldoorlog op veel plaatsen voorgeschreven soberheid en eenvormigheid in de aankleding van begraafplaatsen bepalend geweest? Of zijn culturele factoren van andere aard mede waarschijnlijk?


Kunt u helpen met het beantwoorden van een vraag. Mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.