Japan - Guido Verbeek, een in Japan geëerd Zeistenaar

Geschreven door R.P.M. Rhoen op . Gepost in Nederlandse funeraire geschiedenis buitenland


Detail portret Guido Verbeek (jaartal onbekend)In 2003 verscheen in Japan van de hand van mw. Hisayo Murase het boek ‘Verbeck of Japan’. Het boek is een vertaling in het Japans van de biografie van Guido Hermann Fridolin Verbeek geschreven door W.E. Griffis uit 1901 en voorzien van annotaties. In 2012 verscheen, weer in Japan, een tweede – nu in het Engels - boek over het leven van Verbeek, getiteld: ‘Guido F. Verbeck. A life of determined acceptace.’ Van mw. Noriko Itoh. Verbeck is een verengelsing van de familienaam Verbeek. Als lezer zult u zich misschien afvragen waarom aandacht wordt gevraagd op twee in Japan verschenen boeken. De reden is dat het over een Nederlander gaat die een grote bijdrage geleverd heeft aan de ontwikkeling van Japan in de negentiende eeuw. Nog interessanter is dat hij afkomstig was uit Zeist. Hij mag naast Willem Pijper en Hendrik Marsman als een van de grootste zonen van Zeist worden beschouwd. Het is onterecht dat zijn naam in Zeist onbekend is en in zijn geboortedorp niets aan hem herinnert.

Groningen - De verdwenen Joodse begraafplaats

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Vergeten en verdwenen graven en begraafplaatsen


Fragment van de kadastrale kaart uit 1832 met in rood het perceel van de joodse begraafplaats (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)Drie joodse begraafplaatsen kende de stad Groningen ooit. Tot ongeveer halverwege de twintigste eeuw bestonden ze alle drie nog, maar de oudste is ondertussen verdwenen. De twee resterende begraafplaatsen getuigen nog van het joodse leven in Groningen.
Joden kwamen voor het eerst naar Groningen in de zestiende eeuw. De eerste eeuwen werden de joodse inwoners gedoogd. De enkele Portugese joden die zich in de zeventiende eeuw in Groningen vestigden kregen van het stadsbestuur woonrecht en godsdienstvrijheid maar ze mochten geen synagoge oprichten. In de decennia daarna waren het vooral joden uit Duitsland die in de stad hun heil zochten. Hoewel de joden in feite niet welkom waren, kregen enkele van hen toch het poorterschap, wat zoveel betekende dat ze formeel inwoner van de stad waren met alle rechten van dien. In de loop van de achttiende eeuw groeide de joodse gemeenschap en de behoefte aan een eigen begraafplaats werd steeds groter. Vanaf 1655 konden de joden uit de hele provincie gebruik maken van de begraafplaats in Farmsum bij Delfzijl en vanaf 1693 van de begraafplaats in Oude Pekela. Tussendoor werd ook gebruik gemaakt van de begraafplaats in Leeuwarden. In 1741 werd in Veendam een joodse begraafplaats in gebruik genomen, maar de afstanden naar deze begraafplaatsen waren fors. De joodse gemeenschap die rond deze tijd uit zo’n honderd personen bestond, nam het initiatief in eigen hand en bemachtigde in 1747 een stuk grond op de Ebbingedwinger in het noordoosten van de stad.

Japan - De moord op Henry Heusken in Tokio

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Nederlandse funeraire geschiedenis buitenland

Hoe een AmsterdamJapanse prent van Henry Heuskenmer via Amerika terecht kwam in Japan en daar een gruwelijke dood vond. Dat is in het kort het verhaal van Henry Heusken. Heusken werd geboren in Amsterdam, zoon van Joannes Franciscus Heusken en Joanna Smit, beiden uit een katholieke familie. Zij waren getrouwd op 25 april 1827. Joannes was destijds zeepzieder (zeepmaker) en volgens de bevolkingsgegevens was Henricus Coenradus Joannes, zoals Henry’s doopnamen luidden, hun enige zoon. Joannes Heusken overleed in 1846, toen Henry nog maar veertien jaar oud was. Toen dat gebeurde verbleef Henry op een kostschool in Breda, ongetwijfeld een katholieke. Op zijn vijftiende kwam hij weer terug naar Amsterdam. In de volgende zes jaar probeerde Henry in de voetsporen van zijn vader te treden in het familiebedrijf. Hij was verantwoordelijk voor de zorg van zijn moeder die niet in de beste gezondheid verkeerde. Volgens het bevolkingsregister van Amsterdam woonde Henry rond 1853 op verschillende adressen in Amsterdam waaronder de Leidsegracht 64, Oudezijds Achterburgwal 10 en Nieuwendijk 7. In een van de registers staat hij te boek als een kantoorbediende. Dat moet al geweest zijn nadat hij het familiebedrijf tevergeefs had geprobeerd voort te zetten. In 1853, toen Henry 21 jaar oud was, besloot hij te emigreren naar Amerika. Wat resteerde aan familiebezit moet voldoende zijn geweest om zijn moeder te onderhouden.

Tongelre - De voormalig Joodse begraafplaats

Geschreven door Rindert Brouwer en Jan Spoorenberg op . Gepost in Vergeten en verdwenen graven en begraafplaatsen

De voormalige Joodse begraafplaatsAan de Celebeslaan in Eindhoven, stadsdeel Tongelre, ligt tegenover het Lorentz Casimir Lyceum in een bosperceel de voormalige Joodse begraafplaats van Tongelre. Het perceel is van dichtbij nog goed te herkennen, gelegen op een lichtelijk verhoogd terrein en met verzakkingen in de vorm van graven. Even verderop raast het verkeer voorbij op de Eisenhowerlaan, die al snel overgaat in de A 270. Vanwege de aanleg van deze weg moest de begraafplaats in de jaren zestig van de twintigste eeuw verdwijnen.

De Joodse gemeenschap in Tongelre

Plaatsen van begraven in Tongelre

In de achttiende eeuw vestigden de joden zich bij voorkeur langs de handelswegen of in belangrijke marktplaatsen. Eindhoven was zo’n plaats vanwege de ligging aan de straatweg ’s-Hertogenbosch – Hasselt – Luik, met een wekelijkse markt en een aantal jaarmarkten. Maar het was joden tot 1800 niet toegestaan zich in Eindhoven te vestigen. Op een enkele jood na, die bereid was een flinke waarborgsom te betalen om zich legaal te mogen vestigen, mochten joden alleen overdag in Eindhoven aanwezig zijn. Dit was gebaseerd op de stadsverordening uit 1731, gericht tegen vreemdelingen maar vooral tegen joden. Om die reden zochten de joden noodgedwongen een woonplaats in de dorpen rond Eindhoven. Zo ontstonden er onder andere in Helmond en Tongelre huissynagoges en Joodse begraafplaatsen. Voordat in het jaar 1800 in Eindhoven een kleine Joodse gemeenschap ontstond, was er al een omvangrijke joodse gemeenschap in het naburige dorp Tongelre, een uur gaans ten oosten van het stadje Eindhoven. Rond 1750 woonden daar enkele tientallen joden in een groot langgerekt huis dat in meerdere woningen was verdeeld en daarom in de volksmond ‘De Ark’ werd genoemd. Tot de families die destijds vele jaren in Tongelre hebben gewoond behoorden de gezinnen van slager Abraham Lazarus (c. 1740-1804) met zijn vrouw Geertrui († 1812) en hun zoon Isaak (1782-1872), koopman Abraham Joseph († 1810), slager Hartog Jacob (1717-1812) en Isaak Lazarus (de Wit) (1782-1872). Het aantal leden van de joodse gemeente was in de laatste decennia van de achttiende eeuw aanzienlijk, maar tegen het eind van de eeuw vertrokken velen naar Eindhoven en Woensel, toen ze zich daar vrij(er) konden vestigen door de burgerlijke gelijkstelling van 1796. In 1809 woonden er nog maar vijf joden in Tongelre.

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section